Wolven op intensive care

wolf-2559391_1280Het idee voor een sjamanistische reis op de Corona afdeling ontstond toen ik patiënten in buiklig zag, als vissen happend naar zuurstof uit beademingsmachines. De houding zorgt voor een betere doorbloeding van de longen. De patiënt wordt daarbij in een kunstmatige slaap gehouden, waaruit hij wel of niet meer zal ontwaken. “Ga ik nu dood?” vroeg een patiënt, net voor hij in zo’n slaap werd gebracht, dat getuigt een intensivist in de krant. “We gaan alles doen om je erdoor te halen,” luidde zijn eerlijke maar weinig geruststellende antwoord. De patiënt was als een astronaut, die voor de lancering van de raket in zijn krappe capsule gegidst wordt en hoort hoe de deur achter hem gezekerd wordt. Nu staat hij er alleen voor, rondzwervend in de schemerzone tussen leven en dood.

De link met de wereld van het sjamanisme klonk steeds luider. In traditionele culturen zijn trance reizen een gekend ritueel. De sjamaan zingt en/of trommelt, terwijl de persoon die de reis naar andere werelden onderneemt in een bepaalde houding zit of ligt. Het soort houding bepaalt de intentie van de reis en het soort ervaringen die zullen beleefd worden. Het kan bijvoorbeeld gaan om het verwerven van diepere inzichten of om een healing te ontvangen. Liggende houdingen zorgen doorgaans voor reizen in de onderwereld, met grotten, onderaardse meren, grootse landschappen en krachtdieren vol symboliek. Vaak onderneemt de sjamaan zelf de reis, hij is immers de schakel tussen de mensenwereld en die van de spirits.

SamiPosture

Er bestaat een prent uit 1673 waarop zo’n ritueel staat afgebeeld bij de Sami, het traditionele rendiervolk uit Scandinavië. Een sjamaan ligt op zijn buik met zijn trommel op zijn rug, zijn rechter enkel over de linker. Een begeleider trommelt hem de trance in. Het is de enige bekende sjamanenreis met een houding in buiklig. Ik vroeg me af of zo’n Sami ritueel me op een of andere manier zou kunnen verbinden met de Covid patiënten, die in een gelijkaardige houding in een andere wereld vertoeven. Deze week deed ik de test. Het was behelpen, zo in eigen kot, maar gelukkig heb ik een CD met een sjamanentrom. Dit is mijn relaas.

Ik beland bijna onmiddellijk op een afdeling vol Corona patiënten in buiklig. Het is nacht en de ruimte wordt gevuld door het betrouwbare ritme van de beademingsmachines. Op monitors tintelen getallen. Ruggen en borstkassen rijzen schier onmerkbaar zachtjes op en neer. Ik krijg het beeld van baby’s op een moederbuik of beter gezegd, kwetsbare patiënten liggend op de buik van Moeder Aarde. Over de vloer beweegt iets, het is een slang, dan nog een. Het duurt niet lang of op elk bed kronkelt wel een slang over de patiënt. Ze hebben niets dreigend of luguber in de zin, ze zijn hier enkel als krachtdier. De slang heeft de unieke gave om zijn oude huid te kunnen afwerpen en te vervangen door een nieuwe. Daarom staat hij symbool voor vernieuwing, genezing en wedergeboorte. Ze ondersteunen de patiënt bij dat proces. Degenen die het overleven zullen het leven door een nieuwe bril bekijken, dankbaar voor het herstel. Meer verbonden met hun geliefden, met de spirituele wereld. Hun transformatie zal aan hen een nieuwe, diepere dimensie van het leven onthullen en hun ziel doen groeien in wijsheid en in liefde. Maar voor zij die het niet zullen halen staat er een minstens even grote transformatie op til. Een die zal leiden naar een wedergeboorte in de spirituele wereld.

De slangen verdwijnen, ze ruimen plaats voor een roedel wolven die zich gedisciplineerd in de ruimte installeren, elk aan het voeteinde van een bed. Daar zitten ze neer als wakers, alert en kijkend naar de leidster van het gezelschap, een witte wolvin. Wolven creëren orde in de chaos, ze brengen balans. Het zijn ook familiedieren, trouw en zorgzaam voor elkaar. In dat opzicht zijn ze het verlengstuk van de dokters en het verplegend personeel in de spirituele wereld. De wolven waken over de patiënten en zorgen ervoor dat ze niet zullen verdwalen in de wereld waarin ze zijn terecht gekomen. Niemand voelt zich alleen of bang in hun geruststellende nabijheid.

Dan gebeurt er iets bijzonders. Een patiënt staat op het punt om over te gaan. De witte wolvin merkt dit op, springt op het bed en gaat naast de man zitten. “Je hoeft niet bang te zijn,” brengt hij telepatisch over. “Ik ken de weg.” In de Griekse oudheid vormt de rivier Styx de grens tussen leven en dood. Veerman Charon vervoert de zielen van de gestorvenen over deze rivier naar de overkant, naar het rijk van de doden. Net deze week is er in de Kempen meermaals een wolf gesignaleerd. Deze wolf is er kennelijk als eerste in geslaagd om het Albertkanaal over te steken. Geen sinecure, naar de overkant zwemmen is omwille van de steile betonnen oevers bijna zelfmoord voor een wolf. Maar het zijn zo’n intelligente spoorzoekers dat ze zo’n situatie goed kunnen inschatten. Misschien vond hij een plek met een trap in de oever of vond hij een brug waar hij low profile over kon. De weg vinden en tonen aan soortgenoten is een talent van de wolf. Zo toont de witte wolvin ook de weg aan de gestorven man. Zij is de gids over zijn rivier naar de overkant, waar de ziel van de man veilig wordt afgezet. De wolvin wordt bedankt, ze nemen afscheid.

De ziel wordt getrokken naar een plek vanwaar tromgeluiden opstijgen. Hij gaat ernaartoe en komt terecht bij Sami, gehuld in rendiermantels en zittend in een kring. Een sjamaan, duidelijk de leider in dit ritueel, trommelt met gesloten ogen. Er heerst een soort van opwinding. De ziel ziet hoe een dode persoon op een draagbaar naar de kring wordt gebracht en in het midden neergelegd. Het is patiënt nul, de allereerste Chinese drager en slachtoffer van het virus. Er wordt gezongen en eer betoond aan deze man, die een goddelijke opdracht heeft volbracht. Hij is het, die zich heeft opgeofferd om een noodzakelijke transformatie op Aarde in gang te zetten. De ziel van de man ziet dat hij niet alleen is. Ook de zielen van alle andere Covid doden staan rond de kring en lijken met een energetisch koord met elkaar verbonden. Ook hij wordt ermee geconnecteerd. Er komt een adelaar aangevlogen, terwijl de sjamaan zijn getrommel intensifieert. De adelaar grijpt patiënt nul en vliegt ermee weg, samen met alle met alle andere zielen, verbonden in een soort van DNA-streng. De adelaar gaat steeds hoger, tot ze allemaal uit het zicht verdwijnen en liefdevol ontvangen worden door de Grote Geest. De sjamaan stopt met trommelen en zingt een danklied. De Sami luisteren ademloos. “Het is volbracht,” zegt de sjamaan en glimlacht. In de verte huilt de witte wolf.

 

Breek uit uw (mentale) kot. Ik meen het!

SawsharkKent u Kaya al? Ze dook zomaar op tussen de lawine aan Coronaberichten. Ik was er instant wild van. Kaya is een nieuwe haaiensoort, onlangs ontdekt in de Indische oceaan. Ik was al lang blij om eens iets te lezen dat niets met Corona te maken had. Anything. Maar Kaya liet me niet meer los, net zoals het virus al wekenlang iedereen in de ban houdt. Wtf?

Kaya’s bek ziet eruit als een kettingzaag. Elke mogelijke prooi denkt bij haar aanblik meteen aan de “Texas chainsaw massacre” en zwemt zich spoorslags uit de vinnen. Dat lukt niet altijd. Zo maken we kennis met nog een vaardigheid van Kaya: met diezelfde moordbek hakt ze haar prooi als een keurslager in hapklare brokken. Voor zichzelf, wel te verstaan. Vissen die hoopten op een nieuwe traiteur in de zwemstraat kloppen op hun kin. De wetenschapper beschrijft Kaya’s bek als het equivalent van een multifunctioneel, Zwitsers zakmes. Maar er is nog iets. Iets waar ik zonder Corona nooit zou zijn opgekomen.

In ons immuunsysteem krioelt het niet alleen van de Zwitserse zakmessen zoals killer T-cellen, Special Forces die mits een Rambo-nummertje kipkap maken van een virus, onze afweer bezigt een war room waarbij elk state-of-the-art hospitaal verbleekt. Haar soldaten zijn even divers als het allegaartje helden die in The Lord of The Rings de orks van slechterik Saruman bekampen. Macrofagen, bijvoorbeeld, zwelgen als overijverige Pacmannetjes indringers met huid en haar naar binnen. Dendritische cellen zijn de verkenners in de voorpost: vanuit het struikgewas whatsappen ze aan T-cellen wat voor soort vijand ze in de smiezen hebben en welke logistiek er nodig is om de target uit te schakelen. B-cellen produceren vervolgens in hun ateliers aan een waanzinnig tempo antilichamen en laten die door Deliverookoeriers op de virusmacho’s plakken, als Dalton voetboeien die hen beletten om gezonde cellen binnen te dringen. Het immuunsysteem is behoorlijk rancuneus en slaat elke indringer op in haar olifantengeheugen. Voor verzoensessies met een bemiddelaar bedankt ze met een monkellachje. Volgende keer staat de voorhamer of Walther PPK gewoon klaar om diezelfde indringer een lesje te leren: “Wat komt gij hier nog zoeken, loser?” Maar wat als er een indringer opdaagt die nooit eerder is gezien en zich als een te duchten tegenstander profileert? Eentje die ons met een blitzkrieg en grof geschut op snelheid tracht te pakken? Een contingent Covid 19?

In de war room staat de telefoon meteen roodgloeiend. Er wordt koortsachtig gezocht in de immense bibliotheek aan antilichamen, maar geen enkele blijkt geschikt voor het nieuwe gevaar, als een slotenmaker die ondanks een gigantische sleutelbos geen enkel exemplaar vindt voor die kleredeur. Vooralsnog geen paniek: de ingenieurs worden uit hun bed gebeld en gaan stante pede aan de slag om een nieuw antilichaam te ontwerpen. Het opleveren van dat staaltje hightech is cruciaal om de nieuwe indringer onschadelijk te maken, weten ze. Daar zijn ze best goed in, ook al kost het de nerds van het immuunsysteem tot een week of langer om het nieuwe antilichaam uit te rollen. Soms is dat too little too late, meestal niet. Aan zelfvertrouwen ontbreekt het ze zeker niet. Is hun eigenaar immers niet nog altijd in leven, terwijl die geen benul heeft van de miljoenen aanvallen die al gepareerd zijn? Er komt dagelijks nogal wat troep langs en die beperkt zich lang niet altijd tot wat GAS-boeteachtige overlast. Een zware jongen als Covid 19, dat gaat voor elk immuunsysteem van behoorlijk schrikken tot regelrechte paniek. “Houston, we have a problem,” berichten de dendritische cellen in koor.

Kaya, de nieuwe zaaghaai, genoemd naar de dochter van de wetenschapper die ze heeft beschreven, zwemt twee- tot driehonderd meter diep onder het oppervlak van de Indische oceaan. In het pikkedonker. Ware het niet dat ze ’s nachts voor de jacht naar ondiep water stijgt en op die manier voor de eerste keer in haar geschiedenis per ongeluk in een visnet is beland, we zouden nooit over haar bestaan geweten hebben. De cellen van ons immuunsysteem zijn onze Kaya’s. Onbereikbaar diep zwemmen ze ergens in ons rond en leiden een opwindend leven waar we geen benul van hebben. De sterke verhalen die ze ’s avonds over de exploten van de dag tegen elkaar opdissen zijn een ver-van-ons-bedshow. Zelfs wanneer we bij griep zieltogend in de sofa onder ons fleecedekentje kruipen, krijgt onze onvermoeibare topafweer niet onze onverdeelde aandacht. Geen aandacht tout court. Met korrelige stem vragen we om een honingdrankje en slapen de klok rond. Klaar.

Toen vijftien jaar geleden het lekkende darm syndroom me een jaar lang teisterde, was ik op een dag de wanhoop nabij. Ik woog inmiddels 10 kilo lichter. Onder de kerselaar las ik een pocketboekje over lichaamscellen. Die hebben zelf ook een bewustzijn, beweerde de auteur. Straf, dacht ik, en nam meteen de proef op de som door een oefening in het boekje uit te proberen. Het resultaat was verbijsterend: mijn cellen leken te reageren op mijn contactname onder de vorm van een soort collectieve trilling, een gevoel dat moeilijk te omschrijven valt maar heel erg tastbaar was. De reactie was het sterkst toen ik mijn dankbaarheid naar ze uitdrukte. Sinds ik dit ontdekte, kwam er een kentering. Meer nog, na die enge ziekte ben ik nooit meer ziek geweest, een verkoudheid niet te na gesproken. Ik voel me veel sterker verbonden met het lichaam dat me huisvest en met haar niet aflatende inspanningen om het gezond en wel te houden, het immuunsysteem op kop. Het is voor mij dan ook niet zo vreemd om het immuunsysteem regelmatig te bedanken. En om te vragen wat het zoal te zeggen heeft over Corona.

‘Wij worden al te vaak bekeken als een geoliede vechtmachine, als een brok biologie,’ vang ik op. ‘Dat is erg kortzichtig: wij zien niet alleen een onderdeel van jullie bewustzijn, we zijn met alle andere immuunsystemen in de wereld verbonden in een collectief veld. Lang voor jullie erover hoorden, hadden wij al weet van Corona. Morfische resonantie, noemen jullie dat. Meer nog dan uit te vissen hoe ons tegen dit virus te verdedigen, begrijpen wij ook de hogere bedoeling van Corona. Dat de wereld tot stilstand is gebracht om de mensheid te helpen bij een ongeziene bewustzijnssprong. Quarantaine en stilte als ingrediënten voor het uitschakelen van de automatische piloot aan doe-patronen. Het zijn triggers voor een zijnstoestand waarin het contact met jullie hogere bewustzijn kan worden hersteld.” Cliché, denk ik. En ook waar. Maar wat precies is dat bewustzijn?

“Wat jullie het normale denken noemen, is niet dat bewustzijn. Jullie innerlijke beleving spitst zich veelal toe op oeverloze meningen en discussies, met het halen van een of ander gelijk als equivalent van likehonger op sociale media. Jullie raken niet alleen uitgeput door emoties als angst en kwaadheid, ook door de mentale vertalingen ervan, de verhalen die jullie errond breien, verspreiden en in stand houden, soms levenslang. Pas wanneer de stilte in jullie denkstorm neerdaalt, kunnen jullie weer contact maken met de ziel. In het bijzonder waarom ze in dit lichaam, op deze plek en tijd vertoeft. Vele zielen hebben er namelijk precies voor gekozen om deze boeiende en uitdagende tijd te kunnen meemaken, in de wetenschap dat dit een unieke opportuniteit is. Ze weten dat vanuit deze chaos, innerlijk en uiterlijk, oude patronen eindelijk kunnen opgeruimd worden en plaats maken voor een terugkeer naar het goddelijke in jullie zelf. Breek daarom uit jullie mentale kot en omarm deze kans, ik meen het! Een grotere kans voor een nieuw niveau van bewustzijn in jullie leven komt misschien niet meer. Een bewustzijn dat meer en meer gestuurd wordt door jullie hart en ziel. Dat is de transitie die Corona in de zin heeft. En omdat wij onderdeel zijn van het trillingsveld dat jullie creëren, reflecteert dat bewustzijn ook op ons. Wij behoren tot hetzelfde veld en evolueren mee, samen met de strategieën waarmee wij aan jullie zijde staan. Op fysiek niveau zien wij Covid 19 als een gevaarlijke indringer en halen alles uit de kast om die te bemeesteren – meestal met succes, op bewustzijnsniveau is het voor ons geen vijand, eerder een goddelijke boodschapper. Laat dit duidelijk zijn: wij hebben het beste met jullie voor en zijn altijd een onvoorwaardelijke bondgenoot. Omdat we van jullie houden en de grootste supporter zijn van jullie zielsopdracht in dit leven. Het komt goed. Namaste.”

Kaya de zaaghaai is niet voor niets gestorven in een Oost-Afrikaans visnet. Ze werd de metafoor voor dit stuk en deze reflecties, die ook mezelf raken. Vandaag nog liet ik me lokken in een discussie op fb. Of het gaan voor snelle groepsimmuniteit toch niet beter was geweest. Ik voelde al snel dat het ging om het halen van een soortement gelijk. Een mentaal worstelpartijtje zoals er voor Corona elke dag op televisie te bewonderen waren, met politici als absolute kampioenen. Maar ook ik deed vrolijk mee, en met mij zovele anderen. Misschien zijn de politici slechts spiegels in ons mentale labyrint.

Als ik van dat mentale spel wegblijf en in de natuur vertoef, ondervind ik steeds meer in deze periode, gebeurt er iets heel anders. Een tijdje geleden werd hier de tuin stevig onder handen genomen, er komt gras waar vroeger groeigrage coniferen en klimop de plak zwaaiden. Verbaasd bleef ik deze namiddag de klimopwortels uit de grond trekken, vaak niet zonder slag of stoot. Ze lijken schier onuitroeibaar. Ook dat werd plots de ultieme metafoor. De klimop is die wereld van drukdoende gedachten, kwam het me voor. Ze doen niets liever dan er steeds meer van te produceren en de volledige bodem te bedekken. Nu ik de laatste wortels uit de grond haal, komt er een rust in de tuin die ik niet eerder heb ervaren. Een leegte, een bewustzijn dat er altijd is geweest maar altijd overwoekerd was. De vraag hoe ons leven er na Corona gaat veranderen, krijgt uit die stilte nieuwe antwoorden. Wat ga je anders doen? fluistert de ziel. Ga je blijven rennen? Zal jouw jacht voor meer van dit of dat weer geopend zijn? Wat vind je echt belangrijk, iets dat je leven echte vervulling zou geven? Een droom die nog steeds je hart beroert maar die je tot nu onbereikbaar achtte? Een oud dispuut dat bijgelegd wil worden? Iets waaraan je halsstarrig vasthield maar klaar is om los te laten voor iets nieuws? Meet je succes af aan hetgeen je hebt moeten opgeven om het te kunnen bereiken, zegt de Dalai Lama. Dat zijn de vragen die er toe doen.  Dat is zielentijd. Nu.

Kaya zwemt weer rustig in de diepten van de Indische oceaan en in het immuunsysteem heerst de gebruikelijke bedrijvigheid. Het witte laken uit de ramen is ook voor jullie. Nu nog een clean sheet in de geest. Distancing van elkaar en ons mentaal. In de stilte van ons kot horen we de ziel. Shhht, hier wordt geluisterd.

Een ongewoon gesprek met Corona

Coronavirus‘Hallo.’ Een man met een hoofd als de stekelige Coronabol in de tv-journaals komt van tussen de bomen op me af. Ik deins achteruit en wil het op een rennen zetten uit het bos.

‘Vrees niet,’ spreekt de mannenstem. Midden in het Coronahoofd bevindt zich een soort van mond. Wanneer hij spreekt beweegt die grappig, als bij een tekenfilmfiguur. Ogen zijn er niet, enkel taaie uitsteeksels die als een kroon de bol omspannen. Ik laat mijn vluchtplan varen en draai me om naar hem.

‘Ik heb geen kwaad in de zin,’ probeert de man me verder gerust te stellen. ‘Laat ons op die bank plaatsnemen en een praatje houden.’ Hij wijst naar een verweerde, houten bank naast het pad.

‘Oké, maar jij zit op het ene uiteinde en ik op het andere.’

‘Anderhalve meter?’ lacht de tekenfilmmond.

‘Er valt niets te lachen. Door jou zijn al duizenden mensen gestorven, capito? Who the fuck ben jij eigenlijk?’ Er valt een stilte, gevolgd door een zucht die zowel van een briesje door het bos als van Mister Corona afkomstig zou kunnen zijn.

‘Het zal je misschien verbazen, maar ik ben in wezen een goddelijke boodschapper, die het beste met de mensheid in de zin heeft.’ Ik weet niet of ik moet lachen of huilen. Ik voel me vooral kwaad worden. Razend.

‘Nu hebben we het helemaal gehad,’ snauw ik Corona-mans toe. Ik draai me een kwartslag naar hem toe en plant mijn ellenboog op de rugsteun: ‘Doodsklokken kloppen overuren, patiënten vechten voor hun leven en zowat de hele samenleving ligt er groggy bij. En jij claimt doodleuk een goddelijke boodschapper te zijn?’

‘Yep.’

‘Ga weg.’ Dat lijkt Mister Corona geenszins van plan. Ik moet denken aan Bondfilms, stel me voor dat ik mits een episch worstelpartijtje de vijand tegen de grond werk en uitschakel met een nekschot, waarna ik een denkbeeldige rookpluim van de loop blaas van mijn Walther PPK. Mensheid gered, de aftiteling kan beginnen.

‘Ten eerste,’ steekt de bizarre virusman van wal, ‘voor de mensen die sterven wordt enorm goed zorg gedragen, zoals voor elke ziel die overgaat. Deze zielen wilden maar al te graag meewerken aan dit goddelijke plan.’

‘Vertel dat maar aan de nabestaanden.’

‘Kijk, in het Westen bekijken jullie de dood veel te negatief. Een naderend einde is net vaak de trigger voor een ongeziene bewustzijnssprong, de brug naar een spirituele ontwikkeling waar elke ziel naar snakt. Dat is zo wanneer je sterft van Corona en ook van eender welke andere oorzaak. Jullie zijn zo geobsedeerd geraakt op de kwantiteit van leven, jullie gaan prat op levensverlengende doorbraken allerhande maar zijn onderweg de nood aan kwalitatieve invulling vergeten. Verder dan wat me-time of een meditatiegroepje komen jullie amper. Jullie hollen gewoon maar door.’

‘Geen slecht marketingpraatje,’ onderbreek ik zijn sermoen. ‘Moeten we dan maar gewoon allemaal gaan sterven? Collectief nog snel even een rondje bezinnen, een mystieke mantra hummen en de laatste doet het licht uit? Is het dat wat je wil?’

‘Nu spreek je vanuit je emotie en niet vanuit je ziel. Je bent nog steeds kwaad, zelfs een tikje sarcastisch als ik dat mag zeggen.’

‘Touché.’ We kijken beiden op van een buizerd die komt aangefladderd. Het is me nog steeds een raadsel hoe ze met die brede vleugels nooit iets raken terwijl ze laag tussen de bomen zoeven.

‘Ik was nog niet klaar,’ brengt hij me weer bij de les. ‘Het contact met jullie hogere bewustzijn is door al die heftige emoties ondergesneeuwd geraakt. En zelfs jullie gevoelens overschaduwen elkaar. Angst en kwaadheid domineren op het wereldpodium, maar het grote verdriet eronder schuwt al te vaak het daglicht. Het is geen toeval dat het virus vooral de longen raakt.’ Op een vreemde manier voel ik me steeds meer op mijn gemak bij de man. Zijn stem is vriendelijk en zacht. Zonder die akelige viruskop zou je er zonder problemen in de koffiebar een praatje mee aangaan.

‘Nu je het zegt, waarom de longen?’ Mijn interesse is gewekt. Ik ontspan en ga met opgetrokken knieën op de bank naar hem toe zitten.

‘Het is geen toeval dat de uitbraak in China begon. Er is namelijk een verband met de Chinese vijf elementen: vuur, aarde, metaal, water en hout. Corona is een crisis van het metaal element. Het belangrijkste orgaan dat met dit element verbonden is zijn de longen, op hun beurt weer gekoppeld aan verdriet, de dominante emotie van metaal. Dit gaat om het verdriet van Moeder Aarde. Om haar zwaar aangetaste longen.Haast letterlijk opgebrand. Tegelijk raken jullie zelf ook opgebrand in de race naar almaar meer materiële welvaart en luxe. In die mate, dat dit nog het enige doel van jullie lijkt op Aarde. Doen en hebben, daar lijkt het nog maar alleen om te gaan. Voor zijn is geen plek meer, laat staan voor bewust-zijn of spirituele evolutie. Zo gaan jullie de ondergang tegemoet, samen met Moeder Aarde. Inderdaad: het lijden van alle patiënten met aangetaste longen vertolkt de pijn en het verdriet van Moeder Aarde. Haar atmosfeer, haar adem is aan het dichtslibben met smoggerige troep. Ze stikt. Tegelijk raken rivieren, zeeën en oceanen, het water van Moeder Aarde, dramatisch verontreinigd met plastiek en chemicaliën, zonder uitzicht op veel beterschap. En het enige wat jullie kunnen denken is: dat dit maar snel weer over is zodat we weer kunnen overgaan tot de vroegere rituelen van de dag, tot business as usual. Dit verdriet is de sadness of the souls. Vele zielen op deze planeet weten al lang dat er een grote omslag nodig is en gaan gebukt onder een immense droefheid over het uitblijven daarvan.’ Iets in dat laatste raakt me en bijna pleng ik een traan, terwijl een ander deel in me zich halsstarrig blijft verzetten.

‘We doen al best veel, toch? Kijk maar naar de recyclageparken. Wij, Vlamingen, zijn sorteerkampioenen,’ opper ik fier. ‘En de klimaatplannen worden almaar ambitieuzer.’

‘Niet meer dan anecdotische gewetenssussertjes. Eigenlijk willen jullie gewoon verder doen. Een tijdelijke crisis, noemen jullie het in de media. Een oorlog die moet gewonnen worden, om vervolgens dezelfde doemdraad weer op te pikken. Maar het is geen tijdelijke crisis. Corona is een tijdelijke oplossing, en dat voor een crisis die al decennialang aan de gang is. Een crisis van Moeder Aarde, een crisis in jullie zelf. Jullie hebben niet eens door hoezeer alles en iedereen daarin met elkaar verbonden is. Het is ronduit verbijsterend hoe jullie de tak afzagen waarop jullie zitten. De afgrond lonkt. Alleen een drastische ingreep kon nog voorkomen dat jullie er met open ogen intuimelden.’ Het briesje in het bos is uitgegroeid tot een heuse windvlaag, die het gebladerte doet ruisen en de dunnere stammetjes heen en weer wiegt.

‘Stel dat je gelijk hebt, beste mister Corona, op welke manier ben jij dan in godsnaam een oplossing voor de crisis?’

‘Door jullie tot stilstand te brengen, tiens. Ik rol de rode loper uit om te gaan reflecteren in welke wereld jullie morgen willen wakker worden en leven. Jullie gedragspatronen zijn zo’n automatisme geworden dat jullie geen benul meer hebben. Dit is geen tijd om Netflix series te bingewatchen of een sixpack met trappistenbier soldaat te maken.’

‘Jij praat niet als een goddelijke gezant. Eerder als een Insta kid.’

‘God gaat heus wel mee met de tijd. Het zijn jullie die God hebben weggezet als een Bijbelse baardmans die een braambos in de fik steekt en een zee in tweeën splijt. Maar God heeft altijd een hoger plan. Veel meer dan een Insta kid wil hij het nieuwetijdskind in jullie wakker maken. Het deel in jullie dat wel zorgzaam omgaat met Moeder Aarde en elkaar, in de eerste plaats met jullie zelf. Het deel dat niet holt achter meer van dit of dat. Dat simpelweg stopt met rennen achter doelen die hooguit een kortstondige kick of dopaminestoot geven, maar nooit echt vervullen. Duurzaam, solidair en verbonden, die woorden moeten jullie nieuwe hashtags worden. Niet die hippe SUV of weekendtrip naar Barcelona.’

‘Voor een preek kan ik ook gewoon naar de kerk gaan.’ Ik heb me weer recht op de bank gehesen, vouw mijn handen tegen elkaar en staar naar de grond. De Corona-man versaagt niet.

‘Je kan ook gaan voor een nieuw niveau van harde maar liefdevolle eerlijkheid,’ stelt hij onverstoorbaar. ‘Eerlijkheid met jezelf en met de wereld. Dit is een tijd om te bezinnen over hoe die nieuwe wereld vorm te geven, hoe met zijn allen die grote transitie te maken. Razend spannend, dat wel, maar noodzakelijk om als ziel de stap te zetten waarvoor jullie in dit leven altijd al wilden gaan. Herinner je waarvoor je werkelijk op Aarde bent gekomen. Herinner je wie je in wezen bent.’

‘Zo gemakkelijk is het allemaal niet,’ zucht ik.

‘Zo gemakkelijk als na een perfecte krul van Kevin De Bruyne de bal in een leeg doel te koppen, tenminste indien jullie alle emoties zouden toelaten in plaats van ze weg te duwen. Voel en beleef ze intens en laat ze dan los, samen met alle starre denkpatronen die jullie gedrag in stand houden. Eens jullie door die barrière heen zijn, ontstaat alles vanzelf op manieren die jullie niet voor mogelijk achtten. Jullie verzetten tegen het goddelijke plan is niet onmogelijk, er is altijd de vrije wel, maar dat zal tonnen energie kosten en een nog pijnlijker afloop kennen. Besef dat dit plan er is om jullie te helpen, niet om jullie te dwarsbomen.’

‘Daar hebben we anders nog niet veel van gemerkt.’

earth-11015_1280‘Dan zijn jullie ziende blind. Waar vroeger dikke smog over miljoenensteden hing, ademt iedereen nu zuivere en frisse lucht. In de kanalen van Venetië kan je voor het eerst in tijden weer de bodem zien en zwemmen de dolfijnen rondjes. Balkongezangen verwarmen dagelijks de harten en verbinden mensen over elke rang en stand. De solidariteit onder mensen en de wil om een gezamenlijk doel te bereiken is nog nooit zo unaniem en sterk geweest. Wanneer in de wereld alle neuzen in dezelfde richting wijzen, en dat is op dit moment meer het geval dan ooit tevoren, dan is alles mogelijk. Een duurzame en eerlijke economie, niet langer dat niets ontziende winstbejag. Een opgeschoonde planeet, niet langer die massale uitstoot van fossiele brandstoffen of dat dumpen van plastiek. Een solidaire en wat tragere samenleving waarin iedereen meekan, waar generaties, rassen, kleuren en voorkeuren harmonieus samenleven. Moet ik nog doorgaan?’ De buizerd vliegt op en sjeest als een acrobaat tussen de bomen.

‘Zie je die vogel? Zo’n brede vleugels en toch raakt hij niets in dit dichte bos. Omdat hij zo in de flow zit, dat hij met vertrouwen rakelings langs alle obstakels vliegt. Net zo elegant als water dat moeiteloos rond een steen in de rivier vloeit. Dat kunnen jullie ook. Gezonde lucht en longen maken het mogelijk om te leven, maar water evenzeer. Zonder water geen leven. Jullie moeten terug de vrouwelijke natuur in jullie naar boven halen. Eerst zijn, dan pas doen. Rust en herstel. Reflectie en meditatie. Vernieuwing. Hergeboorte.’

‘Gaat het virus dan weg?’

‘Als sneeuw voor de zon. Het virus is een metafoor. Eens je die begrepen hebt, vervalt mijn reden tot bestaan. En als ik nog een tip kan geven…’

‘Behalve anderhalve meter afstand houden, in ons kot blijven en onze handen wassen als dwangneuroten?’

‘Een krachtvoorwerp kan je extra bescherming geven, dat extra zetje. Meer bepaald een icosahedron.’

‘Pardon?’

Icosahedron2jpg‘Een metalen of kristallen balletje dat gevormd wordt door precies twintig driehoekige vlakken. In plaats van een rush op wc-papier waren jullie beter gaan rennen voor een icosahedron. Dat sacrale voorwerp is verbonden met het vrouwelijke waterelement en staat voor het begin van een nieuw bewustzijn. Wanneer je vastzit in automatische en starre emoties en denkpatronen, zal dit je helpen die te doorbreken. Wanneer dat lukt zal je zielsopdracht weer helder worden en loopt het realiseren van dat nieuwe bewustzijn als vanzelf. Verwacht je aan het onverwachte met dit krachtvoorwerp, soms heftig, in jullie levens en op Aarde, maar steeds in de goede zin. Het is tegelijk een talisman en een geheime coach. Lukken jullie in die grote en langverwachte doorbraak, dan wordt die onmogelijk geachte droom werkelijkheid. Die droom van een hele mensheid.’

De Corona-man overstelpt me met nog meer weetjes. Zo legt hij uit dat het genoom van een verkoudheidsvirus verpakt is in een proteïnenschil, precies in de vorm van zo’n icosahedron, maar dat een Coronavirus dergelijke schil heeft afgeworpen en zich daardoor ongebreideld heeft ontwikkeld en zichzelf daarbij van allerlei vervelende snufjes voorzien. Zo blijkt het Coronavirus erg slordig in het copiëren van zijn RNA, de virustegenhanger van DNA. Het maakt bij die operatie constant fouten zodat mutaties aan de orde van de dag zijn. Die leiden dan weer tot nieuwe, al dan niet schadelijker eigenschappen. Net zoals de mens een almaar grotere impact heeft op de Aarde en zo een negatieve, oncontroleerbare spiraal in gang aan het zetten is. Kettingreacties die niet meer te stoppen zijn. Ook daar blijkt Corona weer een metafoor. Zo in het groot, zo in het klein. Zo boven, zo beneden.

‘Daarom,’ besluit hij, ‘is het opschonen van jullie blauwdruk zo van belang. Gebruik die thuisquarantaine om af te stemmen op de fluisterende stem van je ziel in plaats van mee te surfen op het opbod aan schreeuwerige bezigheidstherapieën. En zet die smartphone eindelijk eens uit.’ De Corona-man staat recht en dus doe ik dat ook. We kijken elkaar aan. Even vraag ik me af of hier een knuffel van gaat komen. Dat lijkt me alsnog riskant.

‘Mij moet je niet omhelzen,’ raadt hij mijn gedachten. ‘Omhels eerder de stilte in jezelf. Omhels de les die ik je verteld heb. Luister naar je ziel en alles komt goed.’ En weg is hij. Zijn silhouet verdwijnt tussen de bomen, terwijl ik verweesd maar hoopvol achterblijf. Zijn boodschap is niet makkelijk en had wat vriendelijker gekund,. Maar soms moet je geschud worden of er gebeurt niets. Dat besef ik ook, samen met: yes we can. Ik wuif hem na, hij is al verdwenen, neem de uitdaging aan. Dit is het grote schudmoment voor de mensheid. Onze big shake-up, zoals in een sneeuwbol, waarna alle hectiek naar beneden dwarrelt en de stilte ons leidt naar nieuwe horizonten. Naar een nieuw evenwicht, een nieuwe wereld. Nu is het aan ons.

De man in 7 brokken of hoe word je een echte man?

7-chakras-meditate2Wat is een echte man? Het stoere type met trendy outfit en het hart op de juiste plaats doet de laatste tijd een gooi naar de oppergaai. Een Tom Waes. Rudi Vranckx. Mannen die geen uitdaging schuwen en zich tegelijk laten raken tot onder de bast. Ze gaan op zoek naar menselijke verhalen over moed, broederschap en liefde op zowel hoopgevende als troosteloze plekken, soms in hellegaten. Of ze de definitie van een echte man zijn, weet ik niet. Er zijn nog tig andere talenten en karakters die in aanmerking komen: de ene een vat vol spirituele wijsheid of eerder down-to-earth, de andere een begenadigd denker of ethisch ondernemer. Een Ton van der Kroon of een Yuval Noah Harari, om er twee te noemen. Al deze mannen hebben gemeen dat ze de wereld op hun manier een stukje beter willen maken. Ze gaan voor dat kleine verschil dat ertoe doet, voorbij de anecdote of het cliché.

Soms lijkt het alsof er grofweg maar twee soorten mannen zijn. De vermelde “echte” mannen waar we naar opkijken, en daarnaast de brokkenmakers die er overal ter wereld een potje van maken. Dat gepolariseerde en simplistische plaatje klopt echter niet. Tussen die twee uitersten bevindt zich nog een breed spectrum aan mannen die op zoek zijn naar hun plek en identiteit, en dat in een wereld in – heftige – verandering. Omdat de brokkenmakers veel meer opvallen, kunnen we er niet omheen. Het idee ontstond om deze mannen eens te bekijken vanuit een niet alledaagse invalshoek: de chakra’s. Dat zijn energetische levenswielen die volgens een eeuwenoude, oosterse leer in elk van ons aanwezig zijn, zeven in totaal en elk ervan gerelateerd aan een aantal kwaliteiten. Wanneer ik de laatste tijd de kranten lees, zie ik hoe er steeds meer stokken in deze levenswielen worden gestoken. WTF?

De eerste chaktra of wortelchakra gaat over aarding en duurzaamheid, over stabiliteit en het lenigen van basisnoden. Het eraan toegekende archetype is de moederfiguur. Daar moest ik aan denken toen ik las over een nieuw en verbijsterend fenomeen in Oeganda. Nadat vrouwen zijn bevallen gaan de vaders er massaal aan de borst, in tweede instantie pas de baby. Niet uit nieuwsgierigheid of door een erotisch fantasietje, neen, de kersverse vaders drinken elke dag en ze drinken veel. Zodanig zelfs dat er niet genoeg moedermelk voor de baby’s overblijft en ze bovendien schadelijke bacteriën voor hun nieuwe kroost achterlaten. Het gevolg laat zich raden. Baby’s raken ondervoed en/of bezwijken wegens gebrek aan weerstand tegen die bacteriënstorm. Huh? De ene reden die ze voor dit gedrag opgeven is al gekker dan de andere, maar uit onderzoek blijkt dat het vooral een middel is om de aandacht van de vrouw voor de baby terug te claimen. Om haar duidelijk te maken dat ze nog altijd zijn bezit is en hij op de eerste plaats komt. Een grotere metafoor voor wat we Moeder Aarde aandoen konden we niet bedenken. We beroven haar in sneltempo van al haar grondstoffen, maken haar ziek met tonnen plastic en pesticides en onthouden de toegang tot haar bronnen voor wie het broodnodig heeft. Grote bedrijven en corrupte overheden, gerund door een klein kransje machtige mannen, liggen aan de basis van deze niets ontziende rooftocht. Toch zijn er ook tegenbewegingen, geleid door moedige activisten en vele lokale helden. Ze winnen steeds meer terrein, zoals bij de klimaatprotesten van de jeugd onder leiding van Greta Thunberg. Een strijd van David tegen Goliath? “Je bent nooit te klein om het verschil te maken,” stelt Greta onvervaard.

De tweede chakra gaat over welzijn, veiligheid, creativiteit en seksualiteit. Wat dat laatste betreft blijven de MeToo-verhalen de kop opsteken en wordt het slechtste van de man – terecht en eindelijk – tegen het licht gehouden. Ook het aspect veiligheid eist meer en meer een hoofdrol op in de media. In Kamp Waes, een reality programma waarin een stel kandidaten tot het uiterste werd gedreven om een serie selectieproeven van de Special Forces tot een goed einde te brengen, begeleiden twee doorgewinterde veteranen hun straffe avonturen. Ze zijn bikkelhard, dat is volgens hen nodig om het kaf van het koren te scheiden. Een van deze Special Forces veteranen zegt manhaftig in een interview: “Mensen zijn niet klaar om te weten wat voor gruwel er in de wereld gebeurt”. Zonder het te weten bezigt hij hiermee het recept van heel wat extreme leiders. Zij die het hebben over het leger vluchtelingen dat de welvaartstaat bedreigt, over oneerlijke handelspartners die onze portemonnee leegroven tot nucleaire kikkers in de poel van de buurman. Hun boodschap luidt: “Jullie kunnen dit of dat niet aan, jullie hebben absoluut sterke leiders nodig om veilig te blijven. Stoere, mondige mannen zoals wij, die met de spierballen kunnen rollen en ongewenste sujetten op afstand kunnen houden. Die met een oneliner of tweet de hele wereld een poepje kunnen laten ruiken.” Wat hen daarbij helpt, is om het vermeende gevaar vaag of onbekend te houden of een loopje te nemen met de waarheid. En wanneer we ons niet veilig voelen, komen we ook niet tot creativiteit. Cultuur wordt dan weggezet als een luxeproduct voor de elite, geslachtofferd bij een eerstvolgende besparingsronde. Dat past in het nieuwe zwart-wit-denken van een groeiend aantal politieke partijen, die steeds dichter aanschurken bij een onveiligheidsnarratief en die de zoektocht naar elk creatief compromis saboteren met tribaal tromgeroffel. Toch zijn ook hier lichtpunten, als je ze kan zien. In Kamp Waes zat bijvoorbeeld een deelnemer met een stotterprobleem die zijn schaamte hierover had overwonnen en zich ontbolsterde tot de perfecte Special Forces operator. Hij werd een instant rolmodel voor stotteraars van 7 tot 77. Zijn getuigenis bleef meer aan de ribben kleven dan de bovenmenselijke prestaties van alle deelnemers bij elkaar.

Dat verhaal brengt ons naadloos bij de derde chakra of zogenaamde zonnevlecht. Die gaat over eigenwaarde, persoonlijke groei, wilskracht en keuzevrijheid. Net op het moment dat ik dit neerschrijf, bericht de krant over de tsunami aan burn-outs. Een expert heeft het daarbij over het toenemende gebrek aan ontplooiingsmogelijkheden op het werk. Je wordt aangenomen voor iets specifieks maar je andere talenten of ambities krijgen weinig of geen aandacht. De werknemer wordt een onderdeel van een geolied en sneldraaiend raderwerk, en dit voor het opleveren van goede kwartaalcijfers en dividenden. De ontwikkeling van de werknemer en mens wordt daarbij steeds vaker geofferd op het altaar van de groeireligie, eerder dan dat de economie de mens dient. Het systeem dat eraan ten gronde ligt wordt gecontroleerd door mannen die de altijd-meer-mantra dagdagelijks opdreunen en top-down verspreiden, als een imam die een paar keer per dag door een luidspreker bovenop een minaret oproept tot het gebed. Maar het gebed van deze mannen luidt heel anders: “Meer! Sneller! Agressiever! Meedogenlozer! Show me the money!”

In de derde chakra worden evenzeer brokken gemaakt op het vlak van keuzevrijheid, gekoppeld aan een drang naar instant gratificatie. We zien iets op Internet en willen het meteen. Kan perfect. Mits enkele kliks wordt het nog diezelfde dag afgeleverd, ten laatste morgen. Dat doen we niet alleen met dingen. Op Tinder kan je iemand letterlijk wegswipen en degene die je wel aanstaat meteen op date vragen. De dromen die sluimeren in mannen en soms jaren aan doorzettingsvermogen vragen om ze naderbij te brengen, raken ondergesneeuwd door onze verslaving aan kortetermijnkicks. Dat korte opstootje van dopamine, soms al uitgewerkt na een paar seconden. De man krijgt daardoor geen voeling meer met zijn hogere doelen of dromen die voor zielsvervulling kunnen zorgen. Gelukkig zijn ook hier voorbeelden dat dit zo niet hoeft te zijn, getuige de mannen die in het begin van dit stuk werden vernoemd. En hoe zit het met ons?

De vierde chakra is ronduit de belangrijkste van allemaal: de hartchakra. Het hart beïnvloedt niet alleen de drie lagere chakra’s, ook de drie hogere. De hartchakra staat niet voor niets in het midden. We voelen ons goed wanneer we ons hart centraal weten te stellen in alles wat we denken, zeggen en doen. Onnodig te illustreren dat de brokkenmakers van deze tijd afgesloten van dat kostbaarste orgaan geraakt zijn. Ze hebben er een stevig schild rond gebouwd, in die mate dat ze zelfs geen authentieke emoties meer kunnen of durven doorvoelen. Angst, kwaadheid en verdriet worden weggeduwd en maken van deze mannen ijskoningen, die zweren bij de wetten van de gruwelijk berekende ratio. Alleen al het woord “hart” doet hen met de ogen rollen. Het is iets wolligs dat hen in de weg zit en schijnbaar makkelijk kan weggeflikkerd worden. En toch zal de kracht van het hart altijd overwinnen, ook al is het soms over vele levens en generaties heen. Echte, onvoorwaardelijke liefde heeft engelengeduld. Tonnen moed en doorzettingsvermogen, zoals de wortel van een bloempje zich finaal weet te wurmen tussen de voegen van een trottoir en ons, tegen alle verwachtingen in, haar pracht schenkt op een plaats waar je het nooit verwacht had.

De vijfde of keelchakra is misschien wel de chakra die het in de huidige tijd het zwaarst te verduren krijgt. Gematigde stemmen worden weggedrumd en vervangen door de Thierry Baudets en Tom Van Griekens van deze wereld, naast een trits wereldleiders die het populisme tot een nieuwe woordkunst verheven hebben. De bekende historicus Yuval Noah Harari zegt hierover: “Je kunt stemmen voor om het even wie, maar je kunt niet kiezen wat waar is. In welk land je ook leeft, als je de democratie wil vrijwaren, stem dan op politici die de instellingen die de waarheid onderzoeken en bekendmaken respecteren: de media, de rechtbanken en de academische wereld. Populisten vrezen de waarheid omdat ze die niet kunnen controleren en dus beweren ze dat de waarheid niet bestaat. Deskundigen die wijzen op ongemakkelijke waarheden worden uitgeroepen tot verraders die zich verzetten tegen de wil van het volk.” Steeds meer dergelijke regimes houden de mensen nauwlettend in de gaten via systemen die Big Brother doen verbleken. Waar is in deze polarisatie de plek van de man? Het lijkt alsof je alleen nog maar de keuze krijgt tussen het nabekken van populisten of een gevaarlijke tegenstem, waarbij sociale media worden ingezet voor het verspreiden van dubieuze boodschappen of om iemand genadeloos en grofgebekt neer te sabelen die het daarmee niet eens is.

De zesde chakra bevindt zich ter hoogte van het voorhoofd en staat voor wijsheid, inzicht, intuïtie en kennis. Het archetype is de wijze dorpsoudere of de goede tovenaar, zoals Gandalf in the Lord of the Rings. Ook deze chakra staat onder enorme druk. Het inzicht dat in het ecosysteem van de Aarde alles met elkaar samenhangt is ver zoek geraakt. Bomen worden overal ter wereld gekapt met voetbalvelden tegelijk, vervuild water nog vuiler gemaakt en de ontsporing van het klimaat tragisch onderschat. Alsof het iets is dat buiten ons staat en waar we geen deel van uitmaken. Alsof die vervuiling ons lichamelijk en geestelijk niet raakt, terwijl het indicaties regent van het tegendeel. Intuïtief weten we dat het erg linke boel aan het worden is, en toch handelen we er niet naar. De wijze oudere komt niet vaak in beeld, maar als het toch een keer gebeurt worden we stil. Met een zin zeggen ze meer dan in andermans discours van duizend woorden. Wie we wel overvloedig zien in de media zijn oudere mannen aan de top van de ladder die uitblinken in opruiende praatjes, het zaaien van verdeeldheid en het zwelgen in verbittering. De Amerikaanse presidentsverkiezingen worden beheerst door enkele mannen van bijna tachtig met elk hun fanatieke strijd. Ze gebruiken gewiekste marketingboys om via een stortvloed aan advertenties de emoties in hun voordeel te bespelen. Meesters in manipulatie zijn gegeerde campagneleiders, niet de schrijvers van charismatische speeches die een volk kunnen begeesteren en verenigen. Een nieuwe Nelson Mandela staat vooralsnog niet op.

De zevende of kroonchakra tenslotte gaat over onze verbinding met de spirituele wereld. Op dat gebied zijn we de laatste decennia in een vacuüm beland. De kerken lopen leeg en de zingeving zoeken we elders. We hebben misschien wel het toppunt van de materiële wereld bereikt, waarin de nadruk uitsluitend komt te liggen op hebben: dat droomhuis, die winterbarbecue, Netflix, een citytrip naar Berlijn. Maar hoe zit het met ons zijn? Hoeveel dingen we ook begeren, de zoektocht naar diepere betekenis is er nog wel degelijk. Na het afserveren van de rigide Kerk komt die nu vooral tot uiting in het relationele. In de kwetsbare revelatie van wie je werkelijk bent tegenover een partner of vriend(in), met alle bergen en dalen die je daarbij in het leven doorkruist. Het is vaak geen makkelijk parcours, maar was een dergelijke zoektocht dat ooit?

De vraag is waar we als man in dit brokkennarratief staan. Kijken we vanop een veilige afstand toe of bevinden we ons er middenin? En tot welk denken of actie komen we? Een ding is zeker. De “echte” man is geen hedendaagse held à la Rudi Vranckx. Hij is geen geweldige journalist, heeft geen strak sixpack, loopt niet de Maraton des Sables en lokt geen volle zalen met ravissant ideeëngoed. De echte man staat evenmin aan de zijlijn te lurken aan de flessenhals van een Desperados, terwijl hij vingervlug swipet doorheen het nieuwste facebook- of Instagramvoer en heel even moet lachen om dat youtubefilmpje met dat hondenkunstje. De echte man is niet uitzonderlijk, maar zweert wel bij zijn integriteit en is ten allen tijde betrokken. Hij is niet onverschillig tegenover wat in de wereld of in zijn directe omgeving gebeurt en toetst alles wat op hem afkomt af aan zijn diepere waarheid en gevoel van immanente rechtvaardigheid. Zijn hart vormt de hoeksteen en de bril waardoor hij naar de wereld kijkt. Hij is in staat om het hogere doel te zien boven alle twijfelachtige kortetermijnvoordelen. Natuurlijk handelt hij er niet altijd naar en wordt hij net als veel andere mannen meegesleept in de maalstroom van deze tijd, maar zijn zuivere intenties zijn en blijven altijd aanwezig. Natuurlijk zou het best kunnen dat alles eerst nog meer op de spits moet worden gedreven alvorens hij tot actie komt, maar als het gebeurt zal hij klaarstaan en zijn verantwoordelijkheid opnemen. Natuurlijk houdt hij het liever comfortabel en zal hij vooralsnog niet meedoen aan een protestmars voor een ethisch doel. En door die fenomenale korting gaat hij misschien toch overstag voor die nieuwe SUV, ook al weet hij dat die bolides op vele vlakken schadelijk zijn. Toch zal die echte man altijd in hem blijven sluimeren, zal hij verder uitgedaagd worden en innerlijk blijven groeien.

Echte mannen zijn niet vreselijk bijzonder. Daarom zijn ze net talrijk en in staat om een verschil te maken. Ze hebben vooral nood aan meer verbinding met elkaar en met zichzelf, om elkaars moed en innerlijke queeste te voeden. Het geloof in iets dat hen overstijgt, iets dat hen dooradert met stromen van nieuwe energie en bewustzijn. Dat laatste zetje komt er en het komt er snel. De wereld verandert in sneltempo in een achtbaan waar het status quo en business as usual niet langer een optie zullen zijn. De echte man zal zich niet wegsteken. Hij zal wakker worden en de roep van zijn ziel om tot authentieke actie te komen beantwoorden. Misschien is dat wel de definitie van een echte man: een zoeker en twijfelaar die nooit vergeten is dat hij een hoger doel dient.

En mocht je dit lezen en je bent een vrouw, dan zullen we ons nederig voor je opstellen en ons succes afmeten aan hoe jullie ons zullen beoordelen. Als echte mannen zullen we luisteren en ernaar handelen. We zullen ons innerlijk leiderschap aanspreken en omzetten in concrete daden op het moment dat we niet langer afzijdig, laat staan onverschillig kunnen toekijken. Dat zal onze manier zijn om deel te nemen aan de creatie van een betere wereld. Omdat we dat diep vanbinnen allemaal willen. Yes we must. Yes we can.

De Greta en Donald in onszelf

Greta_Trump2020 startte met een blitzkrieg. Op 3 januari schakelde een Amerikaanse raket een Iraanse generaal uit. Diezelfde dag vierde Greta Thunberg haar zeventiende verjaardag. Tussen die twee gebeurtenissen is een verband. De roaring twenties zijn begonnen.

Gisteren las ik het boekje “Niemand is te klein om het verschil te maken”, een bloemlezing van de speeches van Greta Thunberg. Waanzinnig intelligent en confronterend zijn de adjectieven die telkens weer in me opkwamen. Beremoedig ook. Een understatement, wanneer je autistisch bent en terecht komt in iconische zalen met wereldleiders en politici boordevol zelfvertrouwen. Wanneer je ontieglijk veel supporters hebt, maar ook weggehoond en beschimpt wordt door haatclubjes. Dat ze een hysterica en doemdenkster is. Dat ze haar mond moet houden en beter naar school zou gaan. Want de oplossing, zo claimen sommigen, zit in de technologie, weliswaar nog onbestaand of hooguit pionierig. Diezelfde jeugd, wiens toekomst op het spel staat, moet maar een deux ex machina uit zijn hoed toveren om de klimaatontsporing onder controle te krijgen, orakelen de critici. Gaat niet gebeuren, pareert Greta onverstoorbaar. Daarvoor is het probleem te complex. Steeds weer verwijst ze daarbij naar cijfers uit wetenschappelijke hoek. Die bevatten een staalharde en ongemakkelijke waarheid, namelijk dat dit het laatste decennium wordt vooraleer het kantelpunt bereikt wordt. Het punt waarop de klimaatveranderingen onomkeerbaar worden en elkaar versterkende kettingreacties op gang zullen komen die alles nog gaan versnellen en tot niets minder dreigen te leiden dan de ondergang van het menselijke ras. Daarom vindt Greta dat we moeten panikeren: ons huis staat in brand en we staan erbij en kijken ernaar. Soms letterlijk, zoals op dit eigenste moment in Australië. Een grotere metafoor is niet denkbaar.

De angst voor dat doembeeld is zo groot dat we grijpen naar verschillende mechanismes om het weg te drummen. Ook al zien we de desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming jaar na jaar toenemen, we geloven nog steeds niet dat het een pokkevaart zal lopen. Of toch niet in onze contreien, zolang deze blijven ontsnappen aan rampen die we in de journaals op televisie zien. We lezen artikels en blogs die intellectueel en dus geloofwaardig in de oren klinken, soms van gereputeerde namen, die technologie optimisme tot een nieuwe religie verheffen en Greta wegzetten als een grofgebekte en krankzinnige puber. Onze mindfuck bestaat erin dat we ons onder geen beding zien als degene die in een hippe tent onbezorgd de charleston danste op de vooravond van de beurscrash van 1929. En we zitten al zeker niet op het Bridge Deck van de Titanic te nippen aan een brandy in sociaal aimabel gezelschap vol gevatte conversaties, luttele minuten voor de botsing met een ijsberg. Want wij weten het zeker: geen ijsbergen hier. Klimaatopwarming? Liever zappen naar The Voice of het nieuwe seizoen van The Handmaid’s Tale.

Tot nader order hoeven we niet echt veel te veranderen, maken we mekaar wijs. Die comfortabele levensstijl is nu eenmaal ook te lekker, te vanzelfsprekend. Taken for granted. Die willen we graag behouden. Anders moeten gaan nadenken over mobiliteit zou al ondraaglijk lijden in ons hoofd kunnen teweeg brengen. Dus laat maar verder aanrukken, die fossiele brandstoffen. En waarom zitten die dekselse Amerikanen in Irak? Precies, het geurt er naar verse olie. Haast elk conflict in de wereld heeft wel een achtergrond van wat daar onder de grond valt op te spitten – of spuiten. Meer nog dan religie. Donald schakelt niet zomaar een Iraanse generaal uit. Dat het geen heerschap was die hield van een rondje chanten van “Give peace a chance” in een meditatiecirkel, was wel duidelijk. Dat hij de Amerikaanse belangen meer dan behoorlijk in de weg zat, was dat nog een pak meer. Amerikanen, Russen, Chinezen, Europeanen etcetera, overal waar grondstoffen te rapen vallen, proberen grootmachten hun voet te zetten en armworstelen ze met elkaar om het lekkerste deel van de buit. En als het overhoop tweeten van de tegenstander niet meer volstaat, gooien we wel eens een pittiger projectiel. Dan houdt iedereen even de adem in en hoopt dat het na een tijdje weer zal kalmeren. Alleen al dat de prijs aan de pomp stijgt na weer eens een vijandig nummertje, doet ons al sakkeren. Maar rijden – en vliegen – zullen we. Vandaag. Morgen. Overmorgen. Altijd en zolang de voorraad strekt. O, maar dan gaan we toch electrisch? Die transitie is al volop bezig, meneer. Klopt, maar die elektriciteit komt ook weer van ergens en vooralsnog in erg beperkte mate van duurzame bronnen. Bovendien bevatten electrische wagens tot zeven zeldzame metalen, die ook weer enkel in bepaalde landen te vinden vallen – vooral in China. Ander terrein, zelfde strijd.

De Donald in onszelf wil niet dat we onze levensstijl grondig in vraag stellen. En indien we dat al doen, staan we niet te springen om die te hertekenen naar een significant duurzame versie. Sinds ik haast dagelijks fiets en nog maar zelden de auto neem, word ik me steeds meer bewust van de niet te stoppen mallemolen waar we in terecht gekomen zijn. Dat is niet onze schuld. We zijn erin gegooid en met schuldgevoelens schieten we niets op. Ik zie de auto’s voorbijrazen en observeer de gejaagde, norse gezichten achter het stuur en denk: wat een waanzin. Het heeft me jaren gekost om de relatieve traagheid van een fiets te leren appreciëren, als een drug waarvan ik zelf moest afkicken. Ik begrijp als geen ander hoe moeilijk het is om die omslag te maken en zelf ben ik er ook nog lang niet klaar mee. Zozeer is de materiële wereld een drug geworden, waarbij dezelfde mantra’s in ons hoofd blijven gonzen: “Sneller! Meer! Onmiddellijk!”

De roaring twenties gaan ons door elkaar schudden en dat is goed. De uitdaging wordt om zowel contact te maken met de Greta als de Donald in onszelf en het niet te zien als een gevecht van David tegen Goliath. Het is geen strijd van klein tegen groot, van goed tegen kwaad. Het is de metafoor van een bewustzijnssprong in onszelf. Dat wordt de grote uitdaging van het volgende decennium. We moeten die twee innerlijke delen, de Greta en de Donald, niet veroordelen of wegflikkeren maar de hand reiken. We moeten onze Donald bedanken voor alles wat hij met verve en in volle overtuiging voor ons gedaan heeft en hem dan met een mooie afscheidsparty ontslaan. Alle leiders die stoere taal en misleidende praatjes hanteren om de oude wereldorde in stand te houden dienen ons niet langer. De materialistische dogma’s en patriarchale preken hebben hun tijd gehad. Tegelijk moeten we contact maken met de Greta in onszelf, die de harde waarheid niet langer uit de weg gaat en de moed vindt om een nooit geziene transformatie aan te gaan. Een omslag naar een duurzame en eerlijker wereld, waarin het bewustzijn het materiële plaatje overstijgt en een nieuwe dimensie betreedt van innerlijke rijkdom en spirituele diepgang. Dat het heftig kan worden, mag ons daarbij niet afschrikken. We hoeven het immers niet alleen te doen. Als we de handen in elkaar slaan, is er waanzinnig veel mogelijk. Met onze vrienden, onze buurt, onze stad, regio, ons land. Met internationale, grensoverstijgende samenwerking zoals de wereld er nog nooit een gezien heeft. Maar eerst in onszelf. Daar begint het. Niemand is te klein om het verschil te maken.

De boodschap van Masoud

Masoud NiknamOp Internationale mannendag moet ik denken aan de man op een zwart-witfoto, deze zomer in de krant. Hij ligt op een soort aanhangwagen, bewegingloos op zijn buik. Zijn voorhoofd rust pal op het kille metaal, alsof hij zich diep voor iets schaamt. Zijn linkervoet is gehuld in een witte tenniskous, aan de rechter is een zwemvlies bevestigd. Op zijn rug hangt een visnet, van hoofd tot lenden volgestouwd met plastic flessen. De lucht in de flessen vormt een geïmproviseerd vlot. Met deze uitrusting hoopte hij het Kanaal te overwinnen, een wanhoopspoging die hem op een zonovergoten augustusdag fataal wordt. Zijn naam is Masoud Niknam.

Het scheelt niet veel of Masoud belandt snel in de vergetelheid. Zijn identiteit is in eerste instantie een raadsel. Dat komt goed uit, het is nu eenmaal geen beeld waar we vrolijker van worden. Een paar weken later wordt hij ver van de spotlights begraven te Brugge, sereen en anoniem. Op een inderhaast opgetrommelde imam en een paar warmhartige enkelingen na, is er niemand om de man zijn laatste uitgeleide te doen. Een team van ITV is er wel. Ze registreren hoe de kist door een kransje zwijgende mannen met touwen in de aarde wordt gelaten. De ITV-journalist en cameraman zijn geraakt en kijken elkaar aan. Ze denken hetzelfde: we moeten deze man een gezicht geven, hem herstellen in zijn menselijkheid. Sneller dan verwacht slagen ze in hun opzet, dankzij de smartphone van het slachtoffer. Het apparaat was dan wel naar de filistijnen, onderzocht was hij nog niet. Ze doen het dan maar zelf en ontdekken tot hun verbazing dat het SD-kaartje nog werkt. Erop staan tonnen foto’s en brieven van de man, zelfs een gericht aan Queen Elisabeth. De reconstructie van zijn leven kan beginnen.

Masoud Niknam blijkt een Iraanse sjiiet en niet een Irakees, zoals eerst aangenomen. Op zijn voorhoofd prijken vijf getatoeëerde sterren, die verwijzen naar zijn geloof. Ze staan bovenop een landschap van golvende rimpels die hem de uitstraling geven van een wijze, spirituele man. Met zijn grijze baard lijkt hij een beetje op tovenaar Gandalf uit The Lord of the Rings. Misschien was hij dat ook.

Vijftien jaar lang heeft hij door Europa rondgedoold, op zoek naar asiel. Hij reisde over berg en dal, van stad naar platteland en weer terug. Er zijn foto’s waarop hij poseert in de Zwitserse Alpen of de Roemeense Karpaten. Dat was geen toeristische rondreis: ondanks meerdere aanvragen lukt het hem nergens om asiel te bekomen. Onderkomen vindt hij wel, zoals een tijdje in een kerk te Marseille. Overal vertelt hij over zijn wedervaren en zijn leven. Dat hij een dochtertje en zoon heeft. Waarom hij die dan achtergelaten heeft en al zolang rondzwerft? Mist hij ze dan niet? Tuurlijk wel. Het juiste antwoord is tot op de dag van vandaag nog niet duidelijk. Het lijkt erop dat hij gevlucht is voor het repressieve regime in Iran. Sommigen zullen hem wellicht graag wegzetten als een ordinaire gelukszoeker, zo eentje die hier volgens diezelfde afkeurende stemmen onze welvaart komt bedreigen. Hij kan zelf zijn drijfveren niet meer uit de doeken doen.

Toch laat hij ons iets na wat met verstomming slaat, misschien wel de reden van deze blog. Naast een smartphone had hij niet alleen een Koran op zak, er was ook een Bijbel bij. Opmerkelijk voor een overtuigde moslim. Het wordt nog sterker. Om de priester van de kerk in Marseille voor het onderkomen te bedanken, staat hij erop om iets terug te kunnen doen. Als geschenk creëert hij uit hout een mooie, gesluierde Maria. Tot ieders verbazing blijkt Masoud een getalenteerde houtsculpteur. Met een enkele symbolische daad slaat hij een brug tussen twee werelden, gebouwd op de pijlers van zijn genereuze en creatieve geest. En dat ondanks de moeilijke queeste die op hem weegt. In een tijd waarin de tegenstellingen tussen Islam en christendom weer op de spits worden gedreven, omarmt Masoud, nochtans een overtuigde sjiiet, de christenen als waren het zijn broeders. Dat alleen al geeft zijn leven een unieke betekenis.

Ik kan niet anders dan op Wereldmannendag Masoud Niknam te voorzien van dit bescheiden eerbetoon. Hij mag dan een zoeker geweest zijn zonder happy end, hij belichaamt wel perfect deze – voor de gelegenheid aangepaste – woorden van de Dalai Lama: “De planeet heeft geen nood aan nog meer succesvolle mannen. De planeet heeft daarentegen dringend nood aan een pak meer bruggenbouwers, healers, artiesten, verhalenvertellers, vredestichters en liefdesambassadeurs uit alle windstreken.” Masoud was zo iemand. Een standbeeld behoeft hij niet, bloemen of kransen evenmin. Wel dat plekje in ieders hart.

Misschien is de betekenis van Wereldmannendag wel het begin van een nieuwe broederschap over grenzen en overtuigingen heen. Willen we niet collectief verdrinken in de maalstroom van een verhardende en op hol slaande wereld, dan hebben we nood aan meer mannen die het pad van Dalai Lama’s woorden gaan bewandelen en daartoe de handen in elkaar slaan. Masoud zal toekijken en glimlachen, misschien wel over deze mannen waken.

Buigen voor een batterijwijf

lhasa-kathmandu-bike-tour480Hoe krijg je als man de diepste inzichten? Op een meditatiematje, rond een mannenvuur of onderweg naar Compostella? Door een topspreuk van de Dalai Lama? Doe mij maar de fiets.

Op het einde van de Koetsweg draai ik de Heideberg op en schakel naar het binnenblad. De metalen klik van de derailleur geldt als het startschot voor de heroïsche beklimming. Voor me driehonderd meter ongenadig steil. De kerk van Boven-Lo, bovenop de Heideberg, is het mikpunt. De target, denk ik, dat klinkt wat stoerder. De kerktoren oogt eerder dreigend dan uitnodigend, alsof God in eigen persoon de inspanning aan iedereen met klem wil ontraden. Ook hij weet dat de Heideberg beklimmen altijd een beetje sterven is en een gesneuvelde wil hij niet op zijn goddelijke geweten. Ik sla zijn wijze raad in de wind en gesel de pedalen.

Het duurde jaren vooraleer ik de uitdaging aanging. Bijna elke fietser, inclusief sportief uitziende jongeren met trendy sneakers en snedige tweewielers, stapt af aan de voet van de beklimming. Ze bedwingen de berg te voet, hun vehikel als een weerbarstige hond naast zich meetrekkend. Ook vandaag is er zo iemand. Wanneer ik hem voorbij fiets, geniet mijn ego van de jaloerse, verwonderde blikken in mijn rug. Maar vandaag is er een kaper op de kust. Een cyclotoerist in een strak rennerspakje heeft net als ik de beklimming aangevat. Langzaam maar zeker lijkt hij me te remonteren. Ik steek een tandje bij.

Het bedwingen van de Heideberg is een exploot dat ik op een dag heb weten af te vinken, niet zonder een portie mannelijke genoegdoening. Het glooiende Hageland met zijn vele korte maar nijdige hellingen hebben kuiten, hart en longen gepimpt tot proporties waarvan ik niet wist dat ik ze in me had. De zestig schamele kilo’s op de balans heb ik leren appreciëren als de ultieme bondgenoot bergop. Het is een competitief voordeel dat zo uitgesproken is, dat ik me afvraag of er aan mij geen notoir ronderenner verloren is gegaan. Eentje die had kunnen schitteren op Alpencols of Mont Ventoux. Soms fantaseer ik over uitzinnige tifosi, legendarische overwinningen en podiummissen die hun glossy lippen synchroon tegen mijn gewillige wangen drukken. Dat zit er vandaag niet in.

De cyclotoerist heeft me sneller dan verwacht bijgebeend en doet erop en erover. Dat heeft hem wel krachten gekost. Aan zijn hevig hijgen hoor ik dat hij in het rood gaat, terwijl ik nog een overschotje in de tank heb. Ik been hem weer bij en bijt me vast in de slipstream van zijn achterwiel. Misschien kan ik hem net voor de top weer lik op stuk geven, en dat met een iets minder sportieve fiets waar ook nog eens een fietszak aan bungelt. De Christus in de kerk van Boven-Lo observeert mijn blitzkrieg en wriemelt onrustig aan zijn kruis. God ziet nu eenmaal alles, dus ook de twee malloten die hem in overdrive tegemoet peddelen, zij het niet met de intentie om een lekkere partij Onzevaders te komen afhaspelen.

Het psychologisch lastigste stuk van de helling is net over halfweg. Het stijgingspercentage neemt er nog lichtjes toe alvorens tergend langzaam weer af te vlakken. Net op dat stuk steekt de wielertoerist nog een tandje bij. Hij had mijn maneuver in de smiezen en gaat fluks op de trappers. En danseuse showt hij me ongewild zijn glimmende kuiten, waarop zijn getrainde spieren bollen als staalkabels. Het wordt me snel duidelijk dat hij me alleen nog de aanblik van zijn achterkant zal gunnen. Nog geef ik niet op. Misschien gaat hij zover in het rood dat hij boven minutenlang zal moeten recupereren, terwijl ik op tempo verder naar boven peddel en hem op het vlakke gedeelte alsnog weer te pakken kan krijgen. ‘Hij heeft zijn beklimming beter ingedeeld,’ hoor ik een denkbeeldige wielercommentator mijn strategie al bewieroken. Even snel kan hij de micro weer opbergen. De cyclotoerist vertoont nauwelijks tekenen van verval en verwerft steeds meer voorsprong. Ik zal hem niet meer bijhalen. Als troostprijs lonk ik achterom naar de fietser die het traject te voet aflegt. De Christus trekt de kruisnagel uit zijn rechterhandpalm en maakt met zijn arm een “ach man”-gebaar, waarna hij zijn hand met frisse tegenzin weer in lijdenswaardige positie zet. Mijn hart springt bijna uit mijn lijf.

Ik trek me dan maar op aan alle keren dat ik op een naburige helling anderen het nakijken gegeven heb. De Pinoutstraat is even lang als de Heideberg maar heeft halfweg een stuk vals plat waar je even kan recupereren, om te eindigen met een pittige finale. Die ligt me beter. Ik weet perfect hoe ik de inspanning moet indelen en welke de ideale versnellingen zijn om daarbij te hanteren. Terreinkennis als competitief voordeel. Hier stappen minder fietsers af, de moedigen harken in meerdere of mindere mate zieltogend naar boven, soms zwalpend over de weg. Al jarenlang ben ik de onbetwiste koning van de Pinoutstraat, een zeldzame wielertoerist zoals de Heidebergsaboteur niet te na gesproken. Althans, dat was zo tot de electrische fietsen een hoge vlucht namen en me voor een nieuwe, oneerlijke uitdaging stelden. Zelf sterf ik nog liever dan electrisch te gaan, poch ik wel eens. Wettelijk gezien mogen die aangedreven tweewielers overigens niet harder dan 25 km/h, een snelheid waar ik althans op vlakke ondergrond nog vlot de maat van neem, op aandrijving van fiere spieren. Het probleem is dat electrische fietsen mits het opentrekken van de gashendel bergop nog steeds de volle 25 km/h per uur kunnen halen, terwijl ik dan het onderste uit de kan moet halen om tegen de 15 km/h te blijven aanschurken. Een doemscenario.

De lange aanloop naar de Pinoutberg vangt aan met een vlakke kilometer. In dat stuk peddel ik onlangs een sportief fietsende, electrische jongedame voorbij, een categorie fietsers die ik in een oneerbiedige bui heb bedacht met de term batterijwijven. In de vlakke kilometer neem ik op haar honderd meter voorsprong. Minstens. Daarna krijg je een kilometer vals plat die leidt naar de eigenlijke beklimming. Ik geef het volle pond en kijk niet achterom. Ik wil haar nu eenmaal niet de indruk te geven dat het een erezaak is om haar voor te blijven. Dat is het wel degelijk. Bij een pittige opwaartse knik in de valsplatte aanloop zie ik vanuit een ooghoek dat Batterijwijf weer op me aan het naderen is. Ze houdt me in het vizier en wil me terugpakken, zoveel is duidelijk. Dat lukt haar overigens best en bij de aanvang van de Pinoutcol zit ze weer zo goed als in mijn wiel. Ik weet nu al dat het een ongelijke strijd wordt. Verbeten wrikt ze aan het gashendeltje op haar stuur en trekt alle electrische registers open. Met schijnbaar gemak wiegt ze achteloos de helling op, terwijl ik verbouwereerd en wild hijgend achter haar aan hark. Mijn pedalen lijken op een strandmolentje bij 10 Beaufort. ‘De batterij van madam moet weer zo snel mogelijk plat, zeker?’ Dat wil ik haar nog naroepen, maar die triomf gun ik haar niet. Ik fiets op mijn gemakje naar boven alsof het me nooit kon schelen en easy going altijd mijn intentie was. Boven likt mijn ego de wonden schoon.

De laatste tijd maakt mijn hart na een zoveelste prestigeduel steeds vaker misbaar. Dat uit zich in wild geklop en ritmestoornissen die minuten blijven aanhouden. Of het een mooie dood zou zijn, vraag ik me af, geveld voor de eer en de denkbeeldige bloemen, door een getrainde cyclotoerist of door Batterijwijf, kickend op een rondje downsizen van mannenego’s. En ik, waar kick ik op, daagt het me plots? Wat heb ik zonodig te bewijzen? En is het bij dubbel vijf niet wat laat voor het bedwingen van een midlife crisis op ultrasportieve wijze?

Al heel mijn leven doe ik er alles aan om me in de kopgroep te nestelen. In de avant-garde, die de anderen altijd een lengte voorblijft. Voor de eer en de glorie? Niet echt, besef ik. Ik wil vooral niet afgewezen worden en hoe kan dat beter dan je altijd bij de eersten en de besten te weten? Stilstaan is niet alleen achteruitgaan, het is doodgaan. Survival of the fittest, net als in de dierenwereld. Presteren is de brandstof van de overleving, van het verzekeren van je plek in de crew, bij de happy few. Van het versieren van likes, respect en vleiende woorden.

Van een voetbalspits, hoe bedreven en efficiënt ook, herinnert men zich enkel de laatste goal. ‘Hij staat al zeven matchen droog,’ luidt het ongenadige commentaar van de voetbaljournalist, wanneer er zand is gesukkeld in de scoringsmachine. Bij elke match wordt het onder zijn neus gewreven. De gefrustreerde spits wil de reporter het liefst van al een muilpeer verkopen, maar houdt het op no comment en een moordblik. Wie niet langer scoort, wordt na verloop van tijd door de fans uitgejouwd, weet hij als geen ander. Supporters verliezen hun geduld. Als Romeinse keizers draaien ze de duim neerwaarts. Ander en beter, graag.

Of het echt zo’n vaart loopt, wanneer je niet meer zonodig wil scoren en uit de race stapt? Bij niet-voetballers denken mensen misschien gewoon: werd dat even tijd. Misschien ook niet. Dat zijn dan de andere competitiebeesten waartegen je vroeger streed. Tegenwoordig laat ik ze rijden. Aan een gestaag tempo beklim ik de Hagelandse heuvels. Me forceren doe ik niet langer. Done that, been there. In plaats daarvan geniet ik van het uitzicht. De inspanning wordt iets leuks, mijn hart wordt een blije hond die achter een stok aanrent. Ik hoor mijn ademhaling en voel het ritmisch kloppen in de borst, intens maar beheerst. Dankbaar glimlachend om dat fitte lijf. Niet meer, niet minder.

De prestatiedrang en het haantjesgedrag is iets waar we als man collectief dringend aan de bak mee moeten. We spuien graag kritiek op landen die “We First” door een megafoon orakelen of op het spierballengerol van het groeiende clubje macho wereldleiders. We rollen over de grond van verontwaardiging bij de exorbitante winsten van miljardenconcerns of bij het onvermogen van politici om een deftig klimaatplan in elkaar te boksen, laat staan tot significant resultaat te brengen.

Aan het einde van de tirade begint de verandering gewoon bij onszelf. De revolutie komt altijd van onderuit. Als man zijn we niet machteloos, het mankeert ons enkel aan moed. De moed om naar onszelf te kijken en om ons doen en zijn weer in balans te brengen. Eerst binnen in onszelf, daarna in de wereld. Walk our talk. In elke man schuilt een changemaker. De moed van dat kleine, Zweedse meisje is onze confronterende wake-upcall. Greta kijkt ons in de ogen.

Ik buig voor de cyclotoeristen en voor Batterijwijf, zij zijn de leermeesters die mijn gedrag hebben gespiegeld. Ze hebben me het inzicht aangereikt dat prestatiedrang en de ander de loef afsteken nergens toe leidt. Het verdeelt, balt vuisten en put uit. Het verschraalt de ziel. Er is een andere weg mogelijk. Nodig. Nu. De ware passie van de man manifesteert zich in een nieuw bewustzijn, niet in een volgende overwinning, deal of dividend.

Met dat inzicht kan Batterijwijf ook weer gewoon een sportieve dame op een electrische fiets worden. Plechtig beloof ik de denigrerende term nooit meer te zullen bezigen, dat zweer ik bij de Christus van Boven-Lo. En ik, wat word ik? Ik ga voor leerling-alchemist in een mannenqueeste op twee wielen. The ride is on.