Het geheim van 55+

5555, het leek een verjaardag als een andere. Je vulde de dag met het liken van felicitaties op je tijdlijn, je schaterde om die te gekke verjaardagsballon en bedacht een paar catchy oneliners na de prosecco in dat Italiaanse restaurantje. Na die dag zou je weer gewoon meanderen doorheen de bochten van de tijd, gezapig of gezwind, passioneel of zen. Pas later zou je die mysterieuze roep horen echoën tot diep onder je huid. De roep van 55.

Het begon met het besef dat je nog vitaal bent, maar niet meer oneindig lang zoals je een paar jaar geleden nog vermocht te denken. Misschien had je een zuinige glimlach om de lippen omdat je alles op een rijtje hebt, omdat het plaatje klopt. En dan toch dat onverklaarbare gemis. Misschien werd je overvallen door een stoet aan melancholische gedachten, dat vroeger dat niet meer terugkeert, steeds verder van je afdrijft. Genadeloos worden de herinneringen steeds meer herinnering, als schepen die flirten met de horizon en verstoppertje spelen in de plooien van de tijd. Maar pijn blijft pijn en momenten van vervulling blijven dat evenzeer, en tussen die twee schrijf je moedig verder het verhaal van je leven.

In de trein tussen Mechelen en Leuven bedacht ik me dat heel wat mensen een voorkeur hebben over hoe ze willen zitten, met de blik in de rijrichting of liever andersom. In het eerste geval zie je wat er komen gaat. Het komt op je af en snel, maar je bent niet verrast. Je herkent de daken, de rommelige tuinen, de schreeuwerige graffiti. Op het voorbijflitsende kerhof kijk je een fractie van een seconde naar die feloranje bloemen bij dat graf. Ooit zal zo’n plek in de aarde je deel zijn, maar nu nog niet en je slaat de bladzijde van de krant om. Kim Kardashian heeft weer wat uitgevreten.

De mensen met de rug naar de rijrichting zijn van een andere soort. Hun mijmeringen verbroederen met de landschappen die aan hen voorbijglijden. Ze kijken niet, ze schouwen, verrast en verwonderd naar wat zich aandient, als een gigantisch oosters tapijt dat zich aan hun voeten uitrolt. Ze hebben diezelfde oranje bloemen opgemerkt en vragen zich af wie ze daar met zoveel liefde heeft gelegd. Pas wanneer de trein vertraagt geven ze zich rekenschap dat ze op een nieuwe bestemming zijn aangekomen.

Wanneer je 55 wordt, voel je de roep om even uit die trein te stappen, in welke richting je ook zat. Die grote eik nodigt je uit om plaats te nemen aan zijn wortels. Die kapel opent haar deur voor een moment van stilte in jezelf, of je wandelt langs een eindeloze kustlijn. Het zand vertraagt je, draagt je. Nu de kans groot is dat je al een eind in de tweede levenshelft bent aanbeland, borrelt de vraag op: wat is de betekenis van mijn leven? Is het dit nu? Ben ik oké met dat huis of appartementje, die inkomsten of het gebrek eraan, de citytrips of reizen naar de zon, die nieuwe pensioenleeftijd, hospitalisatieverzekering of dat spaargeldrendement, met het onvermijdelijke settelen van de kinderen, elk met hun eigen vreugdes en besognes? Wil je stilaan voor anker in de veilige haven of hoor je integendeel nog steeds de lokroep van de zeven zeeën?

55, een nieuwe dimensie klopt aan de deur. De materiële demonen wijken schuchter voor de verlangens van de ziel, voor wat er in je leven nog echt toe zou doen. Ze kloppen op de deur, niet fors, eerder uitnodigend. Misschien moet je nog een zeurende, emotionele pijn in het reine brengen. Diep vanbinnen weet je dat de tijd de wonden niet heelt, ze hooguit maskeert, wat ze ook beweren. Als je dat rugzakje eindelijk kan afleggen, weet je, zal je iets gedaan hebben dat je ziel al lang heeft ingefluisterd. Maar je hoorde het niet. Tot nu.

Daar zal de ziel het niet bij laten. Ze weet dat je op 55 eindelijk tot spirituele ontvankelijkheid bent gekomen. Niet dat het er voorheen niet was, misschien al heel lang en sterk, misschien ook helemaal niet. Het verschil is dat je haar nu eindelijk au sérieux neemt, een drang voelt om er meer naar te gaan leven. Die droom die je al lang heimelijk deed glimlachen. Tangodansen zoals in de salons van Buenos Aires, bloemschikken, schrijven, schilderen of simpelweg met je nieuwe, electrische fiets elk bijzonder hoekje van je streek verkennen. Je wil niet alleen meer tijd maken voor jezelf en je diepere verlangens, evenzeer wil je meer verbinding gaan maken met die ander, met je partner, vrienden, collega’s, en dat op manieren die de gebruikelijke praatjes tussen jullie overstijgen, die hem en haar veel meer raken, zoals ook zij jouw snaren meer weten te beroeren. Je wordt een spannende collega in een nieuwe zoektocht waarvan niemand de bestemming kent. Je kijkt naar de sterrenhemel die je lang niet meer geboeid heeft en beseft plots de magie en grootsheid van dat universum, van die schitterende, blauwe planeet waarop we nog een tijdje mogen leven. Je wil meer zorg voor haar gaan dragen, meer tijd in de natuur doorbrengen. Steeds weer laat ze die onverklaarbare rust over je neerdalen, omhelst ze onvoorwaardelijk je zorgen en je dromen en geeft je geheime raad.

Je wil leren om dankbaarder te zijn, in eerste instantie omdat je lichaam je al tot hier gebracht heeft, tot die volle 55 levensjaren. In tijden van ziekte heeft het er alles aan gedaan om je weer gezond te krijgen, terwijl je hart nooit versaagd heeft om verder te kloppen. Zonder staking of pauzetoets heeft ze ondertussen de kaap van de twee miljard slagen gerond, telkens die kleppen open en weer dicht, trouw en gedreven het bloed door je aderen pompend. Als er iets is waarvoor je na al die jaren dankbaar kan zijn, dan wel dat. En dankbaar voor die ander, die er voor je is, of is geweest. Voor alle liefde die je hebt ontvangen, nog steeds.

In de trein daagde het me plots dat het getal 55 zijn eigen code herbergt. Net zoals we de 5 beginnen te schrijven met het bovenste streepje, van rechts naar links, zo zijn we ons leven ingestapt. Het bovenste, horizontale streepje symboliseert onze jeugd, waarin we onstuitbaar het leven tegemoet zijn gesprongen, enthousiast, doelgericht en met teder geweld. Toen kwamen de eerste harde lessen, zochten we een richting in ons leven, met vallen en opstaan. We botsten op de eerste muren. In wat we zo graag wilden doemde een onoverkomelijke hindernis op, of kwamen we erachter dat het toch dat niet was. Momenten van ontgoocheling, frustratie, verdriet. Beproevingen in de liefde. Schaakmat in dat project, in die job. Het was toen dat je een bocht van 90 graden nam. Dat is het tweede, kortere streepje van de 5, het verticale streepje naar beneden. Je had de wind in de zeilen, een nieuw elan en ook dat bleef niet duren. Dit keer stuurde je sneller bij. Je was al wat ouder, wat wijzer en kordater. De tweede negentiggradenbocht van het getal 5 was een feit. Dit keer leek je leven beter op de rails, of toch weer niet. Die tweede bocht symboliseert al dat geslinger op je levenspad, van je twenties tot je fifties. Feit is dat het traject steeds beter onder controle leek te komen, tot het langzaam begon af te buigen naar beneden, naar die halve cirkel van de 5. Nog niet zo lang geleden, een eeuw of misschien twee, was de eindbestemming niet meer zo veraf. Tijdens mijn jonge jaren leek 60 al heel oud. 60, dat waren de gepensioneerden, voor wie 70 al onverhoopte blessuretijd was. Dat is niet langer zo. Na 55 zingen we het nog makkelijk 25 jaar uit, vaak langer. Dat is althans onze hoop.

Op die extra tijd had het getal 5 niet gerekend. Vandaar dat haar laatste halve cirkel nu verder blijft groeien, eerst tot een volledige cirkel en dan met nieuwe cirkeltjes steeds verder naar binnen, als een labyrint van Chartres waarin we evolueren naar een sacraal midden. Dat is het geschenk van de huidige tijd, dat het ons gegund wordt om steeds dieper naar onze essentie af te dalen, naar het hart der dingen. Het kan een periode van ongekende transitie en innerlijke groei zijn en nooit heeft het zich zo op een schoteltje aangediend. We hebben de bal slechts in te koppen.

Steeds meer mensen komen hierachter en geven de geheime boodschap door, zodat ze niet langer geheim is maar een nieuw, collectief bewustzijn op aarde creëert, gevoed door introspectie en spiritualisatie, door verbinding van hoofd met hart, door het vinden van onszelf in de ander als spiegels van de ziel. Het is geen toeval dat het getal 55 ons daarop wijst, niet een keer, maar tweemaal, als een wake-upcall die een bijzonder gesternte over ons leven schuift. Vanaf 55 begint de beste periode uit je leven, waarin je eindelijk vindt wie je in werkelijkheid bent.

De trein stopt, ik stap uit. ‘Ik ben 55,’ wil ik uitroepen, alsof ik het groot lot gewonnen heb, terwijl de mensen op het perron me vreemd aankijken. Tot de dag dat ook zij die verjaardag zullen vieren en op hun beurt worden ingewijd in het Grote Geheim van 55.

De brand van de Notre-Dame de Paris

notre-dame_de_paris_incendie_sipaDe vraag houdt me bezig vanaf de eerste, schokkende berichten. Niet hoeveel schade er is, niet wie er verantwoordelijk is of hoe de pompiers de brand pas diep in de nacht bemeesterd hebben. Wat in in mijn hoofd gonst is: WAAROM? Wat betekent het? Aanvankelijk vind ik geen antwoord. Ik ga een dagje werken, laat het even los, tot het plots binnenkomt. Niet als een beredeneerd inzicht, eerder als een heldere flits. Hoe kon ik er al die tijd naast kijken?

De kathedraal van Notre Dame de Paris is een zogenaamd stillpoint. Een stillpoint is een energetische plek middenin een raderwerk van beweging waarin alles tot stilstand – en stilte – komt. Tegelijk is het een centrum die de beweging weer op gang brengt. Een dans die ingetogen vertraagt en daarna weer aanknoopt met creatieve uitbundigheid. Het is een mysterieuze intelligentie die zorgt voor de balans tussen yin en yang, tussen zijn en doen, tussen mannelijk en vrouwelijk. De Notre Dame de Paris is zo’n krachtplek.

Parijs mag dan wel de stad van de liefde genoemd worden, het is ook een miljoenenstad met haar dagelijkse, onbeschrijflijke hectiek, waar een zee van mensen in de kille ochtend door het straatbeeld krioelt, terwijl toeterende auto’s zich als langgerekte, mechanische linten doorheen straten en tunnels wringen. Parijs is een microcosmos van de huidige maatschappij: snel, nerveus, vluchtig, oppervlakkig. We hebben niet veel tijd en doen altijd door. We willen meetellen, gezien worden, scoren. En net middenin die waanzin, op een eiland in de Seine, ligt de Notre Dame de Paris, het stillpoint dat al die beweging absorbeert als een draaikolk naar een putje. Maar het is geen slurpend, zwart gat, het is integendeel een gigantische bron van regeneratie, van contemplatie. Het is het ultieme hier en nu, waar het verleden zich overgeeft en de toekomst zich aandient als een onbeschreven blad. Als we ons een tijdje onderdompelen in die plek, worden we vanzelf weer tot beweging gebracht door iets dat hoger dan onszelf is. Na een bezoekje aan de kathedraal voelen we ons herboren of hebben we een inspirerend inzicht opgedaan. We schrikken op van een wijsheid die een onbekende ons met een mysterieuze glimlach influistert. We voelen plots de wind langs onze huid strijken en ruiken een jasmijngeur zoals we nooit eerder ervaren hebben. Dit is geen romantiek, het is onze ziel die wakker wordt en al onze zintuigen alert maakt. Onbewust voelen de Parijzenaars een onverklaarbare aantrekkingskracht tot die plek. Hun onderbewustzijn weet hoe belangrijk die is, hoe ze vanuit dat epicentrum hun levens voedt en hen leidt naar de essentie in hun leven die ze telkens weer dreigen te verliezen.

Ja, er zijn ook de rijke geschiedenis en fascinerende legendes. Ja, er is ook de Vierge du Notre-Dame de Paris en Maria Magdalena is ook niet weg te denken uit de kathedraal. De moedergodinnen zijn de bakens en hoedsters van deze krachtplek. Ze maken een nieuwe spiritualiteit in ons wakker, die ons onvoorwaardelijk gidst naar ons hart en onze intuïtieve vermogens, waarvan we beseffen dat we het contact – nog maar eens – verloren zijn. De inzichten die ze ons verschaffen zijn soms hard maar altijd liefdevol. Zoals het groeiende besef van de waanzin waarin we zijn terecht gekomen.

De brand van de Notre-Dame houdt ons een genadeloze spiegel voor. Hij symboliseert onze collectieve burn-out: lichamelijk, geestelijk, spiritueel. Het toont het opbranden van de prachtige planeet waarop we wonen, soms letterlijk. Een dag na het inferno mag Greta Thun een korte speech houden in de milieucommissie van het Europese parlement. De plenaire zitting ziet haar liever niet (meer) komen. Tot tranen toe bewogen uit ze haar tristesse over de meedogenloze ontbossing van het regenwoud, de toenemende toxiciteit van de lucht die we dagelijks inademen, de dramatische achteruitgang van insecten en wildbestanden, de verzuring en plastificering van de oceanen en natuurlijk de desastreuze gevolgen van de klimaatopwarming. Er wordt geapplaudisseerd, maar Greta lacht zuinig. Ze vraagt zich af of de mensheid ooit de handen in elkaar zal slaan om het slagveld te keren dat de huidige levensstijl aanricht aan mens en planeet.

De brand toont dat we nog niet echt beseffen dat we onze laatste reserves en die van de planeet aan het uitputten zijn, enkel en alleen om die verwoestende levensstijl vol te houden. We blijven geloven dat het nog wel meevalt, tegen beter weten in. De plekken in onszelf en op aarde die ons tot rust en bezinning kunnen brengen, zelfs die houden het niet meer, lijkt de brand ons te tonen. Een van de grootste, meest symbolische stillpoints gaat in vlammen op, alsof zelfs het vermogen om te kunnen herstellen dreigt aangetast te worden. Net omdat we die boodschap allerminst graag horen, komt hij steeds explicieter op ons af. Niet om ons te tergen, maar om ons wakker te schudden en ons tot een stille revolutie te bewegen, gestuurd door het hart, door de moedergodinnen of door onze diepere wijsheid en spiritualiteit.

De dag na de brand zwaaien allerlei gulle schenkers met honderden miljoenen voor de wederopbouw van de kathedraal. Hiervoor zijn enkele van de rijkste Fransen en Franse bedrijven verantwoordelijk. Maar het is niet de kathedraal die in eerste instantie moet heropgebouwd worden, het is onszelf en de planeet. Wij liggen in onze eigen, verschroeide aarde en moeten een manier vinden om onszelf heruit te vinden, om een diepere laag van ons bewustzijn aan te boren in plaats van een nieuwe laag olie. Alleen dan zullen we als een fenix uit onze as kunnen verrijzen.

Om een glimp op te vangen van wat de Notre-Dame de Paris als stillpoint betekent, neem ik je tot slot mee naar de vijftiende eeuw, toen de Henegouwse componist van polyfonische werken, Johannes Ockeghem, actief werd in de Parijse kathedraal. Onder de indruk van het sacrale karakter en de imposante, heilige geometrieën, schreef hij sommige van zijn beste werken, mogelijks ook zijn Missa Prolationum. Polyfonie vermengt mannelijke en vrouwelijke stemmen samen tot een perfecte balans en harmonie, waarbij de bewegingen zich regelmatig en gezamenlijk neerleggen in stillpoints, alsof Ockeghem perfect de bijzondere energie van de kathedraal begreep. Ook al duurt hetvolgende, magische stukje uit de Missa Prolationum slechts een kleine vijf minuten, let op hoeveel moeite het misschien kost om er rustig bij te gaan zitten en het volledig te beluisteren. Alleen al die observatie is een getuige van de wake-upcall die de vreselijke brand ons voorhoudt. Tegelijk is het een sterk signaal met geweldige kansen voor een nieuw, hoopvol perspectief, door ons geschreven. Het is tijd voor onze verrijzenis, de beste eer die we de Notre-Dame de Paris kunnen bewijzen.

Don’t kill my vibe

20190308_194723“Untallented losers.” Met dat opschrift op de deur word ik verwelkomd in een Leuvens mannentoilet. Grappig? De spelfout misschien. Had een vrouw nog een eitje te pellen met een etter? En zat het zo diep dat ze maar meteen het volledige mannelijk geslacht op de schop wou? Of is het de benevelde pennenvrucht van een nachtbrakende grappenmaker? Ik kom er niet uit.

Waarom het dan toch blijft hangen? Omdat ik het gehad heb met etiketten. Het typeren van mensen met catchy oneliners of zelfs een enkel woord zit in de lift, meestal in een pejoratieve betekenis. Het gebeurt in de media. Het gebeurt in ons persoonlijk leven. Klimaatdrammer. Haakneusjood. Gelukszoekende migrant. Geitenwollensokkentype. Nerd. Ijskoningin. Nietsnut. Macho. Loser. Het gaat hierbij niet om een occasionele belediging, het gaat om stempels die je op je voorhoofd gedrukt krijgt, vaak een level lang. Het gaat om een etiket.

Zo’n lekker bekkende typering is makkelijk zat. En laf. Als je de definitie van iemand reduceert tot dat ene etiket, sla je twee vliegen in een klap. Het komt in de eerste plaats je gevoel van eigenwaarde ten goede. Wanneer je iemand naar beneden haalt, stijgt je eigendunk zonder dat je er zelf iets voor moet doen. Als iemand afgaat als een gieter in The Voice, genieten we misschien ook wel eens stiekem mee van die neerwaartse duim, van de kandidaat die met de staart tussen de benen moet afdruipen. Psychologisch onderzoek heeft uitgewezen dat het ons een beter gevoel geeft over onszelf als we iemand anders zien mislukken. Dat is niet fraai, maar meestal ook niet overdreven kwaadaardig.

Veel erger is dat je met het toebedelen van een etiket jezelf ontslaat van de taak om de persoon in kwestie beter te leren kennen. Je doet niet langer de moeite om nog maar een glimp op te vangen van al het goede waar die persoon (ook) voor kan staan, naast dat ene aspect. Als je goed zoekt, vind je bij iedereen wel iets waar je hem of haar op kan pakken. Als je alleen maar dat in het vizier houdt, versterkt die ene definitie tot dat eeuwige etiket. Een sticker die er met geen oplosmiddel meer af te trekken valt. Met die mindset houd je het niet voor mogelijk dat mensen veelzijdige persoonlijkheden zijn met meerdere facetten. Je gelooft evenmin dat ze evolueren in de tijd, dat de persoon van nu niet meer degene is van tien of vijfentwintig jaar geleden. Dat hij of zij geleerd heeft uit tegenslagen, mislukkingen of fouten, zodat er vandaag een heel ander iemand voor je staat. Een etiket blijven handhaven is niet veel minder dan karaktermoord. Het gebeurt op de werkvloer, in sociale milieus, op het wereldtoneel. Migranten zijn terroristen en verkrachters. Politici zijn zakkenvullers. Chinezen zijn kopiisten. Langdurig werklozen zijn luiaards en profiteurs. Vrouwelijke managers zijn ambiteuze manwijven. Klimaatspijbelaars zijn marionetten van extreemlinks. Het is voldoende om een enkele persoon te vinden die in de buurt van die omschrijving komt om een hele groep te stigmatiseren. Dat is de truc. Etiketten zijn de brandstof van wij en zij.

Maar misschien is “jij kan dit niet” nog het ergste etiket van allemaal. Je hebt een idee of droom waar je enthousiast over bent, maar het wordt meteen afgeschoten. “Dit is niets voor jou.” “Je moet je grenzen kennen.” “Jij gaan zingen? Je zingt zo vals als een kat.” Het kan ook schrijven zijn, een zaak openen, een studie aanvatten, een cursus volgen, een recept koken, een avontuurlijke reis maken. Wanneer je hart dat sprongetje maakt maar je omgeving meteen brandhout maakt van je droom, ga je twijfelen. Misschien hebben ze gelijk? Kan best, en toch wil je hart dat je het probeert. Omdat het toevallig wel de weg is die je misschien niet de realisatie van die bepaalde droom oplevert, maar wel die van een andere. Omdat het universum nu eenmaal zo werkt. Omdat we geloven in die synchroniciteit. Het toeval dat geen toeval is. In de wijsheid van de ziel, die ons op de achtergrond onvermoeibaar een geweldig leven blijft influisteren.

Daarom moeten we etiketten van ons afgooien alsof ons leven ervan afhangt. Het hangt er ook vanaf. Als we die droom of dat geweldige ideetje niet volgen, gaan we nu al een beetje dood. We mogen zelfs stoppen met tegen dat etiket te vechten. Het houdt het alleen maar in stand, versterkt het nog. We moeten onze eigen weg volgen. Het etiket is een test voor de krijger in onszelf, die ons doorheen het opwindende leven loodst dat we willen leiden.

Toen de jonge Noorse tiener Sigrid naar een workshop songschrijven ging, vonden de cursusgevers haar ideetjes maar niets. “Je moet het zo doen. Niet zo.” Sigrid verliet de cursus en bleef koppig haar eigen ding doen. Ze vond zichzelf allesbehalve een “untallented loser”. Vandaag treedt ze op in heel Europa met haar aanstekelijke electropop. Ze heeft net haar eerste CD uit, allemaal dankzij die “foute” ideetjes van haar. Op de CD staat een nummer dat gaat over de ervaring in de songschrijfcursus. De titel is toepasselijk “Don’t kill my vibe.” Het werd een hit. De song straalt iets universeels uit. Kwaadheid om het etiket. De kracht van de droom. Het geloof in jezelf. Het ware misschien nog net iets beter geweest indien de titel “Can’t kill my vibe” was. Omdat het dan niet langer refereert naar de strijd, naar die ander die zwaait met dat etiket. En toch. Het is goed zoals het is. Net zoals wij.

Make the world GRETA again

Make the world GRETA again 2“Make the world GRETA again.” De nieuwste klimaatslogan is meer dan een vette knipoog naar de man die zijn land great again wil maken. De voornaam van het kleine Zweedse meisje met de strijdersogen is op minder dan een half jaar voldoende voor wereldwijde herkenning. Geen Pipi Langkous om zonder handschoenen aan te pakken, ondervond ook EU-commissievoorzitter Juncker. In antwoord op de speech van Greta Thunberg kwam hij niet veel verder dan een warrig betoog over ondermeer toiletspoelsystemen. Zijn minachting was minstens even groot als zijn stugheid. Het contrast met Greta’s speech kon niet groter zijn. Ik word telkens weer getroffen door de meerlagige inzichten in haar heldere en krachtige taal, waarmee ze de politici en hun communicatiemanagers het nakijken geeft. Dat was deze keer niet anders. Of wat dacht je van deze zeven zinnen uit het betoog van Greta?

“We hebben een nieuwe manier van denken nodig. Het politieke systeem dat jullie gecreëerd hebben, gaat over competitie. Dat moet stoppen. We moeten samenwerken en de middelen van de planeet op een eerlijke manier delen. We moeten binnen de planetaire grenzen leven in het belang van al het leven. Dit klinkt misschien naïef, maar als jullie je huiswerk hebben gedaan, dan weten jullie dat we geen andere keuze hebben. We vechten niet voor onze toekomst, maar voor iedereen zijn toekomst.”

Vanuit mijn beroepservaring weet ik dat het oplossen van (IT) problemen faliekant afloopt wanneer je niet precies weet welk probleem je aan het oplossen bent. Root cause analysis heet zoiets in het jargon. Voor oplossingen die niet de wortel van het probleem aanpakken hanteren we namen als “plakkers” of “carpet dressing”. Het eerste doelt op een niet duurzame oplossing waarvan je weet dat ze op termijn niet zal voldoen, het tweede gaat over het tijdelijk of permanent onder de mat vegen van het probleem, door camouflage of simpelweg door te hopen dat niemand het zal opmerken, zoals bij de sjoemeldiesels. Ook een klassieker is het snel maken van een ontwerp dat wel voldoet voor een aantal initiële, minimale vereisten, maar niet geschikt is om op te bouwen voor wat je daarna zal nodig hebben, met het risico dat je later vanaf nul zal moet herbeginnen. Gek genoeg is dat exact wat er met veel van de huidige klimaatoplossingen aan de hand is. Omdat we windmolens zetten, electrisch gaan fietsen en de politici in Parijs wat hoopvol klinkende doelstellingen afsluiten, denken we al snel dat we er wel gaan komen. Nog steeds durven we onze levensstijl niet al te veel in vraag stellen en geloven we dat de technologie en de politiek het wel zullen oplossen. Maar is dat ook zo?

Misschien heeft Greta Thunberg nog nooit van root cause analysis gehoord, en toch is het exact wat ze in zeven eenvoudige zinnen voor elkaar krijgt, voor wat momenteel het moeilijkste probleem is dat de mensheid voorgeschoteld krijgt.

  1. “We hebben een nieuwe manier van denken nodig”: met deze zin doelt ze op een nieuw bewustzijn, dat radicaal breekt met oude, materialistische denkbeelden en dito gedragspatronen die naar onze ondergang kunnen leiden. Dit gaat een stuk verder dan de klimaatkwestie. Het gaat over het herstel van evenwicht, het in balans brengen van yin en yang. Traditionele culteren begrijpen al duizenden jaren het belang hiervan. Verbranding is een energie die erg yang is en de planeet uitput zonder kans op herstel. Daarbij gaat het over veel meer dan hoeveelheden CO2. Het gaat over een nieuw bewustzijn dat weer aansluiting vindt met de oude wijsheden en dat gevoed wordt door liefde in plaats van angst, hebzucht en haat.
  2. “Het politieke systeem dat jullie gecreëerd hebben, gaat over competitie”: we hebben een maatschappij gecreëerd waarbij we altijd meer willen hebben. Niet omdat we per se zo hebberig zijn, het zit gewoon zo in onze cultuur en we surfen er niets vermoedend op mee. En als we al veel hebben, willen we dat vooral zo houden en zijn we op onze hoede voor anderen die onze welvaart in gevaar kunnen brengen. Denk maar aan de migratiestromen of de handelsoorlogen. Bovendien is onze westerse levensstijl erg schadelijk voor de planeet. Daarom hebben we een andere niet-competitieve levensstijl en een nieuwe manier van denken nodig.
  3. “Dat moet stoppen”: duidelijker kan het niet zijn. Het is niet voldoende om dezelfde recepten wat bij te sturen, er is gewoonweg een volledig nieuw menu nodig. Maar welk dan?
  4. “We moeten samenwerken en de middelen van de planeet op een eerlijke manier delen”: het nieuwe denken van Greta behelst dat we niet langer de nationalistische of tribale trom slaan. Het vraagt dat we geen muren meer bouwen of emissierechten afkopen in Afrika, of dat we nog maar geloven dat we het klimaatprobleem buiten onze grenzen kunnen houden. Alleen samenwerking kan ons redden, gekoppeld aan een eerlijke verdeling van de middelen. Dat laatste gaat niet alleen over de strijd om olie en ook steeds meer om water, het gaat ook over de ongelijkheid waarbij een handvol mensen evenveel bezit dan de halve wereld, waarbij enkele landen uitpuilen van de welvaart en andere steeds dieper wegzinken in armoede.
  5. “We moeten binnen de planetaire grenzen leven in het belang van al het leven”: wat zijn de planetaire grenzen? Simpelweg, wat de planeet aankan. Als we iets nemen van de planeet, moet het de tijd krijgen om dat weer aan te vullen. Dat heet duurzaamheid, of het nu om visgronden, bomen of grondstoffen gaat. Met grondstoffen bedoel ik dan niet fossiele brandstoffen – die worden sowieso niet aangevuld door de planeet – maar wat er in de grond zit aan mineralen en andere levensnoodzakelijke elementen. Intensieve landbouw put de grond uit, zodat die op niet al te lange termijn dode grond wordt. “In het belang van al het leven” duidt op een houding die niet alleen om de mens draait, maar ook om de dieren, de zeeën, de planten, de bodem en al wat leeft. Greta doelt op de samenhang tussen alle leven, waarbij alles veel meer met elkaar verbonden is dan we aannemen. Ze denkt holistisch en spiritueel, zonder dat ze dat misschien bewust doet of dat zo zou benoemen.
  6. “Dit klinkt misschien naïef, maar als jullie je huiswerk hebben gedaan, dan weten jullie dat we geen andere keuze hebben”: hier spreekt ze vanuit de derde chakra, waarbij ze de zaak op scherp stelt. Dat is nodig, omdat de waarheid maar niet doordringt. En die waarheid is dat we geen tijd te verliezen hebben om dat nieuwe bewustzijn en de daaraan gekoppelde aanpak op de mat te brengen. Daarom zal ze dit blijven herhalen, zoals ze zelf aangeeft.
  7. “We vechten niet voor onze toekomst, maar voor iedereen zijn toekomst”: dat is niet zomaar een respons op het feit dat enkel de jeugd een probleem zou hebben, je voelt dat ze dat meent. Ze wil zich echt inzetten voor het voortbestaan van de planeet zodat iedereen er wel bij vaart, als een soort van onbedoelde nieuwe messias. Mocht iedereen dat zo zien, dan leefden we vandaag in een totaal verschillende wereld.

Misschien klinkt wat Greta vertelt ons niet prettig in de oren. Misschien zouden we liever hebben dat ze haar mond houdt. Misschien geloven we in complottheorieën die van haar een pion of marionet maken in een vuil achterkamerspelletje. Misschien willen we haar op een zwak moment gewoon de les spellen. Maar als we eerlijk zijn, weten we dat Greta in alle eerlijkheid streeft naar de liefdevolle maar harde waarheid en ons simpelweg daarmee confronteert. We zouden blij moeten zijn dat iemand de noodzaak van een nieuw bewustzijn zo expliciet en krachtig op ons bord serveert. Aan ons om die uitnodiging op te pakken, voor de spiegel te gaan staan en diep in onszelf te voelen wat we in dit verhaal te doen hebben. Als het die soul search is die Greta mondiaal teweeg brengt, dan is “Make the world GRETA again” nu al het beste wat de wereld in 2019 overkomen is.

Een heldendaad voor het klimaat

P1040586

“De planeet wordt heet, de regering doet geen reet.” Op het moment dat ik wil gaan lunchen in hartje Leuven, bots ik op een legioen klimaatspijbelaars. Ik laveer tussen de spandoeken door terwijl er ernstige of prettig gestoorde leuzes worden gescandeerd. De sfeer houdt het midden tussen een scoutsvuur en Tomorrowland vibes.

Dat ik tegen de stroom in moet roeien om mijn lunchtent te bereiken, geeft me het idee van een generatieconflict. Nu eens loop ik over van sympathie – als adolescent zou ik in de voorste rijen lopen – dan weer spin ik kritische bedenkingen. Om iets in de wereld te veranderen moet je op straat een keer durven roepen gaan, soms een revolutie op gang trappen. Dat is nooit anders geweest. Naargelang de uitkomst word je een volksheld of een tragikomische schlemiel. De klimaatacties door jongeren zijn voor de toekomstige generaties nu al een heldendaad. Hun leidster is nog net geen Jeanne d’Arc.

‘Zijn jullie bereid zijn om minder te gaan vliegen?’ vraagt een reporter aan een groepje jongeren in het gewoel, wetende dat de jeugd een reputatie toegedicht wordt als cityhoppend feestvolkje. ‘Jazeker,’ klinkt het zonder aarzeling. Het antwoord van het meisje met het beschilderde strijdersgelaat klinkt oprecht. Eenzelfde soort vragen is als een olifant in elke huiskamer beland, alsof de micro van een journalist plots voor ieders geduwd wordt: wat doen u en ik voor de planeet?

De verleiding is groot om die vervelende klimaatklus onmiddellijk naar iemand anders door te schuiven. Naar de politici, de dieselrijders, de energieleveranciers, naar elkaar. Of we kunnen gemakkelijkheidshalve schieten op de pianist. Spelen op de man in plaats van op de bal. Het moet evenwel gezegd, we leven boven onze stand. Of toch wanneer je kijkt naar de duurzaamheid van de gemiddelde westerse levensstijl. Dat er meerdere planeten Aarde nodig zijn om die Bourgondische lifestyle te kunnen bestendigen, zoemt als een stalkende mug almaar penetranter rond ons hoofd. Wat niet helpt, is om als klimaatactivist een groothandel op te starten in schuldgevoelens. Met een partijtje culpabiliseren schiet niemand iets op. Wel is het ieders verantwoordelijkheid om deel te worden van de oplossing. En dat lukt beter als de remedies haalbaar, zelfs sexy zijn.

Jammer genoeg is mijn naam niet pakweg Carl De Wever. Dan had je naast A. en B. nu ook een C. De Wever-stem gehad. Een modale volwassene die andere volwassenen over de streep probeert te trekken. Neem nu de auto. Ook ik vond het de normaalste zaak van de wereld dat we ons dagelijks verplaatsen mits een stevig vuurtjestook onder een motorkap. Mijn vehikel, mijn vrijheid, weet u wel. Voor mijn part mag iedereen die bolide gerust houden, mits zich bewust te worden van de kost voor de planeet en vooral van hoe dolgelukkig de alternatieven je kunnen maken.

Zes jaar geleden beslisten we hier om ons wagenpark te reduceren van twee exemplaren naar een. Oké, niet voor iedereen is een en ander praktisch haalbaar, maar ook hier moeten agenda’s naast elkaar geschoven worden. De herontdekking van de fiets was awesome, om het in jeugdjargon te stellen. Ritten per tweewieler deden me die landschappen en vergezichten herwaarderen, lieten me die Hagelandse heuvels bedwingen en mijn fysieke conditie en passant naar onvermoede hoogtes stuwen. Een griepje, zelfs een verkoudheid werd een herinnering uit een steeds verder verleden. Alleen zijn temidden van de vier elementen, met je kwieke ademhaling als enige metgezel, is een intieme ervaring waarin je die levensbruis voelt opwellen. Elke fietstocht is een herbronning en een overwinning, vooral wanneer je die westenwind of plensbui getrotseerd hebt, of toen je dampwolkjes blies in de ijzige ochtendlucht. Wanneer ik in de Heidebergstraat aan de voet sta van de klim naar Boven-Lo, een paar honderd meter aan meer dan 10%, voel ik me een moedige avonturier. De modale fietsers stappen af en duwen hun strijdros te voet naar boven. Ook voor mij leek het aanvankelijk ondoenbaar, tot ik erin begon te geloven. Eerst peddelde ik tot halverwege en dan telkens ietsje hoger, tot de eerste keer dat ik weliswaar buiten adem boven kwam, met de kerk bovenop de heuvel als mijn denkbeeldige eindstreep. Tegenwoordig klim ik en danseuse routineus naar boven, houd aan de meet zelfs nog wat overschot. Een kwestie van training en dosering, waarvan ik nooit vermoed had dat die in me zat. Elke overschrijding van de meet geeft me niet alleen die gelukzaligheid, ook de verbijstering hoe makkelijk het is om datzelfde stuk per auto op te klauteren. Dan dringt het besef door dat de grote inspanning die ik net geleverd heb, in indrukwekkend veelvoud benodigd is om die SUV met zijn inzittenden naar boven te hijsen. Dat gevoel bekruipt me nog meer wanneer ik in de ochtendspits al fietsend de Tiensesteenweg kruis en die eindeloze stoet wagens zie bumperen, die achthonderd kilo verwarmde woonkamer op vier wielen. Dan kijk ik naar de bedrukte gezichten achter het stuur en denk ik: wat een waanzin. De hele planeet opstoken om elke ochtend, elk in zijn kleine verbrandingscentrale, wat kilometers af te malen, elke dag opnieuw, zolang de voorraad strekt en zolang de planeet het niet definief welletjes vindt.

We hoeven niet onmiddellijk veganistische holbewoners te worden om iets voor het klimaat te ondernemen. De auto wat meer laten staan, een investering in een goede (electrische) fiets, het bezigen van openbaar vervoer (en de ontdekking dat je in bus of trein een boek kan lezen), een vakantie korter bij, op plaatsen waar je nooit zoveel schoonheid, rust of gezelligheid vermoed had. Van minder vlees is ook nog niemand slecht geworden, evenmin als het eten van seizoensgroenten uit eigen land  of streek. De thermostaat kan makkelijk een graadje (of twee) lager. Recyclage kan voor iedereen een leuke discpline worden, met het zoveel mogelijk vermijden van plastiek als absolute bonus. En waarom dat potje spaar- of beleggingsgeld, voor wie dat heeft, niet investeren in duurzame projecten in plaats van in die winstgeile korven waar banken mee blijven zwaaien? Ik lees deze week dat de pensioenfondsen in Nederland, Denemarken en Noorwegen al volop inzetten op de plaatselijke, groene economie, terwijl de Belgische blijven zweren bij pakweg Aziatische obligaties. Toch hebben we de mogelijkheid om de banken en fondsen eruit te pikken die wel voor duurzaamheid en een groene toekomst kiezen.

Iedereen heeft voor het klimaat zijn eigen Heidebergstraat, een eigen drempel om te overwinnen, een grens om te verleggen. Dat hoeft niet meteen de Everest te zijn. Er zijn vele mogelijkheden om iets voor het klimaat te doen. Less is more, althans in eerste instantie. Maar als we het houden bij die ene anecdotische inspanning, schiet het ook niet op. Het is een illusie dat het opgeven van wat rij- en ander comfort minder gelukkig zal maken. Het tegendeel is waar. Het zal je een goed gevoel geven over jezelf, je stimuleren dat extra stapje te blijven zetten, steeds meer deelachtig te worden aan die groenere, duurzame toekomst, waarvoor door zoveel verontruste jongeren en volwassenen actie ondernomen wordt.

“Red de plantjes” droeg een meisje op een stuk karton, verleden donderdag in Leuven. Die banale slogan had iets naïefs en aandoenlijks, maar is de planeet niet zo’n kwetsbaar plantje, waar we meticuleus zorg voor moeten dragen? En kunnen we niet allemaal zelf dat zaadje planten? Een volgende keer stap ik mee op voor het klimaat. Dan zal ik uit de papierdoos voor het containerpark een stuk karton opdiepen en er met dikke stift mijn slogan oppennen: “Elk een kleine heldendaad voor het klimaat!”

De man na #MeToo

Crown

Het gaat niet goed met de man. Toen hij koud gepakt werd door de neerwaartse spiraal van enkele illustere seksegenoten, dacht hij nog even: dit kan er nog wel bij. Dat was nadat The Donald al een jaar lang een nieuwe norm had geïnstalleerd voor mannelijke grofbekkerij.

Mannen voor de spiegel krijgen is doorgaans moeilijker dan de koning te laten opdraven in The Voice, en toch gaat het om precies dat. Kan de man alsjeblieft het archetype van de koning in zichzelf weer opdiepen, en met die stem de wereld heroveren? Of laten we de definitie van de mannelijke identiteit ongestoord kapen door zij, die ze zwaar in diskrediet brengen?

De mannelijke airplay behoort deze dagen toe aan een bende outcasts. De koppositie wordt daarbij ingenomen door de pussyjagers. Het begon allemaal met iemand die beweerde dat je vrouwen daar makkelijk kon grabben. Daarna volgde een hitsig clubje mannen, dat vanuit een machtspositie allerlei oneerbare jachttechnieken uitprobeerde, soms jarenlang en met succes, afhankelijk van hoe je dat definieert. Hun val in ondertussen ingezet, en met hen de reputatie van mannen in het algemeen.

In de hitparade van de anti-rolmodellen worden de pussyjagers op de hielen gezeten door de projectielengooiers. Wanneer een groep mannen zich verzamelt voor baldadigheden, zijn ze verzekerd van prime time in het journaal. Dat weten ze. Een schlemiel mikt een steen in een etalage tijdens een betoging: uitvoerig op de buis. De geplande speech krijgt de kruimels. Dat werd nog eens bewezen met de Brusselse rellen, die dagenlang journaals, voorpagina’s en duidingprogramma’s monopoliseerden. Nog beter kan er in de media gescoord worden met een terreuraanslag. Eenzame of samenzwerende wolven maaien niet alleen onschuldige mensen omver, deze psychopaten overtuigen ons ook van het idee dat de mannenwereld doorspekt is van hufterige macho’s en gevaarlijke mensenhaters.

Na de eerste grote terreuraanslagen in Europa werd openlijk afgevraagd waarom de gematigde Islam zich niet massaal en met luide stem distantieerde. Net zo vragen vrouwen zich op dit moment af waar de gematigde mannen blijven om orde op zaken te stellen. Wat ons natuurlijk bij de vraag brengt: wat is een gematigd man? Is het een soort grijze muis, die goed gedijt in de veilige anonimiteit van een stilzwijgende meerderheid? Of is het een man, die zijn anders gezonde dosis assertiviteit inruilt voor laffe terughoudendheid, wanneer hij vreest op elk woord getaxeerd te zullen worden? En durft hij überhaupt nog zonder angst met vrouwen om te gaan?

Dat mannen op zoek zijn naar hun identiteit in dit mijnenveld, wordt pijnlijk onderstreept door het ontbreken van een charismatische mannenambassadeur in de media. Een spreekbuis met een vlotte en inspirerende tong, zoals vrouwen zich kunnen beroepen op Goedele Liekens, Heleen Debruyne of een andere sterke persoonlijkheid. Als er al eens zo’n man een micro wordt aangeboden, is het gewoonlijk een intellectueel. We raken dan makkelijk verstrikt in het ingewikkelde bos van zijn grote gelijk, maar voelen zelden ons hart van inspiratie overslaan.

Mannen zijn toe aan hun veertig dagen in de woestijn. Hun tijd is aangebroken om zich te bezinnen over wat er binnen in hen broedt. Een wake-up call om zich te begeven in hun emotionele labyrint en zich af te vragen welke van hun gedragingen en overtuigingen de houdsbaarheiddatum al lang overschreden hebben. Het leitmotiv daarbij moet zijn: hoe authentieker en eerlijker, hoe beter. De beste plek voor de mannelijke vooruitgang bevindt zich momenteel voor de spiegel.

Kan de man zijn koningschap terugclaimen? Ik heb het dan niet over een koning die zich verheven boven het volk laat rondrijden in een gepantserde limo, maar eentje die oog heeft voor de noden van de wereld, te beginnen met zijn onmiddellijke omgeving. Deze koning laat zich niet in met stoere geopolitiek, zet de toekomst van de planeet niet op het spel, creëert geen wij-zij polemieken. Dat is niet louter een gegeven voor de wereldleiders en politici. Het maken door mannen van ethische, sociale en duurzame keuzes speelt zich af in elk huis, in elke buurt. Nog meer blijft deze koning weg van patriarchale borstklopperij, waarbij vrouwen de pineut, en vooral onder de duim blijven. Hij weigert ook over te slaan naar de andere kant, naar een besluiteloos grijs, waar hij zich verstopt achter de wonden van MeToo en andere zware averij, door seksegenoten aangericht.

De koning staat op en neemt zijn verantwoordelijkheid. Hij respecteert grenzen en ziet erop toe dat anderen dat ook doen. De koning verbindt en creëert, hij luistert en voelt in, beschermt en motiveert, beklijft en inspireert. De man is dood, leve de koning.

Van Las Vegas tot Life After Hate

LasVegasShooting

Waarom Las Vegas killer Stephen Paddock minder aandacht verdient? Simpelweg omdat mensen als Michael Kent en Angela King die veel meer verdienen. Nooit van gehoord? Dan breng ik daar graag verandering in.

“Gebouwd om te weerstaan aan de wispelturige en ongenadig harde condities op slagvelden overal ter wereld”: hiermee promoot de fabrikant in zijn catalogus de FN-15, waarvan er enkele in het bezit van Paddock waren. Ook over al zijn andere wapens komen we in de pers alles te weten. Op een paar etmalen tijd is Paddocks leven door journalisten van naaldje tot draadje uitgeplozen. Eerst vullen dagenlange scoops over de schietpartij journaals en kranten, daarna volgen de duidingsprogramma’s en de weekendkaterns. Iedereen wil de aalgladde motieven van Paddock als eerste ontrafelen, de geniale inspecteur worden in een aflevering van Midsomer Murders. Wat Paddocks motieven ook waren, er is minder moed nodig om vanop de drieëntwintigste verdieping met een machinegeweer mensen neer te maaien dan om van een mensenhatende neonazi te transformeren tot vooraanstaand vredesactivist. Toch is het exact dat wat een aantal mensen hebben klaargespeeld, er zelfs een beweging voor hebben opgericht: Life After Hate. Hun marketing klinkt enigszins anders: “Wij leggen ons toe op het inspireren van mensen tot een plek van mededogen en vergeving, voor henzelf en voor iedereen ter wereld.”

Michael Kent uit Colorado maakte deel uit van een skinheadgroep. Stoere jongens die zweerden bij blanke suprematie en daarbij grossierden in haatmisdrijven. Op zijn borst was een grote swastika getatoeëerd. Dat hij daarmee in de gevangenis belandde, was niet zo opmerkelijk, wel dat een zwarte vrouw hem daar in zijn hart zou weten te raken. Tiffany Whittier was Michaels Afro-Amerikaanse reclasseringsambtenaar. ‘Ik ben hier niet om over hem te oordelen,’ zegt ze. ‘Dat is niet mijn job. Mijn job is om die positieve persoon in iemands leven te zijn.’ Die oordeelloze attitude verbijsterde Michael van in het begin en deed hem ontwaken uit zijn nachtmerrie vol haat. Tiffany werd een soort dierbare familie voor hem, waardoor hij zijn gewelddadige verleden definitief van zich wist af te schudden. Zijn tattoo liet hij verwijderen bij Redemption Ink, een non-profit organisatie die gratis haatgerelateerde tattoo’s verwijdert. Tegenwoordig werkt hij op een kippenboerderij, samen met Hispanics. ‘Ik wil niet dat mijn kinderen eenzelfde leven leiden, gevuld met haat. Ik wil dat ze me kennen voor wie ik nu ben en hen zo inspireren.’

Voor Angela King is mensen inspireren een levensmissie geworden. Haar verhalen lijkt een kopie van dat van Michael. Op haar borst prijkte een tattoo van vikingsymbolen, haar middelvinger was getooid met een swastika. Een vernederende ervaring uit haar jeugd vulde haar met haat. Ook zij belandde bij gewelddadige skinheads, en uiteindelijk in een gevangenis bij Miami. De meerderheid van gedetineerden in die instelling waren kleurlingen, die haar omwille van haar verhaal meden als de pest. Tot een Jamaicaanse vrouw haar uitnodigde voor een spelletje kaart, het begin van wat een diepe vriendschap zou worden. Ook hier was het mededogen van de Jamaïcaanse de game changer. Eens uit de gevangenis ging ze terug studeren. Ze haalde een diploma sociologie en psychologie en startte met lezingen. Zo kwam ze in contact met Life After Hate, een blog waar extremisten die eruit waren gestapt hun verhalen deelden. Mede door haar groeide Life After Hate in de V.S. uit tot een nationale non-profit organisatie. De oprichters en medewerkers zetten hun krachtige transformatieverhalen overal te lande in om jongeren en volwassenen weg te houden van racisme en gewelddadig extremisme. Daarbij stopt het niet: ze faciliteren processen van deradicalisatie, doen research naar alle wegen die leiden naar extremisme en formuleren hiervoor oplossingen aan de bron.

In tegenstelling tot Stephen Paddock zijn Michael Kent en Angela King helden zonder noemenswaardige airplay. Nochtans: waar je de aandacht op vestigt, daar stroomt de energie. Dat wordt altijd groter. Dus is het bijzonder vreemd dat redacties overal ter wereld mass shooters en terroristen telkens weer een podium geven waar deze nooit van hadden durven dromen, terwijl ze de Michael Kents en Angela Kings van deze wereld links laten liggen. Hoe meer aandacht er besteed wordt aan gewelddaden, hoe meer een aantal met haat gevulde mensen geïnspireerd raken tot hun eigen versie van een waanzinnige daad. En niet minder erg: hoe meer iedereen ervan overtuigd geraakt dat geweld de wereld regeert. Stel je voor dat de journaals en kranten continu verhalen zouden brengen zoals dat van de mensen achter Life After Hate. Dat ze elke dag zouden berichten over mensen en daden die inspireren in plaats van weerzin opwekken. Dat de journalisten, net zoals Tiffany Whittier, zouden intekenen om die positieve kracht te worden, die de wereld kan veranderen. Die van de camera of de pen een wapen maken om te ontwapenen. Journalisten hoeven niets te verhullen, enkel een klein beetje meer strijders van het licht worden. Een transformatie van Las Vegas tot Life After Hate. Omdat wij dat nu eenmaal kunnen.

https://www.lifeafterhate.org/