De bestemming van de man

DesertEr waren eens drie mannen, die op precies dezelfde dag geboren werden. Yusef zag het daglicht in een stoffig, lemen huis in het noorden van Syrië, Tenzing werd gebaard op een mistige maandagmorgen in de bergen van Tibet, terwijl Kendrick in de wieg gelegd werd in het beste hospitaal van Londen.

Toen de jongens een jaar of zeven waren, werden ze alle drie toegesproken door hun grootvader, naar wie ze zonder uitzondering met ontzag en bewondering opkeken. Misschien zelfs nog meer dan naar hun eigen vader.

Zo gebeurde het dat de opa van Yusef zich met zijn kleinzoon nestelde in de schaduw van een cederboom. ‘Yusef,’ sprak hij. ‘Luister goed. Ik wil dat je me later trots maakt. Je kan onze familie geen grotere eer bewijzen dan door een martelaar te worden van het volk. Ik wil dat je de vijanden van Allah bestrijdt met niet aflatende moed en uithoudingsvermogen, zoals wij het je hebben voorgedaan. Kijk maar naar mijn littekens,’ wees hij fier naar zijn gelaat. Yusef staarde met eerbied en bewondering naar de snee die dwars over opa’s wang gekerfd leek. ‘Dat zijn de trofeeën die ik later in het paradijs zal kunnen voorleggen aan de allerhoogste. Maar jij kan nog beter, dat weet ik. Je moet de angst voor de dood overwinnen, wetende dat je niet alleen zal beloond worden door God, maar ook in hoog aanzien zal staan bij je familie en de ganse gemeenschap. Bij mij. Wat is er mooier dan te sterven bij een aanslag op het goddeloze westen? Je hebt het in je, jongen. Ik weet dat je me niet zal ontgoochelen. Maak me trots!’ De grootvader legde een hand op de schouder van de jongen. Yusef voelde een beetje angst over wat opa hem gezegd had, maar tegelijk ook een zweem van opwinding.

Kendrick werd op zijn zevende apart genomen door zijn grootvader Patrick, die bekend stond als Pioneer Pat. Patrick was van Ierse afkomst en had zich weten op te werken van pakjesbezorger tot bankdirecteur van een filiaal in het Londense West End. Zijn vader had nog beter gedaan en was in een andere bank kunnen opklimmen tot sales manager voor Zuid-Engeland en Wales. ‘Beste Kendrick,’ sprak Patrick zijn kleinzoon toe. ‘Ik ben de pionier geweest die deze hard werkende familie voor het eerst welstand heeft gebracht. Je vader is in mijn voetsporen getreden en heeft mij niet beschaamd. Binnen enkele jaren zal het jouw beurt zijn. En tussen ons gezegd en gezwegen: ik weet dat jij nog beter kan dan hem. Sales manager is niet niks, CEO is beter. Je hebt het in je, boy, dat zie ik in je ogen, dat zie ik in de manier dat je wil winnen in het voetbal. Mijn jaren zijn geteld, maar ik zal pas kunnen rusten als ik weet dat jij de kroon op het werk gezet hebt. Hebben we een deal?’ Pioneer Pat deed een high five met Kendrick, die zich eerst onwennig voelde, maar anderzijds fier was dat opa zo over hem dacht. Als een winnaar, als de topscorer. Vijf tegen twee was het vorige week nog tegen Camebridge. Twee doelpunten van hem.

Toen Tenzing zeven werd, kwam zijn opa Lobsang hem halen voor een wandeling in de bergen. De blauwe lucht was kristalhelder en de Tibetaanse vlaggetjes wapperden stevig in de wind. Tenzing wist dat de gebeden op de vlaggetjes daardoor makkelijker naar de goden werden gevoerd, net zoals hij van opa nog veel andere zaken had opgestoken. ‘Ken je dat gebouw ginder?’ wees Lobsang naar de overkant van de vallei. Tenzing beantwoordde de overbodige vraag: ‘Natuurlijk, dat is het klooster van Yerpa.‘

‘Wel, beste Tenzing, als de jongste …’

‘Ik wil spelen met de yak.’

‘Het is een eer en een traditie. Ik weet dat jij een geweldige monnik zal zijn, de trots van de familie. Als je de weg van de Dharma bewandelt, zal je niet alleen vrede vinden met jezelf, je zal bovendien in staat zijn tot geestelijke verwezenlijkingen die voor onze familie en ons volk veel betekenen. Misschien word je wel een Lama. Ik zie het in je pientere ogen, ik zie het in je karma en je ziel. Het belangrijkste is echter om altijd de weg van je hart te volgen, want dat bezit de wijsheid die je voert waar je moet zijn. Beloof je dat?’ Tenzing knikte.

‘Mag ik dan nu met de yak gaan spelen? Mijn hart wil dat graag.’ Hij lachte zo ontwapenend, dat opa Lobsang op zijn beurt knikte. Kijk keek de jongen na met een glimlach, terwijl Tenzing door de weide naar de yak toeliep.

Hoe het deze jongens vergaan is in hun verdere leven? Laten we beginnen met de laatste, Tenzing. Op twaalf jaar werd hij door zijn ouders naar het klooster van Yerpa gestuurd. Hij kon er nooit echt aarden en ging enkele keren op de loop, om na een paar dagen in de bergen telkens schoorvoetend terug te keren. Op zijn zeventiende ontvluchtte hij definitief het kloosterleven. Uit schaamte durfde hij zijn ouders niet meer op te zoeken. Hij belandde in de criminaliteit, eerst met een handeltje in gestolen koopwaar, daarna als drugsdealer. Een keer probeerde hij zich te herpakken, toen hij aanklopte bij een afkickcentrum in Kathmandu. Hij kreeg er zijn verslaving onder controle en leerde een stiel als mechanieker van motorfietsen. Op een bepaald moment nam hij een boek ter hand uit de bibliotheek. Het had als titel: “De bestemming van de man.” Hij las de proloog en de eerste drie bladzijden, maar stak het toen toch terug weg tussen de andere boeken. Aan die opflakkering kwam een einde, toen zijn foute vrienden terug contact met hem zochten. Een week later verliet hij het centrum als een dief in de nacht. Hij ging terug dealen en stierf op zevenentwintigjarige leeftijd aan een overdosis.

Kendrick beschaamde de hoge verwachtingen niet. Hij werd een succesvolle bankier in het London City Financial District. Het geld kwam binnen met sloten tegelijk. Niet alleen bij hemzelf, ook bij zijn klanten, vooral bij zijn klanten. Een relatie had hij niet, op losse flirts na en de vaste drinkmaten uit de sector. Door zijn financiële successen werd hij steeds meer gevraagd voor beleggingen, zelfs door hooggeplaatste zakenlui en staatslieden. Zijn opa was beretrots: ‘You dit it! I always knew.’ Hij had zijn vader overtroffen. Aan Kendrick’s succesverhaal kwam een abrupt einde door een beurscrash. Niet alleen hijzelf verloor veel geld, het meeste eigenlijk, hetzelfde lot viel te beurt aan zijn klanten, die hem belaagden met rechtszaken. Hij probeerde een en ander op de lange baan te schuiven, in de hoop dat het zou overwaaien. Dat deed het geenszins. Het wegvallen van al zijn zogenaamde vrienden, tezamen met het zwaard van Damocles dat boven zijn hoofd bleef bengelen, deed nu ook hemzelf crashen. Hij zat maandenlang thuis op zijn appartement, werd zwaar depressief en raakte aan de drank. Wesley, zowat de enige echte vriend die nog overbleef, probeerde hem weer op te krikken. Wesley was een verkoper van Mini Coopers bij een garage in de buurt. Hij was een jeugdvriend. Op een dag bracht Wesley een boek mee voor Kendrick, “De bestemming van de man”, dat lange tijd onaangeroerd bleef liggen op de salontafel. Maar op een dag keek hij vanachter het schuifraam van zijn appartement uit op de South Bank en het reuzenrad “London Eye”. Met een Whisky on the rocks in zijn hand opende hij het schuifraam en ging met zijn ellenbogen over de balustrade leunen. Hij viste een ijsblokje uit zijn whisky en liet het naar beneden vallen, wat nog best lang duurde vanaf de drieëntwintigste verdieping. Zo lang zou hij dus hebben om zijn leven te overdenken, mocht hij zelf naar beneden springen. Dan hoorde hij plots iets in zijn appartement. Kendrick keek door het raam naar binnen, maar zag niets. Of toch: hij zag het boek van zijn vriend liggen. Deze keer nam hij het wel ter hand. Later zou hij zeggen dat dat zijn leven heeft gered. Pagina drieënzeventig heeft hij zelfs gekopieerd, ingekaderd en boven zijn bed gehangen. Het werd zijn nieuwe mantra. Kendrick gooide zijn leven totaal om en begon met het geld dat hem nog restte een toeristisch bedrijfje. Zijn specialiteit werd een alternatieve kijk op Londen, waarbij de klanten de echte verhalen te weten kwamen, eerder dan de gebruikelijke, toeristische fastfood. “Behind facades” werd een begrip. Kendrick leerde in die periode ook een Australische vrouw kennen, huwde ermee en kreeg twee kinderen met haar. Wat hem tegenwoordig het nauwst aan het hart ligt, behalve zijn vrouw en kinderen, zijn de lezingen die hij maandelijks geeft voor mannen met een burnout, die steevast eindigt met het voorlezen van pagina drieënzeventig.

Het leven van de derde jongen, Yusef, is een regelrechte thriller, een emotionele rollercoaster. Van jongsaf aan werd hij opgeleid als strijder en martelaar. Hij kreeg onthoofdingsvideo’s te zien, waarbij iedereen, zelfs zijn ouders en zijn opa, luidop juichten en applaudisseerden. Op zijn tiende mocht hij voor de eerste keer schieten met een kalasjnikov. Zijn eerste opleidingskamp voor het plegen van terreurdaden kwam er al op zijn twaalfde. Het zou niet het laatste worden. Toch begint er gaandeweg een zweem van twijfel in Yusef te ontstaan. Terwijl hij meeheult met de haatkoren, voelt hij in zijn hart dat er iets niet klopt. Op een dag, hij is dan veertien, wordt hij door strijders meegenomen om deel te nemen aan een lynchpartij. Een jongen, waarmee hij vroeger nog voetbalde, is betrapt op het luisteren naar Amerikaanse muziek op een mp3-speler. Hij is een jaar jonger als Yusef. Wanneer de jongen al zwaar bebloed op de grond ligt, wordt Yusef gevraagd hem met stenen te bekogelen. Iedereen kijkt naar hem, hij voelt dat hij geen keuze heeft. Terwijl Yusef wijdbeens over het slachtoffer een zware steen boven zijn hoofd tilt, kijkt hij de onfortuinlijke jongen in de ogen. Hij ziet zijn doodsangst, maar hij ziet ook nog iets anders: iets wat hij later zou beschrijven als een goddelijke connectie. Yusef staat perplex. Hij gooit de steen naast de jongen en gaat huilend op de loop. Thuis wacht hem een tirade, gevolgd door een paar welgemikte meppen in zijn gelaat door zijn vader. ‘Hoe durf je mij zo te schande te maken?’ fulmineert hij. ‘Wacht maar tot opa dit hoort!’

‘Neen, niet opa.’

‘Schande! Godslastering! Het zal niet je beste dag zijn.’ Alsof het dat sowieso nog was. Yusef neemt een drastisch besluit. Hij steelt een motorfiets – met dank aan de trainingskampen, steekt een paar spullen in een jute zak en vlucht dwars door de woestijn. Wanneer hij zonder benzine valt, verbergt hij de motorfiets achter een duin en vlucht te voet verder. De zon straalt genadeloos. Na nauwelijks een paar uur wordt hij overmand door de hitte. Compleet uitgedroogd ziet hij zijn dood tegemoet. ‘God,’ bidt hij. ‘Ik vraag u om vergiffenis voor al mijn slechte daden. Ik wist niet beter. Vergeef me mijn onwetendheid. Ik wilde zelfs een jongen stenigen, maar heb het niet gedaan omdat ik het idee had dat u dat niet wilde. Het was alsof ik u zou stenigen. Maar ik kan me vergissen. Daarom, als het uw wil is, zal ik sterven. Als het uw wil is, zal ik leven.’

Yusef wordt net op tijd gevonden door een groepje berbers op kamelen. Ze nemen hem mee met hun karavaan en ontfermen zich over hem. Hij zal enkele jaren in hun midden verblijven. Yusef leert navigeren met de sterren en raakt vertrouwd met de geheimen en gevaren van de woestijn. ‘De woestijn is niet je vijand,’ leren de berbers hem. ‘De zon is niet je vijand. De grootste vijand zit in jezelf. De slangen die soms plots vanuit het zand opduiken, zijn de saboteurs in je hoofd. Je kan ze niet vernietigen, want ook zij hebben een heilige taak. Maar je kan er wel in vrede mee leren leven.’ Deze en andere wijsheden inspireren Yusef tot een nieuw leven. Toch blijft de angst dat zijn vader hem op een dag zal vinden. Dan zal hij hem ongetwijfeld in de gevangenis laten gooien of, erger nog, op zijn beurt laten lynchen. Wanneer een spion van zijn vader hem na enkele jaren op het spoor is gekomen, zitten ze Yusef op de hielen. Er rest hem geen andere keuze dan afscheid te nemen van de berbers en verder te vluchten naar het westen.

Na een nieuwe, lange tocht vol gevaren, vraagt hij uiteindelijk asiel aan in Nederland. Zijn asiel wordt toegekend. Yusef slaakt een zucht van opluchting, maar mist de berbers. Wie hij niet mist is zijn familie, tenzij dan zijn moeder, die hem altijd wist te beschermen tegen de al te brutale aanpak van zijn vader en grootvader. In Amsterdam gaat hij aan de slag bij een pakjesdienst. Ondertussen sluit hij zich aan bij een meditatie groep, leert hij de wonderlijke kracht van tai chi en leest hij onophoudelijk boeken van mensen die hem inspireren. Op een dag voelt hij precies wat hij wil doen met de rest van zijn leven: iemand worden die andere mannen inspireert, net zoals de berbers bij hem een onuitwisbare indruk hebben nagelaten. Het zijn vooral de mannen die de weg kwijt zijn, stelt hij vast. Daarover wil hij een boek schrijven en vervolgens lezingen gaan geven. Maar eerst zoekt hij naar een goede titel voor het boek. Hij schrijft zeker twintig mogelijk titels op een blad, zonder dat er een tussenuit springt. Op een dag valt het hem zomaar in de schoot. Hij zocht het veel te ver, beseft Yusef, want raken mannen vooral de weg niet kwijt omdat ze hun bestemming vergeten zijn? “De bestemming van de man” is geboren.

In het boek combineert hij autobiografische elementen met diepere, mystieke ervaringen en levenslessen. Vooral zijn periode bij de berbers in de woestijn komt veelvuldig aan bod. Toch kan hij om zijn vroege jeugd niet heen. Die heeft er immers voor gezorgd dat hij geworden is wie hij nu is. Hij eindigt hoofdstuk zes – hij zit dan al aan pagina drieënzeventig – met een passage die hem erg zint, alsof ze hem werd ingelepeld door iets dat hoger is dan hemzelf.

Hij schrijft: “Wanneer je een kleine jongen bent, is je hart vol en je hoofd nog leeg. Maar naarmate je opgroeit, zal men proberen je hoofd vol te lepelen, de ene keer met goede zaken, de andere keer met leugens die men zal voorstellen als waarheden. Omdat we onze opvoeders onvoorwaardelijk liefhebben, hebben we er vertrouwen in dat we altijd in goede handen zijn. We geloven dat alles we ze ons vertellen juist is en vol goede bedoelingen. Let dan hierop: als je op je twaalfde, dertiende of vijftiende voelt dat je hoofd vol is en je hart leeg, laat dan een alarmlichtje flikkeren. Om van een jongen te transformeren tot een man, moeten we op een dag veel van wat ons ooit verteld is overboord gooien. Alles wat ons niet meer dient, zelfs wanneer het komt van de mensen die ons het dierbaarst zijn. Je zal hen tegen de haren instrijken en wellicht meer overboord gooien dan nodig, maar dat is een deel van het proces: de vlinder kan niet tevoorschijn komen zonder uit de cocon te breken en daarbij brokken te maken.

Wel, als je voelt dat dat moment gekomen is, ga dan ’s nachts onder de sterrenhemel staan, leg een hand op je hart en voel wat het je wil vertellen. De berbers zeggen: “Alleen wanneer je niet langer verblindt wordt door de zon en je het duister van de nacht verwelkomt, zal je de waarheid kunnen aanschouwen. De weg naar je ware bestemming zal je niet gegeven worden door wie zich het best kan oriënteren op de sterren, maar door wie het best kan luisteren naar het gefluister van zijn hart. Niet je ouders, je opvoeders of de kamelen leiden je naar je ware bestemming. Dat kan alleen het kompas van je hart. Het zal je leiden op een avontuurlijke tocht met geen enkele garantie. Het zoeken naar je eigen waarheid vraagt vastberadenheid, nederigheid en gevoel voor verantwoordelijkheid. Je zal vaak twijfelen en op de proef gesteld worden. Het kan zelfs zijn dat je een verkeerde richting opgaat. Wanneer je dat doorhebt, keer dan zonder schroom op je stappen terug. Meet je successen af aan al je verloren kilometers, aan alles wat je hebt moeten opgeven om het te kunnen bereiken. Maar wanneer er weer eens hoge duinen voor je opdoemen, weet dan dat daarachter de vruchtbaarste oases te vinden zijn. Altijd zal de weg nu eens verraderlijk zijn, dan weer een dolle, vreugdevolle rit. Wie zich overgeeft aan dat avontuur, zal het mysterie van het leven kennen. Koester dit als je lijfmantra: wie elke dag de weg naar binnen gaat, vindt zijn ware bestemming.”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers liken dit: