Een heel klein beetje Jezus

IMG_4180.JPGVersion française en bas.

Als een stille schreeuw hangen aan de eeuwigheid. Laura is amper twaalf, wanneer ze de fluweelzachte ceintuur uit haar peignoir schuift. Rond de kerstdis zal haar lege stoel hunkeren naar de bruis van een vervlogen leven.

Laura woont in Durbuy. In het pittoreske stadje schuimen toeristen het jaar rond de vele souvenirstalletjes af. Op terrasjes proeven ze goedkeurend van produits artisanales. Hand in hand flaneren ze door de nauwe, Ardense straatjes, tot op de brug over de Ourthe. Ze nemen selfies of staren dromerig in het ruisende water. Aan de overkant van de rivier klimmen rotspartijen naar de hemel. Ze waken over het stadje met kloeke, vaderlijke bezorgdheid. Het is daar, hoog boven de huizen van Ardense steen, dat de ladder voor Laura wordt neergelaten. Het is de ladder naar de hemel. Een engel komt trede per trede naar beneden, ze lacht Laura tegemoet. Het meisje kijkt toe met verbazing en met hoop, blij dat ze niet langer alleen is.

‘Welkom, ik ben Elize,’ begroet de engel haar. ‘Maar je mag Lies zeggen, zo noemen ze me wel vaker. En wie ben jij, meisje?’

‘Ik ben Laura,’ antwoordt het meisje onwennig.

‘Wat een mooie naam. Waarom kom je zo vroeg naar huis, mijn kind?’

‘Ik voelde me vreselijk verraden. Ze was zo lang mijn beste vriendin, begrijp je?’

‘Niets is zo vreselijk als het verliezen van de liefde.’ De engel streelt traag door Laura’s lange haren. Ze huilt stille tranen.

‘Mijn troost hadden ook je papa en mama kunnen brengen,’ fluistert de engel weemoedig.

‘Ik weet het. Word ik nu gestraft?’ Laura kijkt angstig naar de engel.

‘Dat woord kennen we hier niet,’ stelt Siens glimlach haar gerust.

‘Mag ik eens aan je vleugels voelen?’ Zonder een antwoord af te wachten, laat Laura haar hand over de veren glijden. ’Dat is supercool. Zoiets zacht heb ik nog nooit gevoeld.’

‘Zo zacht ga ik je nu leren worden voor jezelf. Ik zal daarbij je persoonlijke begeleidster zijn. Een soort van juf, zeg maar.’ De engel tilt Laura op en zet het meisje op haar rug.

‘Vergeet de ladder, we gaan vliegen. Hou je maar goed vast aan me!’

‘Dit is te gek!’ Laura klemt zich stevig vast, terwijl ze haar kaak tegen de veren strijkt. Eerst zweven ze boven hoge bergen en onmetelijke oceanen, tot de aarde een kleine blauwe knikker wordt en ze langs fonkelende sterren suizen. Na een adembenemende vlucht wacht een nooit gezien lichtspektakel hen op, pal in het midden tussen een karmijnrode ster en een staartvormige uitloper van de Melkweg.

‘Dit is de tuin van zelfliefde,’ lacht engel Elize, wanneer ze door de grote, met duizenden bloemen versierde poort, naar binnen zweven.

‘Kan je daar spelen?’

‘Je kan daar alles, zolang het in verbinding is met de liefde voor jezelf.’ Laura rent naar een schommel. Het zitje is fluweelzacht en lijkt op een pluchen dolfijn. De touwen zijn klimplanten, bezaaid met ontelbare gele en oranje bloempjes. Ze lichten ritmisch op, het lijken net flikkerende kerstlampjes. Nadat Laura zich in de schommel heeft genesteld, geeft engel Elize een duwtje. Er is niet veel nodig om de schommel met grote, elegante zwier in beweging te brengen. Voor de eerste maal sinds ze de aarde heeft verlaten verschijnt er een glimlach rond Laura’s lippen.

‘Vind je het fijn?’

‘En of.’ Laura kijkt omhoog. ‘Waar hangt die schommel eigenlijk aan vast?’ wordt ze nieuwsgierig. Ze kan het niet goed zien, hoezeer ze ook haar best doet.

‘Kan je een geheimpje bewaren?’ Engel Elize legt samenzweerderig een vinger op haar mond.

‘Toe, engel Lies, vertel.’

‘Beloof me dat je het aan niemand zal verder vertellen. Die schommel… die hangt namelijk aan de pink van God.’

‘Echt waar?’ Laura kijkt stomverbaasd. ‘Heeft God dan zo’n grote pink?’

‘En een nog veel groter hart. Zo groot dat we er allemaal in kunnen.’ Laura springt van de schommel en spurt naar de bioscoop. Die is naast de rozentuin gelegen. Op de affiche staat Finding Dory geprogrammeerd.

‘Niet zo snel,’ roept de engel. ‘Ik kan je niet bijhouden. En we moeten eerst nog een ritueeltje doen.’

‘Wat voor ritueeltje?’ vraagt Laura opgewonden.

‘Kom hier maar eens voor me staan en leg je hand op je hart.’ Elize laat haar warme hand op Laura’s hoofd landen en kijkt diep in haar ogen. ‘Zeg me na: ik beloof dat ik altijd zal houden van mezelf.’

‘Ik houd veel van anderen,’ oppert Laura. ‘Is dat dan niet hetzelfde?’

‘Niet helemaal. Als je niet houdt van jezelf, hoe kan je dan van anderen houden?’

‘Ik dacht dat het omgekeerd was,’ fronst Laura de wenkbrauwen.

‘Dat weet ik.’

‘Oké dan.’ Laura sluit haar ogen en haalt diep adem. ‘Ik beloof dat ik altijd zal houden van mezelf.’ Nadat ze die woorden heeft uitgesproken, rollen er tranen over haar wangen. Het daagt Laura dat anderen je wel kunnen kwetsen, maar dat zelfliefde de eerste schokken dempt. Uiteindelijk heelt die zelfs alle wonden, stukje bij beetje, tot het hart geen lijm meer nodig heeft en het als een bloem weer voorzichtig zal ontluiken, klaar om opnieuw te bloeien.

‘Ik mis papa en mama,’ snikt Laura. ‘En mijn zussen en mijn broer. Kan ik echt niet meer terug?’

‘Toch wel, maar…’

‘Kunnen we dan nu vertrekken?’

‘Niet meer in deze gedaante. Je kan wel nog schrijven in hun dromen of op andere manieren signalen naar ze sturen.’

‘Kan ik dan in een droom vertellen dat ik volgende ochtend een signaal ga geven? Anders letten ze er misschien niet op.’

‘Wat slim van je. Daar had ik nog niet bij stilgestaan. Kom.’ Engel Elize vliegt met Laura dezelfde weg terug naar de Aarde. Ze zien hoe de voorbereidingen voor Kerstmis al volop aan de gang zijn. Duizenden engelen sjouwen met cadeaus en lampionnen, in alle maten en kleuren. Sommigen hebben geheimzinnige pakjes bij zich.

‘Daar zit troost in voor de mensen die het nodig hebben,’ legt Elize uit. Het is zo druk dat ze moeten opletten andere engelen niet voor de vleugels te vliegen. Uiteindelijk landen ze op de kruin van de oude appelboom in de tuin van Laura’s huis. Het begint te schemeren, en binnen zijn de lampen al aangestoken. Doorheen de gordijnen kunnen ze de kerstversiering zien, zij het niet zoveel als vorige jaren. Engel Elize kijkt Laura indringend aan.

‘Laura, lieve meid, sluit je mooie ogen, haal zeven diepe ademteugen en tel dan nog een keer tot tien.’ Laura twijfelt niet. Ze ademt snel maar diep, en het tellen lijkt een eeuwigheid te duren. Eindelijk is ze klaar en kijkt ze verwachtingsvol naar de engel.

‘Dan mag je nu je wensen doen aan de mensen die je moest verlaten,’ lacht Elize. ‘Weet dat je woorden zullen neerdalen in hun hart en in hun dromen.’ Laura staart dromerig voor zich uit. Dan legt ze plechtig een hand op haar hart en zoekt naar de mooiste woorden die ze ooit zou kunnen bedenken.

‘Liefste papa en mama, zussen en broer,’ zegt ze een beetje plechtig, als betrof het een vroege nieuwjaarsbrief. ‘Ik ben in goede handen. Bij engel Lies, die is heel cool. Ik ben aan het leren houden van mezelf. Als ik dat nu ‘ns eerder… Hey, maar alles komt wel goed.’ Elize knikt bemoedigend.

‘Huil, mama en papa, maar blijf niet treuren. Laat jullie tranen in de aarde vloeien, zodat ze in de lente bloemen kunnen baren. Dan zal ik de madeliefjes zijn, de grote gele krokus in de tuin, en in mei de oeverloze zee van witte klokjes. Ik zal het moedige winterkoninkje zijn dat schalks tegen het raam aantikt, de buizerd die hoog boven het huis met lome vleugels cirkels in de lucht tekent.’

‘Treur, maar niet te lang. Ik zal dat schattige schapenwolkje aan de blauwe hemel zijn. In de vroege ochtend zal ik de eerste zonnestraal zijn die alles okergeel kleurt, ’s avonds de laatste straal die een roze teint over jullie kaken strijkt.’

‘Treur, en leef dan weer. Ik zal me verstoppen in de vriendelijke woorden van de buurvrouw, de postbode of de verkoopster van de bakker om de hoek. Ik zal in jullie dromen guitig voorbij huppelen op de rug van een kameel of kangoeroe. Met een magische bezem zal ik jullie nachtmerries verjagen en vervangen door de dans van wilde passiebloemen.’

‘Treur, en geef je dan weer over aan de roep om tomeloos te leven. Ik zal jullie kleine, onzichtbare prinses zijn, jullie beschermengel, een goede fee met branie en met troost. En met Kerstmis zal ik heel speciaal bij jullie zijn. In de kerststal zal ik tussen de wijzen uit het Oosten staan. Ik zal waken over de os en de ezel en de toestand van het stro. Dan zal ik mijn mooiste liedjes zingen, terwijl Maria haar heel bijzonder kindje baart. En wanneer jullie het met Kerstmis in de kribbe leggen, zal ik een heel klein beetje Jezus zijn.’

 Opgedragen aan Laura en haar familie.

Un tout petit peu Jésus

IMG_4180.JPGComme un cri muet pour l’éternité. Laura dénoue la ceinture de son peignoir, elle a à peine douze ans. Sa chaise à la table de Noël sera vide, en souvenir nostalgique d’une vie qui s’est éteinte.

Laura habite Durbuy le pittoresque, fort prisé des touristes qui aiment flâner dans les ruelles avec leurs échoppes de souvenirs, ou goutent des produits artisanaux. Après le pont sur l’Ourthe, qui invite aux photos souvenir, il y a les rochers pointant vers le ciel, qui protègent paternellement la petite ville. Et là-bas, nettement plus haut que les maisons ardennaises, on déroule une échelle pour Laura, l’échelle du ciel. Un ange en descend et sourit à Laura. La fillette étonnée est pleine d’espoir : elle n’est plus seule.

« Bonjour » dit l’ange. « Je m’appelle Angéline, et toi ? »

« Je suis Laura, » répond-elle d’une voix hésitante.

« C’est un beau nom, mais tu es bien jeune pour venir déjà nous rejoindre. »

« Je me sens terriblement trahie, vois-tu? »

« Rien de plus triste que de perdre l’amour. » L’ange lui caresse les longs cheveux, des grosses larmes coulent.

L’ange est plein de compassion « Tes parents étaient prêts à te consoler, le sais-tu ? »

« Je le sais bien, serait-ce là ma punition ? » s’inquiète Laura.

« Ce mot-là, nous l’ignorons ! » L’ange lui sourit.

« Puis-je toucher tes ailes », et elle caresse les plumes duveteuses. « Comme c’est doux. »

« Je veux t’apprendre à être tout aussi douce pour toi-même, je serai ton ange-gardien, même ton enseignante. » L’ange soulève Laura et la prend sur son dos. « Pas besoin d’échelle, nous nous envolons, accroches-toi ! »

« C’est fou ! » Laura s’agrippe et enfouit son visage dans le doux plumage. Ensemble elles survolent montagnes et océans, la terre est toute petite, les étoiles scintillent. Le vol fantastique se termine dans une féerie de lumière, entre une étoile rougeoyante, et la queue de la voie lactée. Elles atteignent un portail magnifiques orné d’une multitude de fleurs « Bienvenue dans le jardin de l’amour de soi » sourit l’ange.

« Puis-je y jouer ? »

« Tout est possible, si tu veux te faire du bien. » Laura découvre une balançoire, le siège est si doux, on dirait un dauphin en peluche. Les cordes sont des tiges grimpantes, fleuries et pleines de lampions brillants. Angéline pousse la balançoire, qui bientôt va et vient gracieusement. Laura sourit, c’est la première fois depuis son d’épart de la terre.

« Tu aimes ? »

« Bien sûr, mais je ne vois pas l’attache des cordes ? »

« Peux-tu garder un secret ? » Angéline met un doigt sur les lèvres.

« Vas-y, Angéline, dis-moi »

« Ne le raconte à personne, la balnéaire est suspendue… au petit doigt de Dieu ! »

« Sûre ? Alors il doit avoir les doigts bien grands ? »

« Mais son cœur est bien plus grand, il peut nous héberger tous. » Laura délaisse sa balançoire, il y a une salle qui annonce le film Le monde de Dory. « Allons-y ! »

« Pas si vite, » dit l’Ange. « Il y a un rituel à accomplir. »

« Lequel ? » Laura est tout excitée. « Mets-toi en face de moi, la main sur le cœur » Angéline pose une main sur son front, et la regarde dans les yeux. « Promets-moi : je m’aimerai pour toujours. »

« Mais j’aime les autres, n’est-ce pas pareil ? »

« Pas du tout, si tu ne t’aimes pas toi-même, comment pourrais-tu aimer les autres ? »

« Je croyais plutôt l’inverse ! »

« Oui, je le sais. »

« C’est bon ! » Laura ferme les yeux, respire un bon coup et proclame : « J’aurais toujours de l’amour pour moi-même. » Les larmes coulent, bienfaisantes. Laura a compris : les autres peuvent te blesser, mais c’est la confiance en soi qui sera ton bouclier, et qui guérira petit à petit toutes les blessures. A la fin, ton cœur refleurira. Laura sanglote.

« Mes parents me manquent et aussi mes sœurs et mon frère, je voudrais tous les revoir, conduis-moi pour les retrouver. »

« Je crains que ce n’est pas si facile. Tu seras une autre Laura, tu les rejoindras dans leurs rêves, tu leur enverras de subtils messages. »

« Alors, il faut qu’ils aient ce rêve que demain je leur enverrai un message, autrement ils requéraient de ne pas m’entendre. »

« Que tu es bien intelligente, Laura. Allons voir ensemble, direction terre »

En cours de route les préparatifs pour Noël battent le plein. Des milliers d’anges volettent, les bras chargés de lampions, de cadeaux, de paquets mystérieux. Ils sont tellement nombreux qu’ils risquent de se cogner les ailes. Angéline remarque qu’il y a beaucoup de gens à rendre heureux.

Angéline et Laura ont atterri dans la cime du vieux pommier dans le jardin de Laura. Dans la maison les lumières sont allumées, mais la décoration de Noel est moins importante que d’habitude.

« Ma gentille Laura, » Angéline est solennelle, « ferme les yeux, respire sept fois, et puis compte jusqu’à dix. Fais maintenant tes vœux à tous ceux que tu dois quitter. » Laura pose la main sur son cœur et cherche les plus beaux mots à dire, ceux qu’elle utilisait pour ses lettres de nouvel an. « Chers bien-aimés, je suis sous les ailes de l’ange Angéline, mon amie. Elle m’apprend l’amour de soi. J’aurais dû l’essayer bien plus tôt, mais tout ira mieux pour moi. » Angéline l’encourage.

« Vos larmes, maman et papa, frère et sœurs, couleront pour que le jardin puisse voir éclore au printemps la pâquerette, les crocus et le muguet. Le roitelet viendra cogner au carreau, la buse tirera ses cercles haut au-dessus de notre toit, n’ayez pas trop de chagrin.

Ayez moins de chagrin, je serai le petit nuage blanc dans le ciel bleu, le rayon de soleil matinal aux touches d’ocre et le dernier qui vous baignera de rose.

Ayez moins de chagrin, et reprenez le fil de la vie. Je serai dans les mots aimables de la voisine, du facteur ou du chauffeur de bus. Dans vos rêves un peu fous vous me verrez à dos d’un chameau ou la poursuite d’un kangourou sauteur.

J’aurai un balai magique qui chassera vos cauchemars et en fera des fleurs dansantes.

Ayez moins de chagrin, et vivez intensément. Je serai votre petite princesse invisible, votre ange gardien, fanfaron mais plein de réconfort. Je serai avec vous, tout près pour Noël. Cherchez-moi entre les rois mages, je soignerai l’âne et le bœuf et litière. Quand Marie aura son petit, je lui chanterai mes plus jolies chansons. Et lorsqu’à minuit vous déposerez l’enfant dans la crèche, je serai moi-même un tout petit peu Jésus. »

Dédicacé à Laura et sa famille

2 Comments on “Een heel klein beetje Jezus

  1. Prachtig. Ik ken zelf 3 sterrekindjes aan de hemel en geloof in hun verdere leven. Ik was net met een traantje gedaan met lezen. Keek naar buiten de zon straalde. Maar poederzachte regen valt uit de hemel. Kusjes van hierboven zegt mijn mama ertegen. Even later verschijnt er een regenboog.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: