Airco voor de ziel

Ventilator1Dilemma in mijn hoofd. Een buurtbewoner wil ten strijde trekken tegen het gemeentebestuur en ik weet niet wat ik ermee aan moet. De inzet is de verkeersoverlast. Die komt van een drukke verbindingsweg, die dwars door het dorp van Pellenberg loopt. Voor het protest valt iets te zeggen. Buurgemeente Bierbeek heeft besloten om een parallele verbindingsweg te beperken tot lokaal verkeer, gecontroleerd door camera’s met nummerplaatherkenning. Geen ontkomen aan dus. Het gevolg laat zich raden: nog meer verkeer door Pellenberg. Ondanks dat ik aan de bewuste weg woon, heb ik er persoonlijk niet zoveel last van. Mijn hersenen hebben blijkbaar geleerd om het geluid te negeren. Wakker word ik er zelden van, hoe druk het ook is. Waar je de aandacht op richt, wordt altijd groter. En ook omgekeerd. Dus. Anderzijds is er wel die onrechtvaardigheid. Bierbeek denkt “Not in my backyard”, terwijl Lubbeek het niet al te veel lijkt te kunnen schelen. Wanneer iemand pakweg om een beter en geluidsarmer wegdek vraagt ter vervanging van die afgeschraapte betonplaten, claimen ze dat er geen geld is. Of toch geen geld voor Pellenberg. Maar zelfs dat kan me niet echt op de barricades hijsen. Ben dan ik te onverschillig of te conflictvermijdend, vraag ik me af.
Wat me in de verkeerskwestie voornamelijk triggert, is eerder de bedenking dat we met zijn allen massaal die broeikasgassen blijven uitstoten, met de Pellenbergse ochtendspitsen als perfecte reminder. Business as usual, tegen beter weten in.
Ondertussen polariseert de klimaatdiscussie steeds verder. De wetenschap zal wel een antwoord zal vinden, orakelen de optimisten. Als we niet onmiddellijk een doortastend klimaatplan implementeren, wacht ons een armageddon, stellen de klimaatactivisten daar verontwaardigd tegenover. Ondertussen worden her en der nog maar eens hoogste temperaturen ooit gemeten en ook op andere vlakken slaat in de wereld de vlam in de pan. Een gigantische wolk van angst en kwaadheid lijkt over de planeet neer te dalen, hoezeer we ook ons best doen om die te onderdrukken of de andere kant op te kijken. Maar terwijl er hevig aan de boom geschud wordt, wordt de ziel wakker. In moeilijke tijden worden de grootste spiritele lessen geleerd, fluistert ze. Soms aan sneltempo. Hoe warm het ook wordt, de ziel heeft vooralsnog geen airco nodig. Wij wel, zij het dan vooral om onze gedachten af te koelen en te kijken wat we met deze situatie te doen hebben. Handelen vanuit liefde vinden we dan snel te wollig klinken, maar mocht iedereen de planeet als een levend wezen zien en niet als een manipuleerbaar, chemisch laboratorium, kwamen we al een eind. De Aarde behandelen zoals we zelf willen behandeld worden. Klein beginnen en dan steeds verder gaan, tot ons bewustzijn kantelt in een richting waarvan we niet wisten dat we die in ons hadden. Toch blijft het een worsteling, ook voor mij. Ik sorteer als gek, neem in een wegrestaurant een servetje in plaats van drie en doe verplaatsingen van minder dan twintig kilometer bijna altijd per fiets. Tegelijk neem ik op andere momenten wel vrolijk de auto en zit meer dan een keer per jaar op het vliegtuig. Ik maak me geen illusies: die harde lessen komen er sowieso aan en ze beïnvloeden ons nu al meer in slechte maar ook goede zin. Ja, beslist ook de goede zin. Alleen haalt dat zelden het nieuws, de ziel is nu eenmaal geen podiumtijger. De enorme veranderingen zullen we beslist niet prettig vinden, maar de ziel zal in haar nopjes zijn. Laat maar komen, die bewustzijnssprong.
En Lubbeek, doe alsjeblieft iets aan die verkeersellende.

Een nieuwe D-Day

DDay‘Ze zijn geland! Ze zijn geland!’ Vader, ondertussen bijna vijfentachtig, herinnert het zich alsof het gisteren was. Een dorpsgenoot had het grote nieuws opgepikt door op zolder te luisteren naar de krakende nieuwsberichten op zijn verboden radiootje. Als een lopend vuurtje ging het beste nieuws sinds tijden van mond tot mond. Op minder dan een uur was de volledige Westhoek op de hoogte. Een dikke maand na pa’s tiende verjaardag ziet hij de tanks triomfantelijk over de kasseien van de dorpsstraat denderen. Erbovenop een stel uitgelaten Canadese soldaten, die strooien met kushandjes en souvenirs. Het moment blijft voor altijd in pa’s geheugen gegrift. Tot op de dag van vandaag is zijn erkentelijkheid tegenover Britten en Amerikanen tastbaar. De ene keer was de oorlog voor hem een spannend jongensavontuur, op andere momenten liet het diepe littekens na. Niets zou meer bepalen wie hij is geworden dan die vier heftige jeugdjaren.

In maart van dit jaar bezoek ik samen met hem het D-Day museum in Portsmouth. Nauwelijks een detail dat hij nog niet wist. Wie op welk strand is geland, met welk succes of welke tegenslagen. Op Omaha Beach waren de verliezen zwaar, benadrukt hij met een ernstige frons op het gelaat. We kijken in een landingsvaartuig waarin het kritieke moment mits een 3D-projectie weer tot leven wordt gebracht. Soldaten met gespannen  gelaatstrekken horen hoe de golven wild tegen het landingsvaartuig aanklotsen. Met tussenpozen weerklinkt mitrailleurvuur, gevolgd door ijzingwekkende kreten. Dan gaat de laadklep naar beneden en barst de hel los. Uiteindelijk zal het goede kamp het halen, anders hadden we hier vandaag niet gestaan.

Ik vraag me af wat het allemaal met me doet. Hoe ervaar ik het D-Day gebeuren? Uiteraard ben ik gefascineerd en verbluft door deze legendarische episode uit WOII. Natuurlijk vind ik het ontzagwekkend, als in “Lord of the Rings”, waarbij je op voorhand weet dat de goeden het zullen halen van de slechteriken en een geduchte tegenstander het alleen maar heroïscher zal maken. Maar het is niet de heldhaftigheid die zal blijven hangen. Het is iets anders.

In het museum in Portsmouth wordt mijn aandacht eerst getrokken door de zogenaamde “Hobart’s Funnies”. Dat zijn omgebouwde tanks die op D-Day allerlei speciale klussen moeten opknappen. Een resem tanks krijgt een soort gigantisch, opblaasbaar reddingsvest, zodat ze een stuk door zee kunnen ploeteren tot ze op het strand gewoon weer met hun rupsbanden aan het rollen kunnen. Andere krijgen een installatie waarmee ze een soort tapijt kunnen uitrollen over het strand, zodat camions zich niet zullen vastrijden. Nog een andere kan in een paar seconden een overbrugging plaatsen over een diepe gracht. De creativiteit spat van de militaire plannen, ingenieurs kloppen overuren. Ze bouwen onderdelen voor een kunstmatige haven die als een Ikea bouwdoos naar de overkant verscheept kan worden en daar in elkaar gezet. En hoe op voorhand die vitale bruggen innemen? Waarom niet met grote zweefvliegtuigen volgepakt met special forces, die simpelweg vlakbij in een wei zullen landen?

Na de onstelpbare fontein van creativiteit beginnen me nog meer dingen op te vallen, zoals hoe er wordt samengewerkt als nooit tevoren. De geallieerde landen vinden elkaar voor wat de grootste operatie van WOII zal worden. Het beperkt zich lang niet tot grote kleppers Amerika, Engeland en Canada. Ook Frankrijk, Nederland, België, Denemarken, Tchechoslovakije, Polen, Griekenland en Noorwegen zijn betrokken. Internationale samenwerking claimt een nieuwe dimensie. Ook de logistiek is gigantisch. Hoe scheep je op enkele uren meer dan 150.000 man in, breng je 6.500 vaartuigen in stelling en stuur je 11.500 vliegtuigen de lucht in? Ongezien. Een organisatorisch huzarenstuk.

Maar machtsontplooiing is niet voldoende. Is iedereen gemotiveerd en bezield genoeg om het doel te bereiken? Op de vooravond houden de bevelhebbers gedenkwaardige toespraken. ‘De ogen van de wereld zijn op jullie gericht,’ spreekt Eisenhower de troepen toe, terwijl ze gespannen maar ademloos aan zijn lip hangen. ‘De hoop en de gebeden van alle mensen die naar vrijheid verlangen, varen samen met jullie naar de overkant. Ik heb volledig vertrouwen in jullie moed, toewijding en talent. We gaan voor niets minder dan de overwinning.’ De “yes you can” van Eisenhower is lang niet de enige verbale opsteker. Op 6 juni spreekt de Engelse King George VI, de koning die zijn stotterprobleem overwon, door de radio tot de natie: ‘Op dit historische moment is niemand van ons te bezig, te jong of te oud om deel te nemen aan een nationale en mogelijks wereldwijde gebedswake, terwijl de grote kruistocht onverminderd verdergaat.’ De spirituele of religieuze dimensie ontbreekt niet.

Mijn conclusie is simpel. Hoe onoverkomelijk het doel ook lijkt, succes is gegarandeerd als je tienduizenden mensen kan laten samenwerken over landsgrenzen heen, als je creatief en organisatorisch talent rond een tafel kan samenbrengen, als je de grote middelen kan mobiliseren en als je iedereen rond dat grote doel weet te bezielen. D-Day zou de inspiratie kunnen zijn om de grote, grensoverstijgende uitdagingen van deze tijd aan te gaan, zoals de klimaatopwarming of de plastic afvalberg, om er twee actuele te noemen, misschien getriggerd door iemand die op een dag luidop durft zeggen: ”I have a dream for a new D-Day.” Deze keer niet voor een oorlogsexploot, maar voor een vredevol doel. Om dit levensgrote probleem eindelijk aan te pakken en daarna hetvolgende actuele vraagstuk, om zo, na de successen van enkele indrukwekkende D-Days, het bewijs te leveren dat een betere wereld daadwerklijk mogelijk is. Een nieuwe D-Day als het begin van een positieve spiraal naar een nieuw en ethischer bewustzijn. Dat zou pas het ultieme eerbetoon zijn voor die legendarische gebeurtenis van 75 jaar geleden, toch?

Moederdagen zonder moeder

Tears Sadness Petals Tulip Sad Water Drops Beautiful Flower Wallpaper LaptopMoederdag. Overal zie je rozen of orchideeën uit opgepoetste auto’s stappen. Verwachtingsvol stevenen ze af op de voordeur van ouderlijke huizen, wachtend op een gulle glimlach en dat eeuwige “had je echt niet hoeven doen”. Maar je bent al jaren niet langer de drager van dergelijke liefdesbetuigingen op moederdag. Want ze is er niet meer.

Natuurlijk gun je alle levende moeders ter wereld dit ultieme eerbetoon, dit familiale ritueel waarbij de belangrijkste liefdesband die zonen en dochters ooit zullen hebben onvoorwaardelijk gevierd wordt. Nooit zullen moeders het risico lopen om het voorvoegsel “ex” te worden toegedicht en mensen die zich daartoe zouden durven verlagen, weet je, hebben zowel verstand als ziel verloren.

Wanneer je zelf kinderen hebt, weet je dat datzelfde ritueel zich op moederdag weer zal voltrekken. Hun zoenen, boeketten en hun mond vol mooie woorden zullen je vullen met een warme gloed. De pijn om het ontbreken van je eigen moeder zal naar de achtergrond verhuizen, maar helemaal weggaan doet hij niet. Een pak moeilijker wordt het wanneer door de omstandigheden elk vieren op moederdag ontbreekt. Dan hoor je mistroostig hoe bij de buren cavaglazen worden aangetikt, zie je door het raam hoe de aardbeientaart versneden wordt op de tafel die zindert van familiaal geluk. Maar jij, jij diept voor de zoveelste keer de koekendoos met oude foto’s op uit de kast met het schurende scharnier, en terwijl facebook overspoeld wordt met foto’s van breedlachse moederkaken en kinderarmen die daarbij als grijpkranen achter haar rug worden gehouden, grasduin jij door de herinnering van jouw vervlogen moedertijden.

Natuurlijk kan je nog steeds in gedachten tot haar praten. Je kan nog steeds bloemen voor haar neerzetten op diezelfde kast waar ze jou vanop een foto trouw blijft toelachen, zoals ze dat als geen ander kon. Natuurlijk kan je dat mooie gebedje voor haar doen of je troosten met de gedachte dat iemand pas vergeten is, wanneer die uit je gedachten en je hart is. Dat zal nooit gebeuren. Maar ze is er niet meer.

Je mist de geur van haar gerechten, die je geblinddoekt en beter dan een hondenneus herkennen zou. Je mist de noeste pedaaltred en het ritmisch buigen van haar frêle schouders, telkens ze jouw jonge, onbeholpen jij naar school toe peddelde. Je mist het timbre van haar alles-komt-altijd-goed stem, die je feilloos kon vinden temidden van massaal geroezemoes. Nooit zal je nog je getormenteerde hoofd kunnen begraven in haar troostende schoot, je berg liefdesverdriet met een simpele aai voelen reduceren tot een vage kras in de capriolen van je levensloop. En wanneer je je afvraagt welke weg je morgen in te slaan hebt, zal je niet meer verrast worden door haar wijze levensraad, door dat ene zinnetje dat je donkere hemel instant aan de horizon deed opklaren. Want jouw moeder was een magiër.

Wanneer de angst je om het hart sloeg, werd ze een onineembare vesting, veilig voor donder en bliksem, voor elke onverlaat die je kwetsen wou. Ze genoot van je talenten die bedeesd hun hoofd boven water staken en ze zou niet stoppen met applaus tot je fier durfde waterskiën op de ontdekking van je kunsten. Ze danste doorheen je leven als een toverfee, plaveide de weg naar wie je ontegensprekelijk worden wou. Je moeder was je vurigste pleitbezorgster, jouw heldin in bange en uitbundige tijden.

Maar je werd ouder en ontdekte dat ook moeders niet perfect zijn. Ze lieten je niet los wanneer je daar klaar voor was. Ze worstelden zelf wel eens met het leven en soms ook met jou. Maar je herinnert je het gemak waarmee ze jou vergaven, wanneer dat nodig bleek. Hoe makkelijk werd het daardoor niet om ook haar te vergeven en haar bij ontij te omringen met diezelfde moederlijke koestering, waarmee ze jou lange jaren had bejegend.

Daarom schenk je op moederdag toch een glas uit bij haar foto. Zonder haar zou jij en je wereld niet bestaan. Voor zoveel schoons doe je op deze dag een diepe buiging en vul je de ruimte met je puurste dankjewel. En wanneer buiten een zoveelste ruiker naar een moeder wordt gebracht, weet je dat die altijd ook een beetje voor je eigen moeder is.

Het geheim van 55+

5555, het leek een verjaardag als een andere. Je vulde de dag met het liken van felicitaties op je tijdlijn, je schaterde om die te gekke verjaardagsballon en bedacht een paar catchy oneliners na de prosecco in dat Italiaanse restaurantje. Na die dag zou je weer gewoon meanderen doorheen de bochten van de tijd, gezapig of gezwind, passioneel of zen. Pas later zou je die mysterieuze roep horen echoën tot diep onder je huid. De roep van 55.

Het begon met het besef dat je nog vitaal bent, maar niet meer oneindig lang zoals je een paar jaar geleden nog vermocht te denken. Misschien had je een zuinige glimlach om de lippen omdat je alles op een rijtje hebt, omdat het plaatje klopt. En dan toch dat onverklaarbare gemis. Misschien werd je overvallen door een stoet aan melancholische gedachten, dat vroeger dat niet meer terugkeert, steeds verder van je afdrijft. Genadeloos worden de herinneringen steeds meer herinnering, als schepen die flirten met de horizon en verstoppertje spelen in de plooien van de tijd. Maar pijn blijft pijn en momenten van vervulling blijven dat evenzeer, en tussen die twee schrijf je moedig verder het verhaal van je leven.

In de trein tussen Mechelen en Leuven bedacht ik me dat heel wat mensen een voorkeur hebben over hoe ze willen zitten, met de blik in de rijrichting of liever andersom. In het eerste geval zie je wat er komen gaat. Het komt op je af en snel, maar je bent niet verrast. Je herkent de daken, de rommelige tuinen, de schreeuwerige graffiti. Op het voorbijflitsende kerhof kijk je een fractie van een seconde naar die feloranje bloemen bij dat graf. Ooit zal zo’n plek in de aarde je deel zijn, maar nu nog niet en je slaat de bladzijde van de krant om. Kim Kardashian heeft weer wat uitgevreten.

De mensen met de rug naar de rijrichting zijn van een andere soort. Hun mijmeringen verbroederen met de landschappen die aan hen voorbijglijden. Ze kijken niet, ze schouwen, verrast en verwonderd naar wat zich aandient, als een gigantisch oosters tapijt dat zich aan hun voeten uitrolt. Ze hebben diezelfde oranje bloemen opgemerkt en vragen zich af wie ze daar met zoveel liefde heeft gelegd. Pas wanneer de trein vertraagt geven ze zich rekenschap dat ze op een nieuwe bestemming zijn aangekomen.

Wanneer je 55 wordt, voel je de roep om even uit die trein te stappen, in welke richting je ook zat. Die grote eik nodigt je uit om plaats te nemen aan zijn wortels. Die kapel opent haar deur voor een moment van stilte in jezelf, of je wandelt langs een eindeloze kustlijn. Het zand vertraagt je, draagt je. Nu de kans groot is dat je al een eind in de tweede levenshelft bent aanbeland, borrelt de vraag op: wat is de betekenis van mijn leven? Is het dit nu? Ben ik oké met dat huis of appartementje, die inkomsten of het gebrek eraan, de citytrips of reizen naar de zon, die nieuwe pensioenleeftijd, hospitalisatieverzekering of dat spaargeldrendement, met het onvermijdelijke settelen van de kinderen, elk met hun eigen vreugdes en besognes? Wil je stilaan voor anker in de veilige haven of hoor je integendeel nog steeds de lokroep van de zeven zeeën?

55, een nieuwe dimensie klopt aan de deur. De materiële demonen wijken schuchter voor de verlangens van de ziel, voor wat er in je leven nog echt toe zou doen. Ze kloppen op de deur, niet fors, eerder uitnodigend. Misschien moet je nog een zeurende, emotionele pijn in het reine brengen. Diep vanbinnen weet je dat de tijd de wonden niet heelt, ze hooguit maskeert, wat ze ook beweren. Als je dat rugzakje eindelijk kan afleggen, weet je, zal je iets gedaan hebben dat je ziel al lang heeft ingefluisterd. Maar je hoorde het niet. Tot nu.

Daar zal de ziel het niet bij laten. Ze weet dat je op 55 eindelijk tot spirituele ontvankelijkheid bent gekomen. Niet dat het er voorheen niet was, misschien al heel lang en sterk, misschien ook helemaal niet. Het verschil is dat je haar nu eindelijk au sérieux neemt, een drang voelt om er meer naar te gaan leven. Die droom die je al lang heimelijk deed glimlachen. Tangodansen zoals in de salons van Buenos Aires, bloemschikken, schrijven, schilderen of simpelweg met je nieuwe, electrische fiets elk bijzonder hoekje van je streek verkennen. Je wil niet alleen meer tijd maken voor jezelf en je diepere verlangens, evenzeer wil je meer verbinding gaan maken met die ander, met je partner, vrienden, collega’s, en dat op manieren die de gebruikelijke praatjes tussen jullie overstijgen, die hem en haar veel meer raken, zoals ook zij jouw snaren meer weten te beroeren. Je wordt een spannende collega in een nieuwe zoektocht waarvan niemand de bestemming kent. Je kijkt naar de sterrenhemel die je lang niet meer geboeid heeft en beseft plots de magie en grootsheid van dat universum, van die schitterende, blauwe planeet waarop we nog een tijdje mogen leven. Je wil meer zorg voor haar gaan dragen, meer tijd in de natuur doorbrengen. Steeds weer laat ze die onverklaarbare rust over je neerdalen, omhelst ze onvoorwaardelijk je zorgen en je dromen en geeft je geheime raad.

Je wil leren om dankbaarder te zijn, in eerste instantie omdat je lichaam je al tot hier gebracht heeft, tot die volle 55 levensjaren. In tijden van ziekte heeft het er alles aan gedaan om je weer gezond te krijgen, terwijl je hart nooit versaagd heeft om verder te kloppen. Zonder staking of pauzetoets heeft ze ondertussen de kaap van de twee miljard slagen gerond, telkens die kleppen open en weer dicht, trouw en gedreven het bloed door je aderen pompend. Als er iets is waarvoor je na al die jaren dankbaar kan zijn, dan wel dat. En dankbaar voor die ander, die er voor je is, of is geweest. Voor alle liefde die je hebt ontvangen, nog steeds.

In de trein daagde het me plots dat het getal 55 zijn eigen code herbergt. Net zoals we de 5 beginnen te schrijven met het bovenste streepje, van rechts naar links, zo zijn we ons leven ingestapt. Het bovenste, horizontale streepje symboliseert onze jeugd, waarin we onstuitbaar het leven tegemoet zijn gesprongen, enthousiast, doelgericht en met teder geweld. Toen kwamen de eerste harde lessen, zochten we een richting in ons leven, met vallen en opstaan. We botsten op de eerste muren. In wat we zo graag wilden doemde een onoverkomelijke hindernis op, of kwamen we erachter dat het toch dat niet was. Momenten van ontgoocheling, frustratie, verdriet. Beproevingen in de liefde. Schaakmat in dat project, in die job. Het was toen dat je een bocht van 90 graden nam. Dat is het tweede, kortere streepje van de 5, het verticale streepje naar beneden. Je had de wind in de zeilen, een nieuw elan en ook dat bleef niet duren. Dit keer stuurde je sneller bij. Je was al wat ouder, wat wijzer en kordater. De tweede negentiggradenbocht van het getal 5 was een feit. Dit keer leek je leven beter op de rails, of toch weer niet. Die tweede bocht symboliseert al dat geslinger op je levenspad, van je twenties tot je fifties. Feit is dat het traject steeds beter onder controle leek te komen, tot het langzaam begon af te buigen naar beneden, naar die halve cirkel van de 5. Nog niet zo lang geleden, een eeuw of misschien twee, was de eindbestemming niet meer zo veraf. Tijdens mijn jonge jaren leek 60 al heel oud. 60, dat waren de gepensioneerden, voor wie 70 al onverhoopte blessuretijd was. Dat is niet langer zo. Na 55 zingen we het nog makkelijk 25 jaar uit, vaak langer. Dat is althans onze hoop.

Op die extra tijd had het getal 5 niet gerekend. Vandaar dat haar laatste halve cirkel nu verder blijft groeien, eerst tot een volledige cirkel en dan met nieuwe cirkeltjes steeds verder naar binnen, als een labyrint van Chartres waarin we evolueren naar een sacraal midden. Dat is het geschenk van de huidige tijd, dat het ons gegund wordt om steeds dieper naar onze essentie af te dalen, naar het hart der dingen. Het kan een periode van ongekende transitie en innerlijke groei zijn en nooit heeft het zich zo op een schoteltje aangediend. We hebben de bal slechts in te koppen.

Steeds meer mensen komen hierachter en geven de geheime boodschap door, zodat ze niet langer geheim is maar een nieuw, collectief bewustzijn op aarde creëert, gevoed door introspectie en spiritualisatie, door verbinding van hoofd met hart, door het vinden van onszelf in de ander als spiegels van de ziel. Het is geen toeval dat het getal 55 ons daarop wijst, niet een keer, maar tweemaal, als een wake-upcall die een bijzonder gesternte over ons leven schuift. Vanaf 55 begint de beste periode uit je leven, waarin je eindelijk vindt wie je in werkelijkheid bent.

De trein stopt, ik stap uit. ‘Ik ben 55,’ wil ik uitroepen, alsof ik het groot lot gewonnen heb, terwijl de mensen op het perron me vreemd aankijken. Tot de dag dat ook zij die verjaardag zullen vieren en op hun beurt worden ingewijd in het Grote Geheim van 55.

De brand van de Notre-Dame de Paris

notre-dame_de_paris_incendie_sipaDe vraag houdt me bezig vanaf de eerste, schokkende berichten. Niet hoeveel schade er is, niet wie er verantwoordelijk is of hoe de pompiers de brand pas diep in de nacht bemeesterd hebben. Wat in in mijn hoofd gonst is: WAAROM? Wat betekent het? Aanvankelijk vind ik geen antwoord. Ik ga een dagje werken, laat het even los, tot het plots binnenkomt. Niet als een beredeneerd inzicht, eerder als een heldere flits. Hoe kon ik er al die tijd naast kijken?

De kathedraal van Notre Dame de Paris is een zogenaamd stillpoint. Een stillpoint is een energetische plek middenin een raderwerk van beweging waarin alles tot stilstand – en stilte – komt. Tegelijk is het een centrum die de beweging weer op gang brengt. Een dans die ingetogen vertraagt en daarna weer aanknoopt met creatieve uitbundigheid. Het is een mysterieuze intelligentie die zorgt voor de balans tussen yin en yang, tussen zijn en doen, tussen mannelijk en vrouwelijk. De Notre Dame de Paris is zo’n krachtplek.

Parijs mag dan wel de stad van de liefde genoemd worden, het is ook een miljoenenstad met haar dagelijkse, onbeschrijflijke hectiek, waar een zee van mensen in de kille ochtend door het straatbeeld krioelt, terwijl toeterende auto’s zich als langgerekte, mechanische linten doorheen straten en tunnels wringen. Parijs is een microcosmos van de huidige maatschappij: snel, nerveus, vluchtig, oppervlakkig. We hebben niet veel tijd en doen altijd door. We willen meetellen, gezien worden, scoren. En net middenin die waanzin, op een eiland in de Seine, ligt de Notre Dame de Paris, het stillpoint dat al die beweging absorbeert als een draaikolk naar een putje. Maar het is geen slurpend, zwart gat, het is integendeel een gigantische bron van regeneratie, van contemplatie. Het is het ultieme hier en nu, waar het verleden zich overgeeft en de toekomst zich aandient als een onbeschreven blad. Als we ons een tijdje onderdompelen in die plek, worden we vanzelf weer tot beweging gebracht door iets dat hoger dan onszelf is. Na een bezoekje aan de kathedraal voelen we ons herboren of hebben we een inspirerend inzicht opgedaan. We schrikken op van een wijsheid die een onbekende ons met een mysterieuze glimlach influistert. We voelen plots de wind langs onze huid strijken en ruiken een jasmijngeur zoals we nooit eerder ervaren hebben. Dit is geen romantiek, het is onze ziel die wakker wordt en al onze zintuigen alert maakt. Onbewust voelen de Parijzenaars een onverklaarbare aantrekkingskracht tot die plek. Hun onderbewustzijn weet hoe belangrijk die is, hoe ze vanuit dat epicentrum hun levens voedt en hen leidt naar de essentie in hun leven die ze telkens weer dreigen te verliezen.

Ja, er zijn ook de rijke geschiedenis en fascinerende legendes. Ja, er is ook de Vierge du Notre-Dame de Paris en Maria Magdalena is ook niet weg te denken uit de kathedraal. De moedergodinnen zijn de bakens en hoedsters van deze krachtplek. Ze maken een nieuwe spiritualiteit in ons wakker, die ons onvoorwaardelijk gidst naar ons hart en onze intuïtieve vermogens, waarvan we beseffen dat we het contact – nog maar eens – verloren zijn. De inzichten die ze ons verschaffen zijn soms hard maar altijd liefdevol. Zoals het groeiende besef van de waanzin waarin we zijn terecht gekomen.

De brand van de Notre-Dame houdt ons een genadeloze spiegel voor. Hij symboliseert onze collectieve burn-out: lichamelijk, geestelijk, spiritueel. Het toont het opbranden van de prachtige planeet waarop we wonen, soms letterlijk. Een dag na het inferno mag Greta Thun een korte speech houden in de milieucommissie van het Europese parlement. De plenaire zitting ziet haar liever niet (meer) komen. Tot tranen toe bewogen uit ze haar tristesse over de meedogenloze ontbossing van het regenwoud, de toenemende toxiciteit van de lucht die we dagelijks inademen, de dramatische achteruitgang van insecten en wildbestanden, de verzuring en plastificering van de oceanen en natuurlijk de desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming. Er wordt geapplaudisseerd, maar Greta lacht zuinig. Ze vraagt zich af of de mensheid ooit de handen in elkaar zal slaan om het slagveld te keren dat de huidige levensstijl aanricht aan mens en planeet.

De brand toont dat we nog niet echt beseffen dat we onze laatste reserves en die van de planeet aan het uitputten zijn, enkel en alleen om die verwoestende levensstijl vol te houden. We blijven geloven dat het nog wel meevalt, tegen beter weten in. De plekken in onszelf en op aarde die ons tot rust en bezinning kunnen brengen, zelfs die houden het niet meer, lijkt de brand ons te tonen. Een van de grootste, meest symbolische stillpoints gaat in vlammen op, alsof zelfs het vermogen om te kunnen herstellen dreigt aangetast te worden. Net omdat we die boodschap allerminst graag horen, komt hij steeds explicieter op ons af. Niet om ons te tergen, maar om ons wakker te schudden en ons tot een stille revolutie te bewegen, gestuurd door het hart, door de moedergodinnen of door onze diepere wijsheid en spiritualiteit.

De dag na de brand zwaaien allerlei gulle schenkers met honderden miljoenen voor de wederopbouw van de kathedraal. Hiervoor zijn enkele van de rijkste Fransen en Franse bedrijven verantwoordelijk. Maar het is niet de kathedraal die in eerste instantie moet heropgebouwd worden, het is onszelf en de planeet. Wij liggen in onze eigen, verschroeide aarde en moeten een manier vinden om onszelf heruit te vinden, om een diepere laag van ons bewustzijn aan te boren in plaats van een nieuwe laag olie. Alleen dan zullen we als een fenix uit onze as kunnen verrijzen.

Om een glimp op te vangen van wat de Notre-Dame de Paris als stillpoint betekent, neem ik je tot slot mee naar de vijftiende eeuw, toen de Henegouwse componist van polyfonische werken, Johannes Ockeghem, actief werd in de Parijse kathedraal. Onder de indruk van het sacrale karakter en de imposante, heilige geometrieën, schreef hij sommige van zijn beste werken, mogelijks ook zijn Missa Prolationum. Polyfonie vermengt mannelijke en vrouwelijke stemmen samen tot een perfecte balans en harmonie, waarbij de bewegingen zich regelmatig en gezamenlijk neerleggen in stillpoints, alsof Ockeghem perfect de bijzondere energie van de kathedraal begreep. Ook al duurt hetvolgende, magische stukje uit de Missa Prolationum slechts een kleine vijf minuten, let op hoeveel moeite het misschien kost om er rustig bij te gaan zitten en het volledig te beluisteren. Alleen al die observatie is een getuige van de wake-upcall die de vreselijke brand ons voorhoudt. Tegelijk is het een sterk signaal met geweldige kansen voor een nieuw, hoopvol perspectief, door ons geschreven. Het is tijd voor onze verrijzenis, de beste eer die we de Notre-Dame de Paris kunnen bewijzen.

Don’t kill my vibe

20190308_194723“Untallented losers.” Met dat opschrift op de deur word ik verwelkomd in een Leuvens mannentoilet. Grappig? De spelfout misschien. Had een vrouw nog een eitje te pellen met een etter? En zat het zo diep dat ze maar meteen het volledige mannelijk geslacht op de schop wou? Of is het de benevelde pennenvrucht van een nachtbrakende grappenmaker? Ik kom er niet uit.

Waarom het dan toch blijft hangen? Omdat ik het gehad heb met etiketten. Het typeren van mensen met catchy oneliners of zelfs een enkel woord zit in de lift, meestal in een pejoratieve betekenis. Het gebeurt in de media. Het gebeurt in ons persoonlijk leven. Klimaatdrammer. Haakneusjood. Gelukszoekende migrant. Geitenwollensokkentype. Nerd. Ijskoningin. Nietsnut. Macho. Loser. Het gaat hierbij niet om een occasionele belediging, het gaat om stempels die je op je voorhoofd gedrukt krijgt, vaak een level lang. Het gaat om een etiket.

Zo’n lekker bekkende typering is makkelijk zat. En laf. Als je de definitie van iemand reduceert tot dat ene etiket, sla je twee vliegen in een klap. Het komt in de eerste plaats je gevoel van eigenwaarde ten goede. Wanneer je iemand naar beneden haalt, stijgt je eigendunk zonder dat je er zelf iets voor moet doen. Als iemand afgaat als een gieter in The Voice, genieten we misschien ook wel eens stiekem mee van die neerwaartse duim, van de kandidaat die met de staart tussen de benen moet afdruipen. Psychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het ons een beter gevoel geeft over onszelf als we iemand anders zien mislukken. Dat is niet fraai, maar meestal ook niet overdreven kwaadaardig.

Veel erger is dat je met het toebedelen van een etiket jezelf ontslaat van de taak om de persoon in kwestie beter te leren kennen. Je doet niet langer de moeite om nog maar een glimp op te vangen van al het goede waar die persoon (ook) voor kan staan, naast dat ene aspect. Als je goed zoekt, vind je bij iedereen wel iets waar je hem of haar op kan pakken. Als je alleen maar dat in het vizier houdt, versterkt die ene definitie tot dat eeuwige etiket. Een sticker die er met geen oplosmiddel meer af te trekken valt. Met die mindset houd je het niet voor mogelijk dat mensen veelzijdige persoonlijkheden zijn met meerdere facetten. Je gelooft evenmin dat ze evolueren in de tijd, dat de persoon van nu niet meer degene is van tien of vijfentwintig jaar geleden. Dat hij of zij geleerd heeft uit tegenslagen, mislukkingen of fouten, zodat er vandaag een heel ander iemand voor je staat. Een etiket blijven handhaven is niet veel minder dan karaktermoord. Het gebeurt op de werkvloer, in sociale milieus, op het wereldtoneel. Migranten zijn terroristen en verkrachters. Politici zijn zakkenvullers. Chinezen zijn kopiisten. Langdurig werklozen zijn luiaards en profiteurs. Vrouwelijke managers zijn ambiteuze manwijven. Klimaatspijbelaars zijn marionetten van extreemlinks. Het is voldoende om een enkele persoon te vinden die in de buurt van die omschrijving komt om een hele groep te stigmatiseren. Dat is de truc. Etiketten zijn de brandstof van wij en zij.

Maar misschien is “jij kan dit niet” nog het ergste etiket van allemaal. Je hebt een idee of droom waar je enthousiast over bent, maar het wordt meteen afgeschoten. “Dit is niets voor jou.” “Je moet je grenzen kennen.” “Jij gaan zingen? Je zingt zo vals als een kat.” Het kan ook schrijven zijn, een zaak openen, een studie aanvatten, een cursus volgen, een recept koken, een avontuurlijke reis maken. Wanneer je hart dat sprongetje maakt maar je omgeving meteen brandhout maakt van je droom, ga je twijfelen. Misschien hebben ze gelijk? Kan best, en toch wil je hart dat je het probeert. Omdat het toevallig wel de weg is die je misschien niet de realisatie van die bepaalde droom oplevert, maar wel die van een andere. Omdat het universum nu eenmaal zo werkt. Omdat we geloven in die synchroniciteit. Het toeval dat geen toeval is. In de wijsheid van de ziel, die ons op de achtergrond onvermoeibaar een geweldig leven blijft influisteren.

Daarom moeten we etiketten van ons afgooien alsof ons leven ervan afhangt. Het hangt er ook vanaf. Als we die droom of dat geweldige ideetje niet volgen, gaan we nu al een beetje dood. We mogen zelfs stoppen met tegen dat etiket te vechten. Het houdt het alleen maar in stand, versterkt het nog. We moeten onze eigen weg volgen. Het etiket is een test voor de krijger in onszelf, die ons doorheen het opwindende leven loodst dat we willen leiden.

Toen de jonge Noorse tiener Sigrid naar een workshop songschrijven ging, vonden de cursusgevers haar ideetjes maar niets. “Je moet het zo doen. Niet zo.” Sigrid verliet de cursus en bleef koppig haar eigen ding doen. Ze vond zichzelf allesbehalve een “untallented loser”. Vandaag treedt ze op in heel Europa met haar aanstekelijke electropop. Ze heeft net haar eerste CD uit, allemaal dankzij die “foute” ideetjes van haar. Op de CD staat een nummer dat gaat over de ervaring in de songschrijfcursus. De titel is toepasselijk “Don’t kill my vibe.” Het werd een hit. De song straalt iets universeels uit. Kwaadheid om het etiket. De kracht van de droom. Het geloof in jezelf. Het ware misschien nog net iets beter geweest indien de titel “Can’t kill my vibe” was. Omdat het dan niet langer refereert naar de strijd, naar die ander die zwaait met dat etiket. En toch. Het is goed zoals het is. Net zoals wij.

Make the world GRETA again

Make the world GRETA again 2“Make the world GRETA again.” De nieuwste klimaatslogan is meer dan een vette knipoog naar de man die zijn land great again wil maken. De voornaam van het kleine Zweedse meisje met de strijdersogen is op minder dan een half jaar voldoende voor wereldwijde herkenning. Geen Pipi Langkous om zonder handschoenen aan te pakken, ondervond ook EU-commissievoorzitter Juncker. In antwoord op de speech van Greta Thunberg kwam hij niet veel verder dan een warrig betoog over ondermeer toiletspoelsystemen. Zijn minachting was minstens even groot als zijn stugheid. Het contrast met Greta’s speech kon niet groter zijn. Ik word telkens weer getroffen door de meerlagige inzichten in haar heldere en krachtige taal, waarmee ze de politici en hun communicatiemanagers het nakijken geeft. Dat was deze keer niet anders. Of wat dacht je van deze zeven zinnen uit het betoog van Greta?

“We hebben een nieuwe manier van denken nodig. Het politieke systeem dat jullie gecreëerd hebben, gaat over competitie. Dat moet stoppen. We moeten samenwerken en de middelen van de planeet op een eerlijke manier delen. We moeten binnen de planetaire grenzen leven in het belang van al het leven. Dit klinkt misschien naïef, maar als jullie je huiswerk hebben gedaan, dan weten jullie dat we geen andere keuze hebben. We vechten niet voor onze toekomst, maar voor iedereen zijn toekomst.”

Vanuit mijn beroepservaring weet ik dat het oplossen van (IT) problemen faliekant afloopt wanneer je niet precies weet welk probleem je aan het oplossen bent. Root cause analysis heet zoiets in het jargon. Voor oplossingen die niet de wortel van het probleem aanpakken hanteren we namen als “plakkers” of “carpet dressing”. Het eerste doelt op een niet duurzame oplossing waarvan je weet dat ze op termijn niet zal voldoen, het tweede gaat over het tijdelijk of permanent onder de mat vegen van het probleem, door camouflage of simpelweg door te hopen dat niemand het zal opmerken, zoals bij de sjoemeldiesels. Ook een klassieker is het snel maken van een ontwerp dat wel voldoet voor een aantal initiële, minimale vereisten, maar niet geschikt is om op te bouwen voor wat je daarna zal nodig hebben, met het risico dat je later vanaf nul zal moet herbeginnen. Gek genoeg is dat exact wat er met veel van de huidige klimaatoplossingen aan de hand is. Omdat we windmolens zetten, electrisch gaan fietsen en de politici in Parijs wat hoopvol klinkende doelstellingen afsluiten, denken we al snel dat we er wel gaan komen. Nog steeds durven we onze levensstijl niet al te veel in vraag stellen en geloven we dat de technologie en de politiek het wel zullen oplossen. Maar is dat ook zo?

Misschien heeft Greta Thunberg nog nooit van root cause analysis gehoord, en toch is het exact wat ze in zeven eenvoudige zinnen voor elkaar krijgt, voor wat momenteel het moeilijkste probleem is dat de mensheid voorgeschoteld krijgt.

  1. “We hebben een nieuwe manier van denken nodig”: met deze zin doelt ze op een nieuw bewustzijn, dat radicaal breekt met oude, materialistische denkbeelden en dito gedragspatronen die naar onze ondergang kunnen leiden. Dit gaat een stuk verder dan de klimaatkwestie. Het gaat over het herstel van evenwicht, het in balans brengen van yin en yang. Traditionele culteren begrijpen al duizenden jaren het belang hiervan. Verbranding is een energie die erg yang is en de planeet uitput zonder kans op herstel. Daarbij gaat het over veel meer dan hoeveelheden CO2. Het gaat over een nieuw bewustzijn dat weer aansluiting vindt met de oude wijsheden en dat gevoed wordt door liefde in plaats van angst, hebzucht en haat.
  2. “Het politieke systeem dat jullie gecreëerd hebben, gaat over competitie”: we hebben een maatschappij gecreëerd waarbij we altijd meer willen hebben. Niet omdat we per se zo hebberig zijn, het zit gewoon zo in onze cultuur en we surfen er niets vermoedend op mee. En als we al veel hebben, willen we dat vooral zo houden en zijn we op onze hoede voor anderen die onze welvaart in gevaar kunnen brengen. Denk maar aan de migratiestromen of de handelsoorlogen. Bovendien is onze westerse levensstijl erg schadelijk voor de planeet. Daarom hebben we een andere niet-competitieve levensstijl en een nieuwe manier van denken nodig.
  3. “Dat moet stoppen”: duidelijker kan het niet zijn. Het is niet voldoende om dezelfde recepten wat bij te sturen, er is gewoonweg een volledig nieuw menu nodig. Maar welk dan?
  4. “We moeten samenwerken en de middelen van de planeet op een eerlijke manier delen”: het nieuwe denken van Greta behelst dat we niet langer de nationalistische of tribale trom slaan. Het vraagt dat we geen muren meer bouwen of emissierechten afkopen in Afrika, of dat we nog maar geloven dat we het klimaatprobleem buiten onze grenzen kunnen houden. Alleen samenwerking kan ons redden, gekoppeld aan een eerlijke verdeling van de middelen. Dat laatste gaat niet alleen over de strijd om olie en ook steeds meer om water, het gaat ook over de ongelijkheid waarbij een handvol mensen evenveel bezit dan de halve wereld, waarbij enkele landen uitpuilen van de welvaart en andere steeds dieper wegzinken in armoede.
  5. “We moeten binnen de planetaire grenzen leven in het belang van al het leven”: wat zijn de planetaire grenzen? Simpelweg, wat de planeet aankan. Als we iets nemen van de planeet, moet het de tijd krijgen om dat weer aan te vullen. Dat heet duurzaamheid, of het nu om visgronden, bomen of grondstoffen gaat. Met grondstoffen bedoel ik dan niet fossiele brandstoffen – die worden sowieso niet aangevuld door de planeet – maar wat er in de grond zit aan mineralen en andere levensnoodzakelijke elementen. Intensieve landbouw put de grond uit, zodat die op niet al te lange termijn dode grond wordt. “In het belang van al het leven” duidt op een houding die niet alleen om de mens draait, maar ook om de dieren, de zeeën, de planten, de bodem en al wat leeft. Greta doelt op de samenhang tussen alle leven, waarbij alles veel meer met elkaar verbonden is dan we aannemen. Ze denkt holistisch en spiritueel, zonder dat ze dat misschien bewust doet of dat zo zou benoemen.
  6. “Dit klinkt misschien naïef, maar als jullie je huiswerk hebben gedaan, dan weten jullie dat we geen andere keuze hebben”: hier spreekt ze vanuit de derde chakra, waarbij ze de zaak op scherp stelt. Dat is nodig, omdat de waarheid maar niet doordringt. En die waarheid is dat we geen tijd te verliezen hebben om dat nieuwe bewustzijn en de daaraan gekoppelde aanpak op de mat te brengen. Daarom zal ze dit blijven herhalen, zoals ze zelf aangeeft.
  7. “We vechten niet voor onze toekomst, maar voor iedereen zijn toekomst”: dat is niet zomaar een respons op het feit dat enkel de jeugd een probleem zou hebben, je voelt dat ze dat meent. Ze wil zich echt inzetten voor het voortbestaan van de planeet zodat iedereen er wel bij vaart, als een soort van onbedoelde nieuwe messias. Mocht iedereen dat zo zien, dan leefden we vandaag in een totaal verschillende wereld.

Misschien klinkt wat Greta vertelt ons niet prettig in de oren. Misschien zouden we liever hebben dat ze haar mond houdt. Misschien geloven we in complottheorieën die van haar een pion of marionet maken in een vuil achterkamerspelletje. Misschien willen we haar op een zwak moment gewoon de les spellen. Maar als we eerlijk zijn, weten we dat Greta in alle eerlijkheid streeft naar de liefdevolle maar harde waarheid en ons simpelweg daarmee confronteert. We zouden blij moeten zijn dat iemand de noodzaak van een nieuw bewustzijn zo expliciet en krachtig op ons bord serveert. Aan ons om die uitnodiging op te pakken, voor de spiegel te gaan staan en diep in onszelf te voelen wat we in dit verhaal te doen hebben. Als het die soul search is die Greta mondiaal teweeg brengt, dan is “Make the world GRETA again” nu al het beste wat de wereld in 2019 overkomen is.